Die “Scheiß Ollander” toch!!

27-03-2012 16:12

 

Sinds we in Duitsland zijn gaan wonen hebben we alleen nog maar visite die blijft logeren. Meestal een dag van aankomst, een dag voor de leuke dingen en een dag van vertrek na het ontbijt.Zo ook deze week. Goede vrienden van ons, die wonen in de buurt van Bergen op Zoom, belden eind vorige week even op en al gauw was de afspraak gemaakt, dinsdag in de middag zouden ze aankomen.

Ze hadden een hele drukke tijd achter de rug en waren er echt aan toe om er even uit te zijn. Een wel erg groot uitgevallen renovering van hun huis hield ze al weken uit hun normale leefpatroon. Hun huis was inmiddels veranderd in een complete bouwput. De dinsdag, gaande weg de middag, spraken we af om op woensdag een aantal ‘doe het zelf zaken’ af te gaan struinen om de laatste spulletjes voor hun nieuwe badkamer te scoren. Aansluitend wilden we dan in de middag nog wat tijd doorbrengen in het grote winkelcentrum van ‘FAMILA’ gelegen aan de rand van Oldenburg. Oldenburg ligt weer op zo’n kleine twee honderd kilometer van de Nederlands / Duitse grens.

De inkopen in de ‘doe het zelf zaken’ waren onverwacht snel en goed verlopen. We verbaasden ons er weer over dat het toch wel een erg groot prijsverschil is met Nederland en dat het dus best de moeite waard was om even de grens over te wippen voor dat soort inkopen. We waren in een uitgelaten stemming, zo’n beetje een gevoel van dat de hele wereld ons vandaag toelachte en we lachte dan ook ruim hartig terug. Ongemerkt, door het vele geklets, draaide ik de immens grote parkeerplaats op van het winkelcentrum. Het zoeken naar een parkeerplekje had een aanvang genomen. Wat op viel was dat de parkeerplekken voor negentig procent gevuld waren en dat daar veel ‘Nederlanders’ tussen stonden. Die gele kentekens vielen natuurlijk erg op, tussen al die witte Duitse platen. Daar wij nu ruim vier jaar in Duitsland wonen is mijn auto, uiteraard, ook voorzien van een paar echte Duitse platen, de goeie "opletter" kan zien aan de prominent aanwezige letters NL in mijn kenteken dat ik van oorsprong Hollander ben. Net als vele Nederlanders die de overstap hebben gemaakt, heb ook ik ervoor gekozen om het dierbare NL, als een soort van geuzen uiting, een plekje te geven op het kenteken.

Zoals gezegd, de stemming in de auto was uitgelaten, vrolijk en lacherig. Zelfs na, voor de tiende keer, een laantje te zijn door gereden en weer geen parkeerplekje gevonden te hebben bleven we de moed erin houden. Plotseling klonk het uit drie kelen te gelijk bij mij in de wagen: “DAAAAAR !!!” mijn drie passagiers hadden vrijwel gelijktijdig een plekje ontdekt aan het einde van het laantje. Er kwam een auto uitgedraaid, die duidelijk ging vertrekken. Ik zette gelijk mijn richtingaanwijzer uit naar links, ten teken dat ik voornemens was om in te parkeren op de plek die zojuist vrij was gekomen. Van de andere kant van het laantje kwam een auto aangereden met de onmiskenbare gele plaat. Het moest dus een Nederlander zijn. Zonder blikken of blozen draaide hij de parkeerplek in en gaf ons het nakijken. Zoals gezegd, de stemming in de wagen was opperbest en zeker niet kapot te krijgen door dit gedrag van deze man.

Natuurlijk vlogen, lacherig, de verwijten aan de man zijn adres door de auto. Bij het langzaam voorbij rijden zag ik de man uitstappen en me nogal chagrijnig aankijken, met een redelijk triomfantelijke blik. Waarop ik hard, uitgelaten, riep tegen mijn mede passagiers: “ daar heb je weer zo’n  “Scheiß Ollander “. De Duitse variant op de veel, in Nederland, gebezigde uitdrukking: “daar heb je weer zo’n rot mof!”

De man was kennelijk bij machte om mijn lippen te lezen, en ontplofte bijkans. Ondanks dat we zaten te lachen reageerde de man als door een horzel gestoken. Ik was inmiddels de ‘plaats delict’ voorbij en draaide tweemaal naar links en kwam vervolgens weer achter de plek uit waar de Nederlander had geparkeerd.

De man kwam nu aanstormen met een gebalde vuist en in zijn kielzog, naar ik aan neem, zijn volgzame vrouw. Die uit alle macht trachtte hem af te stoppen. Hetgeen op zich weer een redelijk komisch effect had. Een man met een  rood aangelopen hoofd die uit alle macht trachtte te ontkomen aan de greep van zijn vrouw, wild schreeuwend tegen mij dat ik hem geen ‘Scheiß Ollander’ mocht noemen.

Ik liet de auto iets langzamer rijden om de man een kans te geven, zonder zich overmatig te moeten inspannen, de wagen bij te benen. Onderwijl had ik het raampje al laten zakken. Met een niet mis te verstaan Amsterdams accent riep ik de man toe: “Wie Biete??”  De lol in de auto nam hand over hand toe. Het was natuurlijk ook te zot voor woorden. Op een overvolle Duitse parkeerplaats, twee Nederlanders die elkaar de pan stonden uit te vegen in hun beste Duits! De vrouw die als anker fungeerde voor een ophol geslagen man en drie passagiers die in hun broek zaten te piesen van het lachen.

Het had op de man alleen maar een averechts effect. Hij schudde zijn vrouw van zich af en werd daardoor als het ware gelanceerd in onze richting. Hij had zijn tweede adem gevonden en begon een aantal nogal grove verwensingen te uiten aan mijn adres. Op dat moment leek het mij verstandiger om hem niet langer in het Duits toe te spreken maar gewoon, met een onvervalst plat Amsterdams accent. Het Duits bleek te werken als een rode lap op een op hol geslagen stier.

“Zeg, ben jij nou eeuwig besodemietert. Je kunt hier niet als een idioot te keer gaan. Niemand ontneemt je het recht om daar te parkeren, en dat we lol hebben geeft jouw nog niet het recht om je te gedragen als een idioot.” Gooide ik hem naar zijn rode hoofd.

De man stopte zo abrupt dat zijn vrouw hard tegen hem aanknalde, zijn mond viel open, zijn lippen trachtten woorden te formuleren, maar er kwam geen geluid meer uit. De man was werkelijk met stomheid geslagen en had geen weer woord meer toen ik hem in het Nederlands antwoordde.

We hebben nog hartelijk gelachen om dit komische voorval. Nadat we eindelijk een plekje hadden gevonden voor de auto zijn we het winkelcentrum ingegaan.

Na ongeveer een uur en vele plastictasjes later, kwamen een man en een vrouw ons tegemoet lopen. De man zijn hoofd dook naar beneden en liep ons een beetje besmuikt voorbij. We keken elkaar aan, en schoten gelijk in de lach!

Die “Scheiß Ollander” toch!!