2012 , is dit echt het einde?

26-03-2012 23:17

“Hoi, ben je er nog ?”……… “Ben je er nog ?”……..   “Voor de laatste keer, ben je er nog?”

 

Ik hoor niets meer, alles is stil en verlaten om me heen. Ik zie niets meer alles is donker en grauw om me heen. Ik ruik ……nee, ik ruik ook niets meer. Geen fris geurende buitenlucht, geen dampig mos en geen rottende bladeren aan de voet van de oude eik. Er is gewoon niets meer te zien of te horen of te ruiken!!

   

Ik loop verder. Ik zie in de verte een vaag schijnsel, ver weg maar het is het enigste wat er te zien is en houd mijn aandacht vast. Zou iedereen daar zijn? Zouden ze daar met elkaar wachten op wat komen gaat? Steeds weer die vragen, wat is er in godsnaam gebeurd? Waar is iedereen? Waar zijn ze allemaal?

Het schijnsel wordt feller, het licht wordt heviger. Daar ……ik zie iets, nee iemand bewegen in het licht. Nee, er is niks. Het is verbeelding. Ik kijk rond, draai om mijn as en kijk….maar ik zie niks. Alleen dat licht daar ver weg. Dat licht dat feller wordt en nog sterker lijkt te schijnen.

“Is daar iemand?”……………..weer die stilte! Is daar iemand, alsjeblieft geef antwoord!!!………..   “

Weer geen reactie, ik dool verder en verder nog steeds richting licht. Hoe verder ik loop des te verder lijkt het licht weg. Ik versnel mijn pas, ik wil niet verder achterop raken bij het licht. Ik wil bij blijven, ik wil niet alleen eindigen, ik wil niet nog eenzamer worden, ik wil………

Weer een schaduw die beweegt. Ik roep nogmaals en weer geen enkele reactie. ‘Ze doen het erom, ze laten me maar zoeken en houden zich schuil’ is wat door mijn gedachten gaat. Ik sta stil, ik geef het op. Ik ga op de grond zitten en wacht op de dingen die komen gaan.

Het duurt een eeuwigheid en ik krijg slaap. Je kan toch niet gaan slapen als je hier zit. Er is hier niks, alleen de grote leegte en dat vermaledijde licht, dat ook weer gestopt is. In het licht en zonder dat er wat is kan je niet slapen, zo is het nou eenmaal. Dus ben ik wakker. Maar als ik wakker ben dan is dit dus echt. Het wordt verwarrend droom ik nu?……….. of ben ik wakker? …………. Als ik wakker ben dan is er iets goed mis en als ik droom…… dan is het niet prettig!

Ik doe mijn ogen open en verwacht dat ik alles weer zie, voel en ruik. Ik heb gewoon gedroomd en alles is weer zoals het hoort. Vooruit, niet zo treuzelen doe open die ogen. Ik moet me zelf toe spreken om iets te ondernemen. Net op het moment dat ik mijn ogen wil openen ruik ik plotseling mijn hond. Ik durf ze niet te openen, ben bang dat het niet echt is en nu ruik ik tenminste nog iets. Als ik ze open is het weer voorbij. Ik voel zijn natte neus heel voorzichtig langs mijn gezicht gaan, snuffelend zoekt hij naar herkenning. Het snuffelen wordt minder het is als of hij achteruit wegloopt. “Hier, Sjipke kom hier” probeer ik nog hij luistert niet. Gelukkig, dat heeft hij nog nooit gedaan.

Weer die stilte, weer is er helemaal niets. Geen geluid geen reuk, niet donker en niet licht, er is gewoon niets. Wat heeft dit nou voor zin? Waarom weet ik niet waar ik ben, waarom weet ik niet waar iedereen is? Het is niet leuk zo alleen, niemand of iemand om iets mee te delen. Alleen met je gevoelens en je gedachten. Dat maakt ze somber. Gedachtes en gevoelens zijn alleen leuk om te delen. Delen met je naasten. Delen met je geliefde. Dat maakt het bestaan pas zinvol. Deze leegte kan je niet delen, deze leegte ie gewoon …….leeg?

Weer denk ik wat te horen, ik ga nu ook twijfelen of ik wel of niet iets hoor of dat ik mij alleen inbeeld dat ik denk dat ik iets hoor. Het is zo verwarrend! Heel ver weg klinkt het zachte huilen van een klein kind, ik draai me om en plotseling komt het gewee klaag van de andere kant. Ik draai me weer in de richting van waar het geluid vandaan komt. En weer is de richting veranderd waar het geluid vandaan komt, weer draai ik me om en weer……..

Ik draai niet meer, het heeft geen zin, ik ben niet vlug genoeg. Ik hoor weer het klagelijke gehuil achter me, nee ik kijk niet meer.

