We hebben een kamikaze duif in onze tuin !!!

03-08-2012 12:05

 

Voerplek voor vogels

Het gaat hier om een ‘Streptopelia Decaocto’, zo die is er uit!!
In gewoon Nederlands is het een ‘Turksetortelduif’ en in het Duits heeft hij de weinig vleiende naam van ‘Turkentaube’ .
Prachtige namen voor een heel lief diertje, ik blijf die van ons maar gewoon een ‘kamikaze duif’ noemen.
 
Sinds we de overstap hebben gemaakt naar Duitsland en onze tuin op orde is ben ik begonnen met voeren van een paar verdwaalde mussen in onze tuin. Het waren er een stuk of zes, in den beginnen, nu een jaar of vijf verder, ondanks alle berichten over de slechte stand van de mussen en de kans dat ze misschien wel uit zouden sterven, brachten ons er toe om maar wat extra brood te kopen en dat in de tuin te strooien. Een beetje brood bleek al snel niet genoeg. Dus, we zijn ook de beroerdste niet, even een zakje vogelvoer gekocht en een voertafel gemaakt in een hoekje van de tuin. Voor hen die echt nieuwsgierig zijn, hier vindt je een impressie van onze tuin. 
 
Klik op de foto voor een film impressie
 
Evenredig aan de hoeveelheid voer dat we aanboden nam ook de populatie toe van vogels. Niet alleen de aantallen mussen stegen zo snel dat ik bijna niet kon geloven dat dit ras ergens aan het uitsterven was. 
Nee, ook het aantal soorten nam hand over hand toe. Naast ‘onze’ mussen melde zich ook Groenlingen, Boekvinken, Bonte specht, Koolmees, Pimpelmees en nog een mees waarvan ik even niet meer weet tot welke bloedsoort hij hoort, Merels, Spreeuwen en Lijsters zijn ook nog van de partij. 
Verder melde zich in de loop van het jaar ook Kauwen, Eksters en  een paar flinke Kraaien, tot slot nog een paar koppels Bosduiven en natuurlijk niet te vergeten het bestand aan Turksetortels. 
Tot zover de gevleugelde vrienden die ik bij naam ken, er vliegen er af en toe ook nog een paar rond die ik absoluut niet kan thuis brengen. Ze dragen bij ons dan ook  de verzamelnaam ‘Schijtlijsters’ . 
Ach, de naam dekt de lading zullen we maar zeggen.
 
 

Het loopt uit de hand 

Daar waar we begonnen met een paar sneetjes brood en wat strooivoer op een dag, gaat er nu per dag minstens een brood doorheen en per maand hebben we ongeveer 25kg Zomer- of Wintervoer, al na gelang het jaargetijde. Daarnaast nog de zakken pinda’s en een grote zak strooivoer voor de mezen. Plus nog een lading gepelde zonnebloempitten, want daar zijn ze allemaal gek op. 
Het aantal drinkbakjes is niet meer op een hand te tellen, niet alleen in gebruik om te drinken maar er wordt ook driftig in gebadderd. Kijk, je hebt er nu eenmaal ook heel veel plezier van. Ik kan ’s morgens in een hoekje van onze tuin gaan zitten met een bakkie leut en zomaar een uur zitten te genieten van al dat leven dat begeleid wordt door een kakofonie van geluid door de verschillende zangvogels met name de merels en de spreeuwen lijken tegen elkaar op te bieden in een soort van openbare ‘jamsessie’ zo als je alleen hoort en ziet bij muzikanten.  
 
Naast het gevleugelde spul dat onze tuin tot hun leefomgeving heeft gemaakt, hebben we ook regelmatig aanloop van andere diersoorten. Blijkbaar op het spoor gezet door onze vliegende vrienden  melden zich regelmatig jonge konijnen en hazen om zich ook te goed te doen aan alle lekkernijen die van de voertafels afvallen.
Ook heeft sinds een jaar of drie een Egel familie zich gevestigd in onze tuin. Daar hebben we een winterverblijf voor ingericht en dat wordt kennelijk als geslaagd ervaren want ze zitten er nog steeds. Zelfs de nakomelingen blijven langer hangen dan dat wenselijk is, volgens de egelvader en moeder. Tot slot hebben we een aantal Woelmuizen en Veldmuizen die ook dankbaar gebruik maken van de etensrestanten van de vogels.
 
De laatste groep die nu regelmatig opduikt zijn de groep roofvogels, Sperwer, Valk en in de avond schemering nog een grote Uil. Kortom om het is een poel des levens geworden. 
Volgens mijn vrouw wonen we in een soort openbare volière en worden we alleen gedoogd omdat we voldoende bijdragen aan het onderhoud van het spul en…….. zo is het.
 
