Haar Nederland, mijn Nederland of gewoon ons Nederland

27-03-2012 17:25

 

Deze week heb ik met toenemende verbazing zitten lezen hoe een moslim gelovige van Turkse afkomst (niet al te streng, zo te lezen) zich afvraagt waar “haar” Nederland is gebleven. Het Nederland dat, toen haar ouders hier naar toe kwamen, zo tolerant en gastvriendelijk was tegenover de nieuwkomers. Deze tijd beschrijft ze, weemoedig, als de tijd dat allochtonen nog “knuffelallochtone” genoemd werden. .De Islam was toen ook geen nationaal issue, schrijft ze verder. Het was een tijd waarin de immigranten monter en hoopvol waren, stelt ze vast om vervolgens, in een soort van analyse de conclusie te trekken dat  ‘de Nederlander’, zo die al mag bestaan, het schuld is dat zij en haar geloofsgenoten zich hier niet meer thuis voelen. Tot slot van het betoog spreekt ze de volgende wens uit: “Waar gaat dit allemaal naar toe? Kon ik maar aan mijn kinderen het positieve Nederland geven van mijn kindertijd.”

 

Ik ken deze jonge dame niet. Maar het verbaasd me dat ze kennelijk in een ander Nederland leeft dan dat ik altijd gedaan heb. Ik zou haar graag willen vertellen hoe ik die tijd heb ervaren, zonder daarbij een ieder over een kam te willen scheren. Ik zou in ieder geval nooit zo generaliseren als ik over moslims spreek als dat deze dame (MS.lucky.001) doet als ze over ‘de Nederlanders’ spreekt.

 

Ik neem u even mee terug naar de tijd die ze beschreef. U weet wel het Amsterdam waarin de gastarbeiders (dat was een term die werd gebezigd voor dat het woord Allochtoon in zwang raakte) nog werden onthaald en ‘geknuffeld’ volgens onze moslima. Het zal halverwege de ’70 jaren zijn geweest. Mijn vrouw en ik, beide hardwerkende Amsterdammers (net als die ander 700.000, trouwens) woonde bij een oom en een tante op zolder. Woningnood hete dat toen der tijd. Geen huis te krijgen en al een jaar of drie op de urgentie lijst van het toenmalige CBH (centraal buro huisvesting)

 

Jan Scheafer

In het kader van de stadsvernieuwing, onder de bezielende leiding van Jan Schaefer waren we uitgelood om een nieuwbouw woning te betrekken in de Borgerstraat boven het Dirk van Nimwegencentrum.  Bij mijn weten, het eerste medisch centrum waarin alle disciplines waren vertegenwoordigt. Het was een ‘rood bolwerk’. Opgezet naar de ideologie van een tweetal huisartsen met een sterke hang naar het communisme. Ach wie had geen jeugdzondes in die tijd. Volgens mij is een van de twee nog steeds verbonden aan het centrum, de ander is de huidige directeur Generaal van het ministerie van volksgezondheid. Van communist naar realist, ach het kan verkeren!

Het was de laatste woning die werd opgeleverd in het eerste nieuwbouw blok in de Kinkerbuurt. De Kinkerbuurt was van oudsher een buurt die sterk aanhing tegen de Jordaan en een echte arbeidersbuurt. Het leven speelde zich grotendeels op straat af. Je had geen buren maar ‘ooms en tante’ en als ze ouder waren werden het van zelf Opa’s en Oma’s. Zoals het vroeger normaal was zorgde je voor elkaar. Vaak werd dat door buitenstaanders (nee, ik bedoel geen buitenlanders maar mensen die van buiten Amsterdam kwamen. Zeg maar ‘Amstelochtonen’) uitgelegd als bemoeizucht of nieuwsgierigheid. Ik kan je verzekeren dat het dat niet was, het was zorgen voor elkaar. Ongeacht afkomst of herkomst. Voor 95% procent waren het dus autochtone Amsterdammers.

Samen werden de gezamenlijke ruimtes  schoongehouden. Op vrijdagmiddag werd er door de vrouwen, die thuis waren, gezamenlijk het trappenhuis geveegd en gedweild. De mannen hielden zich meestal bezig met de galerij en de straten. Het gebouw telde drie toegangen en de bewoners die gebruik maakte van die toegang hielden die ook schoon. Was je ziek, kon je even niet uit de voeten? Geen nood, de buren onderling regelde het. Kees, de groente man op de hoek verkocht ook bier en frisdrank. Na het gezamenlijke werk op de vrijdag werd er dan gezamenlijk even iets te drinken gehaald en dat drinken werd dan gezamenlijk betaald en gezamenlijk genuttigd. Kortom het was een redelijk harmonieus buurtje waarin we gezamenlijk woonde, leefde en werkte. Ook de wijkagent schoof regelmatig even aan voor een babbeltje en een glaasje fris (kijk het blijft natuurlijk wel een diender, hé. Dus geen alcohol tijdens het werk. Gewoon uit praktische overwegingen en niet uit geloofsoverweging!)

Met de voortschrijdende stadsvernieuwing sloeg ook de verpaupering toe. De kleine middenstanders sloten de deuren, daarvoor in de plaats werd een toko geopend en op de plek waar de bakker zat verscheen de eerste Turkse groenteman.

