Een dag uit het leven van Sjipke!

12-01-2013 09:45

 

Inkopen doen in Papenburg.

 

We zitten aan het ontbijt. De koffie staat te dampen, brood geroosterd, want we kampen alle twee met de naweeën van een buikgriepaanval. Net als het halve dorp bij ons trouwens. De enige die zich er door heen heeft geslagen is Sjipke, onze Welsh Springer Spaniël.

Ontbijt wordt bij ons genuttigd op de bank. Elk knus in een hoekje met koffie en een bordje op schoot. Zo becommentariëren wij de nieuwsitems, uitgesproken door de presentator van het Journaal.

Sjipke ligt dan behaaglijk tussen ons in. Tenminste, voor hem behaaglijk. Ik krijg meestal het hoofd toebedeeld, het ligt dan op half op schoot en er komt een ligt gepruttel uit. Een soort van protest dat ik toch vooral stil moet zitten daar hij anders de slaap niet kan vatten. Echt, het is een soort binnensmonds gegorgel, wat niet om aan te horen is !

Els wordt afgestraft voor elke beweging, hoe klein ook, door ‘meneer’. Met een hevig trappen met de achterpoten geeft hij aan dat hij eigenlijk meer ruimte nodig heeft dan hem nu is toebedeeld.

Ach, hoelang duurt zo’n Journaal nou helemaal? Het einde van het Journaal is voor ons meestal ook het teken om op te staan en ieder zijn eigen ding op te pakken. Dat wil zeggen Els vertelt eerst wat zij van plan is en meestal wordt dat gevolgd door de zin:

“ik denk dat jij………” dan worden er meestal een aantal zaken opgesomd waarvan ze verwacht dat ik die ga doen. De jarenlange ervaring heeft geleerd dat tegensputteren alleen maar frustratie oplevert, dus dat doe ik niet meer.

Gedwee sta ik dan op en ga aan de gang met de klussen die we ‘samen’ bedacht hebben. Als het klussen zijn die zich buiten afspelen dan is Sjipke er als de wiede weerga bij. Heeft hij in de gaten dat ik administratief iets ga doen dan volgt slechts een diepe zucht en een meewarige blik, hij draait zich eens om, rekt zich en slaapt rustig verder. Ditmaal neemt zijn lijf de gehele bank in beslag.  Zijn houding straalt dan uit dat hij blij is dat we weg zijn van ‘zijn bank’!

Niet deze ochtend dus! We hebben van de week de kerstversiering weer verstopt voor een jaartje. Dit tot grote opluchting van mijn gabbertje, hij houdt absoluut niet van troep in zijn huis.  Het leed is weer geleden, alle troep staat weer op zijn plaats en het doet kaal aan, net of er nog wat  ontbreekt.

Het wordt tijd dat we het voorjaar in huis halen, er moet groen in!!

De presentator neemt afscheid van de kijkers en wij kijken elkaar aan. Nog voor we ook maar wat kunnen zeggen staat ‘meneer’ hevig kwispelend op en gaat pontificaal voor de bank zitten en kijkt ons, een voor een, doordringend aan. We kijken elkaar wat verbaasd aan. We hebben het er nog helemaal niet over gehad wat deze dag ons zal brengen, maar Sjipke heeft kennelijk al besloten dat het een feestje gaat worden.

“Ik wilde eigenlijk wel even naar Papenburg, naar REAL (zeg maar de Duitse variant van Albert Heijn),  om even wat boordschappen te halen” meldt Els.

Bij het woord Papenburg gaat de frequentie van de staart naar een hoger tempo.

Dat komt mooi uit, ik moet even naar de OBI (voor de niet klussers: zeg maar de Duitse variant van de Gamma/Praxis of, zo u wil, Karwei!)

Bij het horen van het woord OBI gaat de staart helemaal los. Het neemt nu gevaarlijke vormen aan, dat gezwiep maakt zoveel wind, dat de kruimels van mijn bord dreigen te waaien. Hij draait zich resoluut om en spurt naar de keuken. Uit de keuken komt nu een hoop kabaal. Ik hoor dat hij in ‘zijn’ korf aan het zoeken is naar het juiste pluchebeest dat hem deze dag mag vergezellen op zijn tripje naar de OBI.

