politici hebben heel veel weg van spreeuwen !

15-07-2012 09:12

 

Ik ben een poosje voorzitter geweest van de Medezeggenschapscommissie Vervoer bij het GVB in Amsterdam. Een van mijn jeugdzonde, zeg maar. Nee, ik heb er niets aan overgehouden, was nog in de tijd dat er niet gefraudeerd mocht worden!!

 

Op kantoor

Een van mijn collega's in die Medezeggenschapscommissie komt op een geven moment het kantoor binnen met een kartonnen doos. We zouden die ochtend een overleg hebben met gemeenteraadvertegenwoordigers van Amsterdam.

Iedereen keek natuurlijk vreemd op. Daar komt een volwassen kerel (al een beetje op leeftijd in mijn ogen toen!) met een schoendoos met allemaal gaatjes erin op kantoor. Uitdagend zette hij die doos prominent op mijn buro, vlak voor me.

Ik zei: "goh Willem da's aardig van je, een cadeautje voor me? "

 

Nou was Willen niet iemand die erg spraakzaam was maar, zoals je dat wel vaker ziet bij dat soort mensen, als Willem zijn mond open deed dan was het ook raak. Negen van de tien keer kwam er dan iets uit waar je gewoon niet om heen kon en waar een ieder zich wel in kon vinden. Ook nu had Willem zo'n bui. Hij keek me aan en zei: "Als je het maar uit je botte hersens laat om die deksel ervan af te doen. Daar zit een jonge spreeuw in. Die heb ik gevonden en jullie kunnen me allemaal de rug op maar dat beest moet om het uur wat te vreten hebben anders gaattie kapot. En er is geen GVB op de wereld dat belangrijker is dan dit jonge leven!!"

"Hoe ga je dat dan doen tijdens die vergadering met de raadsleden en de verantwoordelijk wethouder?" was mijn eerste reactie.

Willem keek me verbaasd aan en zei: "Hoe zo nou? Als het tijd is voor dat beestje om te vreten dan krijgt hij zijn vreten, daar heeft toch niemand last van? Als ze er wel last van hebben dan moeten ze het maar zeggen! Daarmee was wat Willem betrof het pleit beslist. Willem nam zijn spreeuw mee naar de grote vergaderzaal en we zouden wel zien wat ervan terecht kwam.

 

In de vergaderzaal

Langzaam liep de vergaderzaal vol. Personeelsvertegenwoordigers, directie leden, raadsleden en de wethouder met zijn gevolg mengde zich door elkaar en al snel stond jan en alleman met elkaar te keuvellen. Willem bleef een beetje apart staan in een rustig hoekje met zijn schoenendoos onder zijn arm. Niemand merkte hem eigenlijk op. Hij stond daar gewoon, in zijn blauwe bestuurders uniform, alleen maar te staan.

Na zo’n tien minuten werd een ieder verzocht plaats te nemen aan de grote conferentietafel. Het was een heel gezelschap en de agenda was redelijk uitgebreid. De plaatsen waar een ieder zou zitten waren van te voren bepaald. In het midden van de tafel zat de directeur vervoer van het GVB, naast hem de toenmalig wethouder verkeer en vervoer. Aan de andere kant een paar hoofden van afdelingen binnen het GVB en aan de zijde van de Wethouder zat de complete commissie vervoerszaken van de Gemeente raad.

Ik zat recht tegenover de directeur en de wethouder. Aan mijn linkerkant zat mijn toenmalige secretaris en daarnaast zaten een aantal leden van de medezeggenschapscommissie. Net als rechts van mij, waar de rest van de leden van de personeelsvertegenwoordiging zaten. Pal naast mij was nog een stoel over. Daar kwam Willem aan stappen. Willem trok de stoel wat naar achter en dat maakte zo’n vals snerpend geluid. Iedereen was in ene muisstil van dat geluid. Alle ogen waren plotseling gericht op Willem.

Willem keek eens ernstig om zich heen en liet een hele tijd zijn blik hangen op de wethouder tegenover hem. Willem kon heel indringend kijken. Ik wist uit eigen ervaring, dat dat toch meestal een onprettig gevoel gaf. Willem noemde dat zelf ‘het boze oog’ “ik doe er niks mee hoor, maar ik heb het nou eenmaal” was zijn verklaring. Al kijkend naar de wethouder zette Willem, rustig en beheerst, de doos op tafel voor hem en schoof die een beetje naar het midden toe richting wethouder.

 

De wethouder begon wat ongemakkelijk heen en weer te schuiven op zijn stoel, knipperde eens wat vaker met zijn ogen, schudde wat met zijn schouders en keek toen naar de directeur naast hem.

De directeur kende Willem al wat langer en begon de wethouder gerust te stellen door te zeggen dat het echt geen kwade vent was. Om te demonstreren aan de wethouder dat Willem best een geschikte kerel was, richtte de directeur met een joviaal gebaar zich tot Willem.

 

De doos van Willem

“Wel Willem ga je ons vertellen wat je allemaal voor moois hebt mee genomen in die schoenendoos van je?”

Willem, maakte in het geheel geen aanstalten om er ook maar een woord aan vuil te maken en bleef ijzig zwijgzaam.