 

De samenstelling van een wijk veranderd gaande weg

Ook de samenstelling in de wijk veranderde in hoog tempo. Waren het tot nu toe hoofdzakelijk mensen van Amsterdamse of Nederlandse komaf, in toenemende mate zag je dat deze plekken werden ingenomen door mensen van Turkse en Noord-afrikaanse komaf . Ook de traditionele gezinssamenstelling veranderde in hoog tempo. Het leven op straat in de zomer maanden werd meer en meer bepaald door de mensen van allochtonen afkomst. Het straatbeeld veranderde, het woonbeeld veranderde.

Het gezamenlijk schoonhouden van trappenhuizen en woonomgeving werd meer en meer afhankelijk van de kleine groep autochtone bewoners doordat de allochtone bewoners kennelijk andere prioriteiten hadden. Het niet mee willen helpen aan het schoonhouden van je woonomgeving kan nog worden uitgelegd als een cultuur verschil. Het bewust vervuilen van net schoongemaakte trappen huizen was en is natuurlijk ronduit respectloos. Ook de laatste bewoners lieten het afweten en de straten en stoepen vervuilde in hoog tempo. Als je al eens de euvele moed had om de vervuiler aan te spreken op zijn/haar gedrag en erop te wijzen dat hier wel degelijk spraken was van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Werd onmiddellijk de troefkaart getrokken. De troefkaart was “discriminatie” aanspreken op verantwoordelijkheid werd onmiddellijk uitgelegd als discriminatoir gedrag. Tja , dan is een tegenstelling snel geschapen. Als je het gesprek niet met elkaar kunt aan gaan (en dan bedoel ik niet dat het op zich al vrij belemmerend is dat de allochtone vrijwel geen moeite deden zich de taal eigen te maken.) omdat men niet op zijn verantwoordelijkheid wil worden aangesproken. Dan houd het dus op.

Na een jaar of tien van stadsvernieuwing was de samenstelling van de van oorsprong autochtone wijk veranderd naar een wijk waarin je met recht kunt zeggen ‘een Multi culturele smeltkroes” . Die smeltkroes werd bewoond door 30% autochtone en 70% allochtone. Ik heb het daarna nog 13 jaar volgehouden. Na 23 jaar heb ik ook het bijltje erbij neer gegooid. Ik werd dood en doodmoe van de ellende die zich afspeelde in een stadsdeel waarin van mij werd verwacht dat ik me aanpaste naar de nieuwkomers zonder dat er ook maar een moment rekening werd gehouden met de bewoners die er van oudsher hadden gewoond. Ik ben dus gevlucht. Gewoon de stad uit. Gewoon de deur dicht getrokken en mijn stad de rug toegedraaid.

 

Vijftien jaar later

Nu, inmiddels alweer zo’n kleine vijftien jaar later, zie ik dat die cijfers ook alweer achterhaald zijn, het percentage is nu 15% om 85%. Cijfers zeggen natuurlijk niet alles, maar toch. Voor mij reden genoeg om niet meer terug te willen naar de plek die me zo lief was. De plek waar ik normen en waarden heb geleerd. Begrippen als acceptatie van anderen ongeacht kleur of geaardheid. Al die waarden van ‘onze’ samenleving worden met voeten getreden. De gene die ageren zijn altijd de zelfde, degen die stil zijn accepteren dus een tweedeling in de wereld. Wel grappig om te zien dat juist die groep die zich beroept op hun recht om te mogen uitdragen wat hun geloof is dat, door stil te zijn, accepteren dat dat recht aan een ander wordt ontnomen.

Het ergste is nog wel dat het nergens anders meer over gaat dan moslims versus autochtone Amsterdammers. Autochtone Amsterdammers en hun kinderen zijn bezorgd, weten zich geen houding te geven, omdat ze in principe van Amsterdam houden en zich daar ook thuis willen voelen. Maar de sfeer? Wat moeten ze daarmee? Niemand kan iemand vragen om zijn/haar geloof af te zweren, wat je wel kan en moet vragen is om reëel te blijven nadenken en niet je wil op leggen aan die ander of die ander zijn levensstijl veroordelen op basis van jou geloof. Waar gaat dit allemaal naar toe? Kon ik maar aan mijn kinderen het positieve Amsterdam  geven van mijn kindertijd.

Beste Ms.Lucky.001. Als je echt wil dat dat Nederland, waar je zo naar verlangt, weer terug komt. Neem dan initiatief. Veroordeel, met ons, de excessen, van een geloof. Dus niet alleen het moslim geloof dat jij toevallig aanhangt. Nee, gewoon al die excessen. Accepteer dat in onze gezamenlijke samenleving anders denkende rondlopen, anders geaarde en anders gekleurde. Accepteer zonder oordeel of voorwaarden. Je zult zien dat je dan plotseling zelf ook geaccepteerd wordt.

Natuurlijk zou het helpen als je je hoofddoekje zou verruilen voor een paar echte Vollendamse houten klompen !! Nou niet meteen uit je dak gaan, hé. Dat noemde ze in het Nederland waar jij zo naar terug verlangt “HUMOR”