Voorwaar geen gemakkelijke keuze. In de korf zit namelijk een collectie stoffen beesten die hij in negen jaar heeft opgebouwd. Menig weeshuis zou trots zijn op zo’n verzameling speelgoed beesten als dat daar in die mand liggen. Onze Sjipke heeft van kleins af aan namelijk nog nooit een speelgoed beest stuk gemaakt. Het hele arsenaal aan knuffels is nog steeds compleet.

 

De speelgoed beestjes van Sjipke

Mijn vrouw heeft eens een poging ondernomen om het geheel ‘uit te dunnen’ . door stomweg de oudste apart te leggen in een grijze zak, bestemd voor het leger des Heils. Prompt nam hij plaats naast die zak en was daar met geen stok meer weg te krijgen.

Ik ben hem gaan uitlaten, na een halfuurtje buitenlucht waren we van mening dat hij er geen aandacht meer aan zou besteden. Bij terugkomst was zijn eerste tocht naar de zijn korf en begon daar als een gek in te graven en te zoeken. Toen hij zich ervan overtuigd had dat datgene wat hij zocht daar niet meer te vinden was begon de zoektocht door het huis. Bevlogen racete hij door het huis, minutieus werd kamer voor kamer onderzocht op verloren troeteldiertjes.

Uiteindelijk belandde hij voor de deur naar de garage, daar bleef hij stokstijf staan, keek mij redelijk verwijtend aan en begon vervaarlijk te snuiven aan de onderkant van de deur.

Els kwam nu ook aanlopen. Ze had niets gezegd waar ze die knuffels had gelaten, ze keek me aan en knikte alleen maar richting garagedeur:

“Ik weet werkelijk niet hoe hij dat flikt, maar ze liggen in de stelling in de garage. Ik heb het hem echt niet verteld!!”

Opdat moment gaat zijn kop omhoog en begint me daar een partij te janken, zo met van die lange uithalen.

Ik heb de deur opengemaakt en nog voordat ik de klink los kon laten had hij zich reeds een weg gebaand het donkere hok in. Rechtop stond hij onder de stelling waar de zak lag met al zijn ouwe knuffels. Wild kwispelend, alsof hij een verloren gewaand kind had gevonden, stond hij tegen de stelling aan.

“Geef hem in godsnaam die zooi terug, hij doet er toch verder niets mee” riep ik een beetje vertwijfeld.  

“Rob, die korf puilt uit, er past gewoon niets meer in!!”

“Dan halen we een grotere!!! Ik kan het gewoon niet aan zien dat dat beest zo’n verdriet heeft voor een paar van die rottige knuffels!” onderwijl stond ik al aan de zak te trekken op de stelling.

Die viel naar beneden met de open kant naar onder.

 

Gevolg? Alle knuffels over de vloer. Sjipke als een kind zo blij. Hij rolde zich op zijn rug tussen zijn knuffels. Je hebt het vast wel eens gezien, een beest dat zich ‘happy’ voelt gaat op zijn rug liggen rollen, zo ook onze Woef !!

Na de eerste uitbundigheid begon hij als een gek alle knuffels te gelijk vast te pakken, althans hij ondernam pogingen daartoe. Uiteindelijk had hij er drie te pakken en spoedde zich daarmee naar de plek waar zijn korf stond en deponeerde daar zijn knuffels weer in (twee erin, 1 er naast, ach het principe telt!) Dat loopje heeft hij nog een keer of wat herhaald, de laatste knuffels heb ik meegenomen naar zijn mand. Hij liep naast me zonder ook maar een keer de andere kant op te kijken. Toen ook de laatste weer op hun plekje lagen, rolde hij zich op in zijn mand, tussen de knuffels die daar nog lagen en viel in een diepe tevreden slaap!

 

Op Pad!

Meestal nemen onze logés ook voor Sjipke een knuffel mee als ze een paar dagen naar ons toe komen. Vandaar die achterlijk grote hoeveelheid pluche beesten bij ons in huis. Gelijk een kind staat hij al bij de deur te kijken wat de mensen bij aankomst bij zich hebben en is zo blij als een kind met elk cadeautje. Hij paradeert dan parmantig door het huis met een uitdrukking op zijn snuit die uitstraalt ‘probeer hem mij maar eens af te pakken’. Zo trots als een ouwe aap. Dat beestje is dan opslag zijn favoriet totdat hij wordt afgelost door de volgende gift!

