Ziekenhuis opname

26-03-2012 22:00

 

Zo snel mogelijk erin en je bent nog niet binnen of je wil alweer weg !
Waar gaat dit over? Zult u zich mogelijk afvragen.

Ik denk dat degene die wel eens te maken hebben gehad met een ziekenhuisopname dit gedrag maar al te goed herkennen. Als je met lichamelijke klachten te maken hebt, die niet anders verholpen kunnen worden als door een medische ingreep, dan is het eerste wat je wil zo snel mogelijk aan beurt zijn voor die medische ingreep. Meestal kun je dan niet wachten tot je aan de beurt bent en gaat het allemaal niet vlug genoeg.

Natuurlijk wil je dat je op een goede manier wordt geholpen en natuurlijk staat de kwaliteit van de behandeling voorop.
Maar je staat te trappelen om te worden opgenomen in het ziekenhuis waar de behandeling plaats moet gaan vinden. Het hoeft niet snel te zijn, als het maar vlug gaat, toch!!!

Dan is de ingreep achter de rug en zou je zeggen nu is de tijd daar om rustig aan je herstel te werken. Binnen zo’n medische fabriek die we ziekenhuis noemen zijn daar dan allerlei standaard procedures voor.

Natuurlijk is daar wat voor te zeggen. Op basis van de opgedane ervaring wordt in zo’n ziekenhuis de gemiddelde opname duur gehanteerd en dat is dan zo’n beetje de tijd die ervoor staat. Vaak bestaat ook de indruk dat niet zo zeer gekeken wordt naar het feitelijke herstel van de patiënt maar dat er meer gekeken wordt of het aantal opname dagen, behorend bij de kwaal al is bereikt.

Nou moet ik onmiddellijk erkennen dat in Nederland de patiënten mondiger worden en dat meer geluisterd wordt naar de patiënten en gekeken wordt naar de individuele patiënt,vaak echter is er nog altijd spraken van een redelijke afstand tussen patiënt en dokter. Vaak ook zie je, vooral bij de wat oudere mensen, dat je niet te veel lastige vragen moet stellen aan een dokter. Je niet al te kritisch moet zijn tegen je behandelaar. Vaak wordt dus assertiviteit verward met disrespect.

Is de situatie in Nederland reeds door geschoten en maken sommigen patiënten hun behandelend artsen uit voor rotte vis en vinden zelfs verbaal en fysieke bedreigingen plaats, in Duitsland is de hiërarchie binnen een ziekenhuis nog maatstaf gevend. Voeg daarbij dat de Arts nog steeds behoort tot het establishment van de maatschappij en zij met een, bijna, slaafse wijze benaderd worden door hun patiënten en door de verpleegkundigen binnen het ziekenhuis en je begrijpt dat er geheel andere verhoudingen heersen. Voor een Nederlander, (met ook nog een Amsterdamse afkomst) is dat vaak moeilijk te begrijpen.
Hetgeen in mijn geval heeft geleid tot een, soms hilarisch, beleven van een andere manier met elkaar omgaan.

Het Duitse ziekenhuis 

Opgenomen zijn in een Duits ziekenhuis is even wennen. Natuurlijk pas je je aan, aan de heersende normen en waarden. Maar wel met een Hollandse nuchterheid. Net als in Nederland gaan er natuurlijk onderzoeken en gesprekken vooraf aan de uiteindelijke opname. Het grote verschil daarbij is dat je vaak, als het nodig is, dan ook binnen een week je kunt melden bij het ziekenhuis voor operatie en verdere behandeling. De gesprekken en voor onderzoeken vinden poliklinisch plaats, daar waar er bij ons een maatschap is van samenwerkende artsen, is er hier nog spraken van een strikt hiërarchische lijn die gevolgd wordt.
Dat begint met de “Chefarzt” dan komt de “Oberarzt” dan is daar de “Algemeinarzt” en nog een aantal artsen erom heen waarvan het absoluut niet duidelijk is of het nu loopjongens zijn of studenten. Tot slot wordt het circus gecomplementeerd door de hoofdverpleegkundige van de betreffende afdeling.