 

Zelfmoord duif

Tja en dan is daar dus onze ‘kamikaze tortel’
Vorige week werden we plotseling opgeschrikt door een klap tegen het raam van de woonkamer. 
Nou vliegt er wel vaker een vogel tegen het raam. Ondanks dat we de ramen hebben voorzien van stickers omdat te voorkomen, gebeurt het regelmatig dat ze bij het op de vlucht slaan voor roofvogels dwars door de ramen proberen te vliegen. Meestal is het dan een keer flink schudden met de kop en de veren weer glad strijken voordat het leven verder gaat en ze weer verdwijnen.
Wel bij deze Turkse tortel lag dat allemaal net een beetje anders.
 
Zoals gezegd een soort oerklap tegen het raam en daar lag meneer ( geen idee wat voor sexe het is hoor, maar voor de lieve vrede noem ik het maar een hij, vrouwen claimen meestal dat ze zoveel slimmer zijn dan mannen dus dat het hun nooit had kunnen overkomen, toch?) op zijn rug op de afgedekte lounge bank.
Hij lag een beetje vreemd te trekken. “zo die gaat het dus niet redden” was mijn eerste reactie. Inmiddels had Sjipke zich al naast me gepland op de bank, met twee voorpoten op de rugleuning en een hoop geblaf kon men niet om zijn aanwezigheid heen. Els zei:  “ach god, wat zielig nou”  Tegen beter weten in zei ik, ik ga hem wel even overeind zetten.  
 
Het geblaf van Sjipke was inmiddels verstomd en was overgegaan in een soort meewarig gepiep. Mijn hond is vrijwel altijd opslag verliefd zodra hij vreemde vogels, van welke pluimage dan ook, ziet. Dreigend geblaf verwordt tot een innig verliefd gekweel. Geen gehoor voor een jachthond.
Sjipke liep, wild kwispelend,  achter me aan naar de tuindeur. Het leek me geen goed idee om de reddingspoging van ‘onze duif’ te volbrengen in gezelschap van een verliefde spaniël. Dus ik gaf hem de opdracht te blijven bij de tuindeur.  Gelukkig luistert hij (af en toe) en ging keurig af liggen. 
 
Eenmaal buiten gekomen zag ik Els vanuit de binnenzijde driftig wijzen naar de plek waar de duif had gelegen. 
Ik liep naar de plek toe die ze aanwees en zag ….niks. Het bleek dat hij in de tussentijd nog een poging had ondernomen om zich te barsten te vliegen. Hij lag nu tussen de bank en het raam in. Ik kon hem zo oppakken. Een hoop gekoer en een klapperend protest waren mijn deel. Of hij zeggen wilde: ‘donder op met die grote handen’.
 
 

Het herstel

De ervaring leerde, wel is waar met mussen en mezen die dus een stuk kleiner zijn, dat een nacht in een klein kootje met wat voer en water ze goed deed opknappen. Heel wat van die beestjes kozen de volgende morgen het luchtruim en zagen we nooit meer terug.
Ook onze duif van Turkse afkomst was dus dit lot beschoren. Het opsluiten heeft dus niets met  discriminatie te maken, want ook de inheemse vogels krijgen exact de zelfde behandeling.
Het nachthokje was zo klaar gemaakt en hij werd er ingestopt. Op de werkbank in de schuur, de lichten uit. Altijd goed een beetje donker bij een vermoedelijke hersenschudding, toch!
 
De volgende morgen liep Sjipke meteen naar de tuindeur en hij blafte redelijk dwingend. Zoals ik al eens eerder heb verteld hangt mijn hond aan elkaar van de vaste rituelen. Deze ochtend was dus een uitzondering. Hij wilde perse eerst de tuin in alvorens ook maar te talen naar zijn ontbijt. Eenmaal de tuindeur geopend liep hij linea recta naar de schuur en begon weer, als een schijnzwangere kloek, te piepen dat hij erin wilde.
Ik deed de schuurdeur open en hoorde de kleine Turk al rond scharrelen in het veel te kleine kooitje. Op zich natuurlijk een goed teken dat er weer wat leven in zat.
 
Dus, Sjipke naar binnen gebonjourd, de tuin deuren dicht en het kooitje mee naar buiten genomen. Toen ik het gras op stapte vlogen de meeste vogels de grote den in. Die den heeft een centrale plek in het midden van onze tuin. De vogels zoeken hier altijd beschutting als er plotseling gevaar dreigt. Zo zitten ze op veilige afstand te kijken wat ik allemaal aan het doen ben, zonder zelf gevaar te lopen.
 
Het kooitje open gezet en de klein vreemdeling eruit gehaald en op het gras gezet.
Van binnen uit is goed zicht te houden op de tuin. We zagen onze gast zich terug trekken onder de den en de rest van de gevederde vrienden kwamen ook weer te voorschijn. Onze duif bedacht zich een moment en storte zich ook weer in het gewoel om het dagelijkse portie voer te bemachtigen.
Ogenschijnlijk ging het prima. We hebben Sjipke die ochtend maar even binnen gehouden, gewoon voor de zekerheid.
 