 Plotseling staat hij voor me met een ‘blauwdraakje’ in zijn bek, dit is het beestje dat hij een paar weken geleden heeft gekregen van een neef van ons die bij ons was, de bovenlip staat een beetje omhoog zodat het er uit ziet of hij staat te lachen.

Het kwispelen heeft nu plaats gemaakt voor een soort ritmische beweging van het hele lijf dat verdacht veel doet denken aan de wijze waarop een slang zich voortbeweegt. Het hele lijf straalt nu uit “kom baas ik ben er klaar voor, we kunnen weg!”

Ik moet hem teleurstellen. Mijn vrouw stelt er nu eenmaal prijs op dat ik eerst even de douche van de binnenkant bekijk, alvorens we toestemming krijgen om het pand te verlaten.

“Tja, jongen je moet even wachten, baasje (rare uitdrukking eigenlijk, de enige die het gevoel heeft dat hij het baasje is, zou ik moeten zijn. Mijn beide huisgenoten, vrouw en hond, laten me in die waan. Beiden in de heilige overtuiging dat zij het zijn die de dienst uitmaken.) Baasje gaat even douchen  en als Els dan ook klaar is gaan we weg.” Hij kijkt me aan en slaakt een zucht ter bevestiging dat mijn leven ook best zwaar is!

Nu begint het grote wachten en het zich zorgen maken of we hem niet vergeten.

Het heen en weer lopen tussen Els en mij, tussen de voordeur en ons, het wisselen van knuffel, weer het pendelen tussen voordeur, ons en de garage houdt aan tot het moment dat we, eindelijk, klaar zijn en dit ook aan hem laten weten.

Ik loop via de garage naar auto en maak hem open. De achterkant, het domein is van meneer, is zijn stek.

De achterbanken van de auto liggen plat, zodat er een groot kussen in past met van die piepballetjes, waar hij zich heerlijk in nestelt. Met zijn kop op zijn knuffel straalt hij een en al  tevredenheid uit. Net op het moment dat ik de achterklep wil dicht doen, springt hij overeind en vliegt langs me heen weer het huis in, om tien tellen later terug te komen met een ander pluchedier. Ik kijk hem verbaasd aan en zeg: “Je kan dus niet die hele doos mee slepen, vriend. Het is genoeg zo!!”

Eindelijk zit de hele familie in de auto, Sjipke heeft het knuffeldier van de week tussen ons in gelegd en ligt nu met het hoofd tussen ons in, toe te kijken of ik niet te hard rijd!!!

 

De beste stuurlui staan aan wal

Geloof het of niet maar mijn beide huisgenoten hebben geen van tweeën een rijbewijs. Toch onthoudt geen van hen zich van commentaar.

Bij mijn vrouw heeft het meestal betrekking op de ‘pas op’ en ‘kijk uit’ situaties. Ook de fietsende en lopende medeweggebruikers worden regelmatig voor een potentieel gevaar aangezien door haar. Waarbij ze er gewoon steevast vanuit gaat dat mijn blik bestaat uit een soort van tunnelvisie, waarbij de linker- en rechterhelft om onverklaarbare reden buiten mijn gezichtsveld zouden vallen.

Het gaat ongeveer als volgt:

We rijden in een willekeurige straat, tweebaansweg, geen ander verkeer te bekennen, behalve dan een fietser die ons op ongeveer 200meter tegemoet komt.

Haar handen gaan nu naar voren.

Geopend plaats ze ze tegen het dashboard en zet zich schrap, kennelijk wachtend op de klap die nu komen gaat. De afstand naar de fietser bedraagt nog altijd zo’n 150 meter en deze rijdt nog steeds rustig aan de andere kant van de weg.

“Pas je wel op!” roept ze.

“Wat nou, ‘Pas je wel op?’ OP watte dan?” zeg ik dan.

“Dat je op moet passen op die fietser daar.” Met haar hoofd maakt ze een vage beweging in de richting van de eenzame fietser. “Je gaat me toch niet vertellen dat je die niet gezien hebt hé! Je zit ook alleen maar om je heen te kijken! Je moet op de weg letten!! Pas nou maar op!”