Het huilen veranderd van toon, het huilen wordt dieper en intenser. Het veranderd van toon hoogte, het wordt krijsen. Moet ik toch kijken? Draai ik me toch weer om? Is het dan weer weg als ik kijk? Het geluid veranderd weer van toon. Het doet nu meer denken aan grinniken, het grinnikt heel zachtjes. Bijna onhoorbaar, maar ik hoor het. Ik hoor dat wat er niet is, want als ik kijk zie ik niks. Het grinniken word nog intenser, het geluid hoor ik nu niet alleen nee, ik voel het. Ik voel de hoge tonen van het grinniken als een steek in mijn hoofd. Het grinniken wordt zwaarder, de toon gaat van hoog naar lager, ik voel het nu ook niet meer in mijn hoofd, nee het zakt af en grijpt me bij mijn keel. Van mijn keel voel ik het zakken naar mate de tonen lager en dieper worden, naar mijn maag en onderbuik. Zo’n gevoel als je bij zwaar onweer beleefd een diepe rommel die dwars door je buik heen te voelen is.

Plotseling weer die stilte. Weg is alles weer. Ik moet mijn ogen openen om er achter te komen wat er aan de hand is. Ik ben bang voor dat gene dat er misschien is….of niet meer is. Die onzekerheid? Dat vreemde? Wat is het dan waar ik zo bang voor ben? Dat ik nog maar alleen ben over gebleven? Dat ik alleen ben weggegaan en alles heb achtergelaten? Juist die onzekerheid maakt het allemaal zo angstig. Zo benauwd. Zo beklemmend.

De spanning in mijn lijf moet ik kwijt, die spanning beïnvloed mijn denken. Ik moet ontspannen. Ik moet weer grip krijgen op mijn lijf. Vooruit doe je ogen open en aanschouw je omgeving. Kijk naar wat er is en stop met ronddwalen in je hoofd. Leg die angst van je af. Ik ga het doen, nu. “Ik doe nu mijn eigen open” hoor ik mezelf zeggen. Het is genoeg geweest, vooruit, hoe moeilijk kan dat nou zijn?  Doe open.

Weer die stilte, die leegte, dat niks. Weer denk ik wat te horen, Voetstappen dit keer. Ze naderen. Ze staan plotseling stil. Ik hoor het getrippel van een hond zijn nagels op het laminaat. Ze staan plotseling stil. Ik voel een zachte luchtstroom in mijn gezicht, als of iemands adem de lucht in beweging zet. Dan, onmiskenbaar hoor ik de stem. Een stem die me toe spreekt. Een stem die veel luider klinkt als normaal, het is bijna schreeuwen. Ik versta elk woord als of ik het voor me zie, als of het is uitgeschreven.

“Hoi, ben je er nog ?”……… “Ben je er nog ?”……..   “Voor de laatste keer, ben je er nog?”

Dat klinkt bekend. De woorden zijn van mij. Ik heb ze zojuist uitgesproken. Maar het geluid van de stem is niet van mij. De stem is van een ander, bekend dat wel, maar van een ander. De stem is van ………………en weer klinkt het……

“Hoi, ben je er nog ?”……… “Ben je er nog ?”……..   “Voor de laatste keer, ben je er nog?”

Ik doe heel voorzichtig een oog open, bang om te worden geconfronteerd met wat ik ga zien.

Bang, dat ook dit weer niet klopt. Bang voor de realiteit misschien? Mij tweede oog gaat ook open, gelijkertijd hoor ik weer het geroezemoes van het leven om me heen. Ik ruik verse bloemen en koffie, met croissants. Ik ruik de aanwezigheid van mijn vrouw. Het leven ruikt weer zoals het hoort, levend dus. Ik kijk en zie mijn vrouw lachend en voor over gebogen aan mijn bed staan, mijn hond staat, druk kwispelend naast haar en is blij.

Ik kijk verdwaasd en geschrokken in de rondte. Mijn vrouw zegt: “Hé, hé, dat werd tijd. Weet je wel hoe laat het is? Dat is niet normaal hoor, je hebt ruim 24 uur geslapen en je kijkt nog steeds niet erg fris uit je ogen! Kom, ik heb koffie, een croissantje en een krantje in de keuken liggen. Kom nu, anders wordt het koud en het krantje oud”

Ik kom overeind, sla een arm om haar heen en zeg ”Ik ben blij dat ik wakker ben. Hoe laat is het eigenlijk?” vraag ik. “Het is half elf, dus je hebt een flinke ruk gemaakt.”

“Wat voor dag is het?”

Ze lacht me toe “het is 22-12-2012”

Ik kijk haar aan en lach “God zij gedankt, we zijn er nog”