Als nieuwe, interessante, patiënt wordt je het eerst gezien door de Chefarzt. (de mindere interessantere gevallen komen automatisch terecht bij een arts die lager in de hiërarchie staat.) De Chefarzt doet het onderzoek en communiceert met de patiënt, in het algemeen, via de altijd aanwezige verpleegkundige en het liefst niet rechtstreeks met de patiënt. Hetgeen de volgende situatie opleverde:

Chefarzt, richt zich dus tot de verpleegkundige met de vraag: “Kunt u mij zeggen wat de heer voor klachten heeft?” Naïef als ik nu eenmaal ben probeer ik zelf het antwoord te geven. Hetgeen mij op een bestraffende blik komt te staan van de ‘arzt’ en een wat verontwaardigde blik van de verpleegkundige. Vervolgens draaien ze zich om en gaan verder met elkaar ingesprek over mij.

Kijk dat laat ik, als rechtgeaarde Nederlander, niet over mijn kant gaan. Ik begin dus vragen te stellen maar dan wel rechtstreeks aan de ‘Chefarzt’. Door hem rechtstreeks aan te spreken haal je die goede man uit zijn comfortzone en je ziet hem vervolgens nerveus beginnen te draaien. Zich duidelijk geen raad wetend met de nu ontstane situatie.

Hij begint vervolgens een verhandeling te houden over de kwaal, de diagnose en de voorgestelde behandeling die hij voorstaat. Hij begint, manhaftig, met zijn blik gericht op mij. Even heb ik het gevoel dat hij met mij communiceert, maar al snel zie ik dat zijn blik weer afdwaalt richting verpleegkundige. Ik tracht hem bij de les te houden door mijn hoofd een beetje mee te draaien in de richting die hij nu op kijkt en hem zo, min of meer te dwingen, om mij aan te blijven kijken. Plotseling stokt zijn verhandeling en staart hij mij aan en vraagt, oprecht verbaasd:
“Wat doet u?”

Ik leg hem uit dat ik het gewend ben om iemand aan te kijken als hij of zij de moeite neemt om mij iets uit te leggen. Schouder ophalend draait hij terug in de positie waarin hij zat en kan ik weer rechtop gaan zitten. Hij pikt de draad van zijn betoog weer op.

De man kan niet anders. Automatisch draait hij zich weer langzaam in de richting van de verpleegkundige die zich nu ook wat ongemakkelijk begint te voelen in haar rol van toehoorder. Het is van haar gezicht af te lezen dat ze zich staat af te vragen of ze nu nog langer deelnemer is aan het gesprek of dat ze toehoorder is geworden. Maar dan een toehoorder zonder verdere inbreng en eigenlijk overbodig. Ook zij begint nu nerveus te draaien.

Met een luid ‘Ahum’ van mij breng ik hem weer in het gareel. Met een schok draait hij zich terug in mijn richting. Het hele proces herhaald zich nog een aantal malen. Aan het einde van het gesprek is de conclusie dat ik ambulant, zeg maar middels een dagopname, geholpen zal worden aan mijn kwaal en dat ik verdere afspraken kan maken met de verpleegkundige. De ‘Chefarzt’ staat op en neemt met een knikje in mijn richting afscheid en meld ter loops aan de zuster dat een snelle opname wenselijk is.

Nadat de ‘baas’ is vertrokken ontvouwt zich een vage glimlach op het gelaat van de zuster. Ik kijk haar aan en nu begint ze openlijk te lachen. “Dat zijn we hier niet gewend, een patiënt die de dokter zo benaderd. Dat is de dokter ook niet gewend, hij heeft het daar een beetje moeilijk mee.!” zegt ze wat vergoelijkend.