De Fietser nadert ons nu ‘vervaarlijk’ snel, hij zit zeker op zo’n kleine 100 meter voor ons.

Ik kan het dan niet laten en zeg:

“Welke fietser bedoel je nou, die daar die naar ons toe fietst of die naast ons rijdt?” en wijs vaag met mijn rechterhand voor haar langs.

Abrupt draait Els haar hoofd, om te kijken welk gevaar ons nog meer bedreigt, ze ziet natuurlijk niets.

 Je kunt niks zien als er niets is, toch?

“Waar dan?” terwijl ze zich nu vrijwel helemaal omdraait om de gemiste fietser te zoeken. De andere fietser rijdt ons netjes op zijn eigen weg helft ook voorbij. Els draait zich om en kijkt nu verschrikt naar de lege ruimte waar zo-even nog een fietser reed. “Waar issie nou?!”roept ze verbaasd uit.

Opdat moment schiet ik in de lach. Tja dat valt dan even niet goed, maar een paar honderd meter verder zijn we het voorval alweer vergeten en maken we ons op voor de volgende vermaning !!

 

Ik heb de neiging om me aan het verkeer aan te passen( dat voer ik ten minste steevast aan, als excuus,  als ik weer een keer boven de maximum snelheid uitkom.) Een weg waar je negentig mag, net even 95 rijden. Maar alleen daar waar het kan natuurlijk!

In dat geval zijn beiden, mijn hond en mijn vrouw, een stuk minder toeschietelijk. Meestal is het mijn vrouw die het het eerste door heeft dat ik weer een paar kilometer te hard rijd als dat is toegestaan.

“Schat…….” Is dan het enige wat ze voort brengt. Ze kijkt hierbij stoïcijns vooruit.

“Ja…..” is dan mijn antwoord.

“SCHAT…..” verder komt ze niet ook bij deze tweede poging.

“JA…….Wat is er” roep ik dan wat geïrriteerd.

“Nou zeg, je hoeft niet zo pissig te doen hoor! Je rijdt weer eens veel te hard, je mag hier maar zeventig hoor.!!”

“Dan moet je zeggen je rijdt te hard! Dan weet ik ten minste wat je bedoelt. Als je alleen maar ‘schat’ zegt dan weet ik niet wat je wilt. Je moet zeggen wat je bedoelt.”

Even is het dan stil, tijd om te hergroeperen dus!

“Je weet precies wat ik bedoel als ik zeg schat…. Dat weet je donders goed, houd je maar niet van de domme!!”

“ik kan toch niet jouw gedachten lezen!! Misschien zeg je wel schat tegen me om me te laten weten dat je van me houdt, zou toch kunnen?  Trouwens ik reed helemaal niet te hard want je mocht daar 90 rijden en geen zeventig!”

Nou, die kwam binnen hoor. Dacht ik.!!

“Je reed gewoon te hard, als je daar negentig mocht, dan reed je gewoon 95, ik ken je toch. Je rijdt altijd te hard!”

 

Nu was ik met stomheid geslagen, zoveel vrouwen logica was net even te veel van het goede. “Begrijp ik nou goed dat je zomaar wat zit te roepen zonder dat je weet hoe hard ik rijd of hoe hard je hier mag rijden? “ riep ik met een verheven stem.

“Je hoeft niet meteen te gaan schreeuwen hoor!”

Nu was het tijd voor Sjipke om zich in de strijd te mengen, er klonk een vervaarlijk gegrom vanaf het kussen tussen ons in en ‘meneer’ verhief daarbij even het hoofd en maakte, zo mogelijk, een nog dieper rochelend geluid, waarmee hij duidelijk blijk gaf van zijn afkeuring.

“Zie je nou, dat beest vindt ook dat je schreeuwt, je doet het gewoon expres om ons te pesten!”

“Wat doe ik nou expres? Ik was nu volledig het spoor bijster “sinds wanneer ben jij Martin Gaus?

Waar gaat dit nou eigenlijk over?” vroeg ik meer hypothetisch, dan dat ik ook een antwoord verwachtte!

“Over dat schreeuwen van je, doe toch eens normaal!”

“Ik schreeuw omdat jij je onredelijk gedraagt, daarom schreeuw ik! Normaal ben ik de rust zelve, als jij je niet zo onredelijk gedraagt is er niks aan de hand!” Riep ik verongelijkt uit.