 

Weer terug

Later in de middag, tegen een uur of zes, was ik in de tuin bezig. 
Plotseling hoorde ik een felle kreet van binnen uit het huis. Els had kennelijk een aanvaring met Sjipke. 
“Rob, kom nou even snel hier”  Nou laat mijn bewegelijkheid het tegenwoordig een beetje afweten, dus dat snelle kan je wel vergeten. Nog voordat ik de tuindeur had bereikt klonk weer de noodroep van mijn  vrouw, die mij aanspoorde om toch vooral maar sneller te zijn.
Eenmaal binnen stond Els als aan de grondgenageld te wijzen naar ……. Sjipke.
Sjipke had zich plat op zijn buik op de grond gelegd en lag met zijn fors uitgevallen neus op nog geen vijf centimeter van de Turkse rakker vandaan. Het duifje, dat er heel rustig bijlag, en een beetje wereldvreemd om zich heen keek. Maakte geen aanstalten om te verdwijnen. Nee, hij lag op zijn dooie gemak terug te kijken naar die hond van me.  Ik was met stomheid geslagen.
 
“Sta daar nou niet zo stom uit je doppen te kijken, pak dat beestje nou op voordat hij (wijzend naar Sjipke) hem weer te pakken neemt!” Ik werd wreed uit mijn verbazing weer terug geroepen naar de echte wereld.
Nou maakte Sjipke absoluut geen aanstalten om de duif te pakken, dus ik vroeg aan Els: “Hoe is dat beestje nou hier terecht gekomen?”
 
”Hij (nog steeds wijzend naar Sjipke) heeft dat beest mee naar binnen gesleept. Ik zag hem in enen door de keuken lopen met een pluche beest in zijn bek, althans dat dacht ik.  Ik dacht die heeft dat pluche ding mee naar binnen genomen. Totdat ik hem plotseling vanuit de kamer van die rare kir geluidjes hoorde maken die hij altijd maakt als hij weer eens valt voor het een of andere diertje. En ja hoor daar lag meneer, plat op zijn buik met die duif vlak voor zijn snufferd. Ik ben er klaar mee, pak dat diertje op. Dat moet ik niet binnen hebben, hoor.”
De hele zin kwam er in een keer uit rollen, zonder adem te halen floepte hij er zo uit.
 
 

Luisteren

Gezeglijk als ik nu eenmaal ben, pakte ik de duif op en sprak hem bestraffend toe: “Dat wil het vrouwtje niet, hoor. Dat mag jij ook niet meer doen hoor!” Het laatste was tegen mijn hond gericht want die was op alle mogelijke manieren aan het trachten om mijn hand naar beneden te trekken, want hij wilde zijn duif terug.!!
Met een voet de hond weg houden en met een hand de duif ver boven mijn hoofd houdend vond mijn vrouw dat het lang genoeg geduurd had. “schiet op met die flauwekul en mijn huis uit” Dat was niet voor tweeërlei uitlag vatbaar. Eenmaal buiten heb ik de duif bemoedigend toegesproken en hem weer in de buitenkooi gezet om bij te komen van zijn avonturen.
 
Na twee dagen leek hij wel weer rijp om de vrijheid aan te kunnen. 
Gelet op de eerdere ervaringen in onze fraaie, edoch afgesloten tuin waar onze hond nou eenmaal heer en meester is, leek het me niet verstandig om hem daar nogmaals vrij te laten. 
 
Duivenmans werd weer in een transportkooitje gestopt en ik heb hem naar de grens van het bos, vlak bij ons huis, gebracht. Daar heb ik hem op de grond gezet en …………..hij bleef zitten waar hij zat. Geen beweging meer in te krijgen. Dacht ik. Ik bleef even op een afstandje staan kijken. Toen hij werkelijk geen aanstalten maakte om er vandoor te gaan begaf ik me in zijn richting. Dat was voldoende om hem te doen opstijgen en plaats te nemen op een van de takken van de dichtstbijzijnde boom. Vandaar, veilig en hoog, keek hij me nog even aan, koerde een paar keer en draaide zich om en vloog dieper het bos in. Weg was onze kamikaze duif.
 
Eenmaal thuis moest ik in geuren en kleuren vertellen hoe het was gegaan. Ik deed het relaas heel gedetailleerd.
Mijn vrouw keek me aan en zei:  Vind je het gek dat hij er vandoor ging? Dat beestje zag je aankomen en dacht bij zichzelf  ‘weg wezen, daar heb je die engerd, met die grote handen, weer’. Nee, niet zo vreemd hoor dat hij maakte dat hij weg kwam.”
 
Ze keek me aan en er zijn van die momenten dat je beter je mond kan houden, dat deed ik dus.
“Wil je koffie, ik heb nog wel wat anders te doen dan alleen dat duifje van je!!!”
 

Ach, hij vliegt weer zal ik maar zeggen!!!