“Jullie Hollanders zijn altijd zo ‘lokker’ (losjes) in de omgang. Dat kennen we hier niet , het gaat hier altijd zo formeel. Dat je zo doet tegen de Dokter dat zal een Duitse patiënt niet snel doen.”
Er vervolgens snel aan toevoegend “Ik vind het veel prettiger hoor, als het allemaal wat losser gaat!”

De Opname in het ziekenhuis 

De dag van de ingreep meld ik me bij de balie voor ambulante operaties (operaties in dagbehandeling) Daar blijkt men totaal niet op de hoogte te zijn van mijn komst. Na een hevige zoek tocht in de papieren ontstaat er een lichte paniek bij de baliemedewerkster die mijn aankomst moet registreren. “U weet toch wel zeker dat u vandaag geholpen zult worden?”
Ik amuseer me met de vraag en zeg met een brede grijns “Wat dacht u, daar is er weer zo eentje? Loopt zomaar binnen en kijkt of ze in me kunnen snijden? “ Het antwoord bestaat uit een schouder ophalend gesnuif, waarmee ze kennelijk te kennen wil geven dat dit soort humor aan haar niet besteed is.

Ze grijpt de telefoon en belt kennelijk met de verantwoordelijke voor het feit dat ik hier nu sta. Na twee tellen legt ze de hoorn met een klap op het toestel, kijkt me geïrriteerd aan en zegt: “U moet hier helemaal niet zijn, u had zich moeten melden voor een ‘stationaire’ (gewone) opname. U word gewoon opgenomen en pas morgen geopereerd. Gaat u daar nu maar naar toe en dan helpen ze u daar wel verder.” Duidelijk opgelucht dat de fout niet in het systeem zat maar dat die “bleude Ollander” niet goed geluisterd had nam ze afscheid van me en liet me perplex staan. Onmiddellijk de draad weer oppakkend en zich stortend op de volgende patiënt. Ik stond als aan de grond genageld. Ik moest even de slag verwerken dat ik niet vandaag weer naar huis zou gaan maar dat ik, kennelijk, een paar dagen mocht gaan genieten van de gastvrijheid van het ziekenhuis. Dat ik verbaasd en verstijfd was gaf niet zo’n probleem, wel de plek waar dit gebeurde. Met met een los handgebaar maakte de dame achter de balie duidelijk dat ik even opzij moest gaan omdat ik, de plek waar ik stond, de verdere afhandeling hinderde. “Gaat u nu maar naar opname” daarmee het hele probleem verleggend naar het volgende loket.

Ik realiseerde mij dat dit consequenties had. Natuurlijk had ik er niet opgerekend te moeten blijven. Ik had dus helemaal niets bij me. Slechts een handdoek, een schone onderbroek, me Ipad, nog wat kleingeld en mijn telefoon had ik meegenomen. Eerst maar eens met mijn vrouw bellen om te kijken hoe die zou reageren. Die verwachtte mij immers ook weer gewoon thuis, later op de dag.

Bij haar was de schok ook duidelijk waarneembaar. Net als bij mij was de eerste reactie van dat kan niet want…………..en dan volgende gebruikelijke excuses waarom het onverwachte geen doorgang kan vinden.
Binnen een paar tellen keert dan de realiteit weer terug. Natuurlijk moet je het door laten gaan, je hebt je er nu helemaal op ingesteld. Weer een week wachten lost ook niets op en geeft alleen maar weer onnodige spanning. Alle problemen zijn op te lossen dus we gaan ervoor.

Ach, de opname zelf verloopt feitelijk via de zelfde procedure als in willekeurig welk Nederlands ziekenhuis. Het hele circus moet je door, bloedprikken, röntgen, beklopt worden aan alle kanten door een vage man, naar het zich liet aanzien van Indiase afkomst, in een dokters jas, die nog slechter de Duitse taal beheerst dan ik. Wat op zich ook wel weer tot de nodige komische momenten heeft geleid.