“O ja, het zal mijn schuld niet zijn, natuurlijk heb ik het weer gedaan, nou ik zeg gewoon niks meer!.” Om haar woorden kracht bij te zetten slaat ze demonstratief de armen over elkaar en gaat ‘niets zeggend’ naar buiten zitten kijken. Sjipke staat demonstratief op en draait zich ook om en ligt nu met zijn kont naar voren half tussen ons in. Hierbij laat hij een diepe zucht!  Ten minste dat dachten we in eerste instantie.

 

Na even verongelijkt voor ons uit te hebben zitten staren hoor ik een zacht gesnuffel naast me. Ik besluit gewoon niet te reageren, ik laat me toch niet kennen zeker.

Plotseling wordt het gesnuffel heviger, ik kijk nu uit mijn ooghoeken om te zien wat het is dat haar tot tranen toe heeft bewogen. Zou ik misschien toch te hard hebben geschreeuwd om zoiets onbenulligs? Gaat even door mijn hoofd. Nu kijk ik even goed naar Els en zie dat dat gesnuffel niets te maken heeft met verdriet,  maar dat ze haar neus het werk laat doen. Plotseling verschijnt er een grote smile op haar gezicht als ze me aan kijkt.

“Word je niet goed?”is mijn bezorgde reactie.

“Ruik je niks? Ruik een goed! Dan moet je toch wat ruiken, toch?”

Ook ik steek nu mijn gok recht omhoog en snuffel erop los.

Plotseling verschiet ik van kleur en roep:

 “Godallemachtig, wat is dat voor een lucht! Niet om te harden zeg!”

Naarmate ik meer ruik, neemt de bulderlach van Els gevaarlijke proporties aan. Ik schiet nu ook in de lach. De zucht die Sjipke liet, waarvan Els en ik dachten dat hij daarmee te kennen had gegeven dat hij genoeg had van dat gekibbel, bleek dus gewoon een ordinaire scheet te zijn geweest.

Ach, ik zeg maar zo:

”Die scheet, juist op dat moment, heeft de lucht behoorlijk  geklaard tussen ons! “

 

Doel bereikt!

Die rit verliep verder in een gemoedelijke sfeer, beiden lieten het besturen  van de auto aan mij over en ik heb ze heelhuids daar gebracht waar we wezen wilden namelijk de OBI in Papenburg.

Nou is de OBI een van Sjipkes favoriete winkels. Hij loopt, normaal, vrijwel nooit aan de lijn en blijft altijd netjes in de buurt van ons. Als we een winkel binnen gaan dan gaat hij aan de lijn.

Niet bij OBI dus. Daar kan hij zich vrij bewegen tussen de stellingen door, het vaste personeel kent hem en begroet hem als een oude vriend die binnenkomt. Hij draagt zelf zijn riem, netjes in zijn bek en kijkt parmantig om zich heen. Herkent het personeel en stapt er direct op af als hij een bekende ziet.

 

Bij binnenkomst werden OBI vlaggetjes uitgedeeld aan de kinderen Sjipke stond onderzoekend voor de jongen van OBI en keek wat het allemaal was wat hij in zijn handen had. De OBI-jongen keek mij aan en vroeg:   “Mag hij er ook een?”

Ik knikte en de jongen hield een vlaggetje voor zijn bek. Voorzichtig nam hij het aan en liep, zo trots als het maar kon met zijn nieuwe aanwinst de winkel in.

 

Sjipke geniet van alle aandacht die hij krijgt. Hij laat zich gewillig toespreken en hoort graag aan hoe men hem ‘süß’ (lief, zoet) noemt en achter zijn oren krabt. Zo hobbelt hij van de een naar de ander en geniet met volle teugen van alle aandacht die hij zo genereert.

Na zo’n stief kwartiertje begint het hem duidelijk te vervelen en probeert hij Els en mij duidelijk te maken dat het welletjes is.

 

Meneer gaat dan dwars voor ons staan als we een andere kant op willen lopen als waar de uitgang is. Dat is zijn manier om de ‘roedel’ te dwingen in een bepaalde richting. Eenmaal aangekomen bij de kassa sluiten we netjes aan in de rij. Er zijn zo’n vier of vijf mensen voor ons.