De directeur voelde zich ook niet geheel op zijn gemak en voelde het ‘genegeerd worden’ door Willem als een aanval op zijn persoonlijke integriteit. Hij keek mij aan en zei: “voordat we gaan beginnen, misschien kun jij ons even vertellen wat er in de doos van Willem zit? “ Hij sprak de woorden uit met een glimlach van iemand die niet echt blij is.

Net op het moment dat ik mijn mond wilde open doen, was het Willem die het woord nam.

Ook nu weer geen woord te veel zeggend: “als het straks tijd is dan zullen jullie het wel zien, dat is vroeg genoeg”.

Willem was er klaar mee en besloot met de woorden: “Als het aan mij ligt kunnen we wel beginnen, ik heb nog wel wat anders ook te doen straks”

De directeur opende de vergadering. De discussie waren hevig en werden op het scherpst van de snede gestreden. Willem mengde zich er niet eenmaal in.

 

Na zo’n drie kwartier was de discussie op zijn felst, elke buitenstaander zou hebben gezworen dat we elkaar dicht na het leven stonden. Juist op dat moment trok Willem heel rustig de doos naar zich toe. Hetgeen ertoe leidde dat een ieder plotseling stil was en bijna ademloos zat toe te kijken naar hetgeen Willem van plan was met die schoenendoos van hem. De ene kant van de tafel was op de hoogte van de inhoud van de doos, maar de andere kant, waar de politici zaten, had natuurlijk geen idee van wat er in zat.

 

De doos ging open

Willem zette de doos dwars voor zich neer, deed het deksel een beetje scheef, op een manier dat nog niemand kon zien wat er nu in zat. Willem schoof een beetje op zijn stoel en zocht iets in zijn uniformjasje. Heel voorzichtig haalde hij zijn hand omhoog.

Aan de overkant van de tafel ontstond wat geroezemoes, de directeur zei, quasi nonchalant, “Willem je gaat toch geen gekke dingen doen he? “

 

Het hele tafereel begon mij een beetje op mijn lachspieren te werken en met mij een aantal van de personeelsvertegenwoordigers die dus precies wisten wat komen ging. Wim legde een soort klein tupperwaredoosje op tafel neer en haalde, vrij omslachtig, het deksel los. Voor mij, naast hem, was duidelijk te zien dat het een doosje met maden waren Het krioelde dat het een lieve lust was.  Willem schoof het deksel wat verder naar achter, hetgeen tot een zeker geschuif van stoelen leidde aan de overkant.

 

Op dat moment wipte de jonge spreeuw omhoog uit de doos en zat in een keer op de rand van de doos, hij zag Willem, herkende hem en zette het meteen op een afgrijselijk luid krijsen, dat je door merg en been ging.

“Ach” verzuchte Willem “hij heeft honger!”

Willem nam een made tussen duim en wijsvinger en voerde die aan de schreeuwende jonge spreeuw. Het geluid verstomde een moment, toen de made naar binnen was gegleden nam het krijsen, met zo mogelijk een nog hogere intentie, weer in alle hevigheid toe.

 

De directie, wethouder en het politieke gevolg zat met stomheid geslagen toe te kijken hoe Willem zijn jonge spreeuw zat te voeren. De spreeuw was inmiddels van de doos op de tafel gesprongen en ondersteunde nu zijn geschreeuw om voedsel met driftig geklapper van zijn vleugels. Hetgeen hem telkens een stukje deed op springen. Plotseling draaide de spreeuw zich om, liep een stukje naar het midden van de tafel, draaide zich met zijn rug richting politiek als het ware, en …………….scheet !!

Een van die politici riep hoogst verbaasd : “Gadverdamme, dat beest zit te schijten op tafel!!

 

Willem keek hem aan en zei: “Tja dat moet je toch bekend voorkomen, het is bij spreeuwen hetzelfde als bij politici.

Je douwt er goede spullen in, je verzorgt ze, je koestert ze en wat komt er uit?? ………………….

Juist, alleen maar stront”

 

Willem pakte resoluut zijn spreeuw op, stopte hem in de schoenendoos en nam die onder zijn arm. Draaide zich nog een keer om, keek wat minachtend naar de wethouder en zijn politieke gevolg en zei: “Ik heb er genoeg van! Ik ga aan het werk, passagiers vervoeren dat is wat ik doe. Misschien wordt het tijd dat jullie ook gewoon eens aan het werk gaan, gaan doen waar je voor ingehuurd bent en wat je hebt beloofd te zullen doen!! Zou wel zo prettig zijn!” en weg was Willem!

 

Moraal

Ik moet eerlijk bekennen dat ik zins die dag toch met heel andere ogen naar de politiek kijk als dat ik voor die tijd deed. Als ik nu na een debat zit te kijken tussen de heren en dames politici heb ik steeds de hoop dat er eentje bijzit, bij die honderd en vijftig, die een schonendoos meeneemt de vergaderzaal in. Echt, ik zweer het je als dat gebeurd krijgt hij of zij mijn stem, het zal me worst wezen van welke partij!

 

Immers,  schijten doen ze allemaal !!!