Het lichamelijk onderzoek 

“Hose unter?”
Ik keek hem verbaasd aan wat hem deed besluiten om het nog maar eens te herhalen maar dan met de volume knop op standje 10.“Hose unter!”
Daar ik voor een algemeen onderzoek naar hem gestuurd was begon ik mijn broek los te knopen en liet de hele handel tot op mijn enkels zakken. “Nein, nein Hose anhalten, unter”
Ik zag het licht en begon te lachen. Trok mijn onderbroek weer omhoog en stapte uit mijn broek. Hij had dus bedoeld dat ik mijn kleren uit moest trekken en mijn onderbroek moest aanhouden. Ik keek hem lachend aan en zei dat het best wel een probleem is als we beide de Duitse taal niet helemaal beheersen, dat dat dan tot vreemde verwarringen kan leiden.

Die mening deelde hij dus niet, “Ich spreche serh good Deutsch” en dat herhaalde hij nog twee keer om zijn woorden kracht bij te zetten. Het had geen zin om hier over in gesprek te gaan, hij was ervan overtuigd dat hij zeer goed de Duitse taal beheerste en wilde zich absoluut niet laten overtuigen van het tegenovergestelde. en ik zei dus maar “Ich nicht” en vond het welletjes zo.

Vervelend was dat hij, in dat zelfde hakkelige Duits, me nu ging uitleggen wat me te wachten stond tijdens de operatie. Toen hij merkte dat ik kennelijk moeite had met het begrijpen van zijn gebrabbel, vroeg hij mij in het beste Duits dat hij beheerste of ‘ik ook Engels sprak’. Toen ik dit bevestigde begon hij, duidelijk opgelucht, in helder Engels uit te leggen wat er ging gebeuren.

Hij pakte zijn Iphone en liet me zelfs een filmpje zien van de geanimeerde Longo operatie die me te wachten stond. Zeer duidelijk geïnformeerd dus.
De rest van het gesprek hebben we voortgezet in het Engels. We namen afscheid en hij vroeg me of ik voldoende geïnformeerd was. Ik bevestigde dat en zei dat het veel vlotter ging in het Engels dan in het Duits. Hierop kreeg hij een heel ander gelaatsuitdrukking, rukte bijna zijn hand los en zei in moeizaam verstaanbaar Duits, dat hij het jammer vond dat ik de Duitse taal zo slecht kon verstaan! Hij beheerste het Duits toch uitstekend !!

De verschillen 

Natuurlijk zijn er verschillen met de Nederlandse ziekenhuizen, de omgang vormen met het personeel zijn bijvoorbeeld veel formeler dan dat je in de Nederlandse ziekenhuizen tegen komt. De kamers zijn wat kleiner en wat soberder van inrichting, over het algemeen zijn het twee persoonskamers met een badkamertje, alhoewel dat natuurlijk weer verschild van ziekenhuis tot ziekenhuis. Ook de verstrekkingen zijn anders. Ik heb al eens eerder beschreven dat je geacht wordt zelf zorg te dragen voor handdoeken en washandjes, deels bespaard dit natuurlijk gigantisch op de wasserijkosten van zo’n ziekenhuis en deels wordt dit gedaan omdat de meeste het prettiger, hygiënischer, vinden om hun eigen bewassing te hebben. Verder staat er een ziekenhuisbed, een nachtkastje en is er per kamer een televisie en daar moet je het mee doen.

De dag kabbelt voorbij, het is een komen en gaan van verschillende zusters en broeders, die zich allemaal even komen voorstellen. Tot nu toe heb ik alleen gelegen op de kamer. Plotseling ontstaat een licht rumoer op de gang, de kamer deur gaat met een zwaai open en twee, voor mij nog vreemde broeders, halen het lege bed weg. Pal daarna wordt er een bed op kunstige wijze naar binnen gemanoeuvreerd met daar in een jonge jongen van hooguit een jaar of zeventien. Aan zijn bed zijn verschillende zakken met vloeistof gehangen die allemaal via een eigen slangetje hun weg vinden naar het lichaam van de jongen. Je hoeft geen dokter te zijn om te zien dat de jongen echt ziek is en pijn heeft. Eenmaal ingeparkeerd, trekken de broeders de lakens recht en verdwijnen onder de mededeling dat ze straks nog wel even komen kijken. Hij krijgt nog snel een noodknop in zijn handen geduwd waarop hij mag drukken als hij iemand van het verplegend personeel nodig heeft.