Een voor een gaat hij die mensen ongegeneerd staan te bekijken. Hij gaat voor ze staan en neemt ze een beetje minachtend van kop tot teen in zich op en loopt vervolgens naar de volgende in de rij. Deze roept hem en wil hem aaien en dus negeert hij de man en loopt hem straal voorbij.

 

De volgende in de rij is een wat oudere vrouw die vertedert naar hem staat te kijken. Hij neemt zijn tijd om haar in zich op te nemen, op het moment dat hij haar aankijkt maakt ze een, nauwelijks waarneembare, beweging met haar hoofd. Sjipke kijkt haar diep aan en bedenkt zich geen moment en steekt zijn kop tussen de vrouw haar knieën, hetgeen bij de vrouw een,  onderdrukt,  kreetje oproept van schrik.

Ik haast me om  haar uit te leggen dat mijn vrouw hem dat, onbewust, heeft aangeleerd.

Vroeger, toen hij klein was , deed hij dat regelmatig bij Els. Els ‘beloonde’ dan dat gedrag door hem achter zijn oren te krabben en in zijn nek te kroelen. Sindsdien denkt hij dat elke vrouw wel begrijpt wat ze moet doen als hij zijn kop tussen haar benen steekt. (Tja en zo werkt het dus niet hé, jongens!!!) De vrouwen bij wie hij het doet nemen het meestal sportief op en beginnen spontaan achter zijn oren te krabbelen. Hetgeen hem weer bevestigt in zijn gedrag.

 

De laatste klant in de rij is een jong stelletje met een baby’tje in een kinderwagen dat zachtjes van die kleine kirrende geluidjes ligt te maken. Dit trekt natuurlijk zijn aandacht. Kleine kinderen en met name baby’s zijn machtig interessant. Hij heeft eens uren bij een baby’tje van een week of vier gelegen van een nichtje dat bij ons logeerde. Telkens als er geluid uit het kind kwam was hij alert en attent. Als het kindje weer zachtjes insliep zag je zijn koppie ook weer wegzakken. Kinderen zijn dus per definitie leuk. Likken aan de handjes (ach, noem me een klein kind dat geen kruimels aan zijn handjes heeft of sporen van melk?) is ongeveer het leukste wat er is toch!? Het jonge stelletje liet hem even in de wagen kijken en toen was het goed.

 

Vol trots stapte hij het hokje binnen van de caissière, de klanten moesten maar even wachten eerst vond er een innige begroeting plaats tussen twee oude bekende. De caissière zakte door de knieën en het was een knuffelpartij. Normaal staan de klanten altijd te mopperen als het even iets langer duurt dan normaal, maar nu dus niet. Iedereen in de rij had het grootste plezier om de begroeting van beiden.

 

Als we aan de beurt zijn om af te rekenen komt meneer weer langzaam in de benen, hij heeft keurig liggen wachten bij de caissière. Nog steeds zijn riem en het veroverde vlaggetje stijf in zijn bek. Hij loopt alvast naar de uitgang. Daar bij de deur komt nog een van de jongens van OBI aangelopen om hem even te aaien.

“Ik hoorde dat hij in de winkel was en had hem nog niet gezien, dus ik denk ik ga snel even gedag zeggen voordat ze weer weg zijn” verklaarde hij zijn gedrag.

“Ik heb nog een vraag, zou ik een foto mogen maken van hem ?”

Ik schoot in de lach

“Ja, natuurlijk jongen. Geen enkel probleem!” zei ik.

Gelijk kwam een collega behulpzaam aangelopen, de jongen zette zich op zijn hurken en zonder ook maar iets te hoeven zeggen had Sjipke al in de gaten wat er van hem verwacht werd. Hij zette zich naast de jongen, de neus vier omhoog, OBI vlaggetje in de bek!

Zijn dag kon niet meer stuk !!!

De jongen bedankte me en nam lachend afscheid.

 

Een uurtje later kwamen we thuis, alles uitgepakt en dus achter de PC om even de mails door te nemen. Mijn oog viel op een onbekende naam.

Ik klikte op de mail en schoot in de lach, net zo als dat jullie nu in de lach zullen schieten bij het zien van de foto!

 

 

Het was een meer dan mooie dag voor Sjipke !!!