Nu komen er twee mensen de kamer binnen, een man en een vrouw. De manier waarop ze zich gedragen verraad dat het de ouders zijn van de jongen die lijkwit en doodstil in het bed ligt. Uit de gesprekken maak ik op dat hij op zondag met spoed is geopereerd aan een blinde darm ontsteking die nog net niet de vormen had aangenomen van een buikvlies ontsteking. Na het weghalen van de blindendarm is zijn buikholte ook nog gespoeld. Kortom niet een echt prettig verhaal.

In de loop van de middag kwam mijn vrouw langs. Een van onze buurtjes was zo lief geweest om haar even heen en weer te rijden naar het ziekenhuis. Ze had een lading aan handdoeken, toiletartikelen en kleding meegenomen. De hoeveelheid was zo groot dat ik me zorgen maakte over de gedachten die mogelijk bij het personeel zou kunnen ontstaan.

“Het lijkt verdomme wel of je me eruit hebt gesodemieterd, die mensen hier denken dat ik niet meer terug mag!”
Alles werd netjes weg geborgen in de verschillende kasten en opgehangen. We zijn naar beneden gegaan om een kop koffie te drinken in het restaurantje van het ziekenhuis. Ik weet natuurlijk niet hoe het u vergaat maar in zo’n ziekenhuis willen de gewone gesprekken nooit zo vlotten.

Thuis hebben we altijd stof om over te praten, in de auto kletsen we wat af, maar op de een of andere manier is de omgeving van ziekenhuis niet echt een stimulatie om het gesprek opgang te houden. We namen afscheid met de afspraak dat ze de volgende dag niet zou komen.
Eerdere operatie bij mij, hadden geleerd dat ik na een narcose niet het meest prettige mens ben voor haar.

Eerdere operatie. 

Jaren geleden alweer werd ik in Amsterdam geopereerd in het St. Lucas ziekenhuis aan een rughernia. Daar aan was een periode van enige weken vooraf gegaan dat ik plat moest blijven liggen, in de hoop dat het zich weer zou herstellen en dat een operatie voorkomen kon worden. Dat was een zware belasting geweest voor mijn vrouw. Alles, maar dan ook werkelijk alles kwam op haar neer. Naast het spelen van ‘pleegzuster bloedwijn’ voor mij had ze ook nog een fulltime baan die haar tijd opslokte.

Het heeft allemaal niet mogen baten een operatie was dus noodzakelijk. Ik lag op een kamer met nog een hernia patiënt die twee dagen eerder was geholpen en alweer redelijk fris door de kamer en over de gang rondstapte. Kortom dat beeld gaf dus goede hoop. De dag van de operatie was aangebroken en ik ging onderzijl. Bij terug komst in de kamer zat mijn lieve vrouw al te wachten en was opgelucht dat het allemaal achter de rug was. Ik, net half wakker uit de narcose, was absoluut niet aanspreekbaar. Niet te genieten en verteerd door pijn was mijn eerste reactie, op een beetje snibbige toon: “Wat doe jij nou hier”

De manier waarop en de gekozen woorden waren niet bepaald waar ze nou op had gehoopt. De spanning van het wachten, de zenuwen over het welslagen van de operatie en de door mij uitgesproken woorden werden haar te veel. Ze barste in snikken uit. Hetgeen mij, nog steeds zwaar onder de invloed van de narcose, de uitspraak ontlokte:
“Das lekker ik lig te verrekken van de pijn en jij gaat een beetje een potje zitten janken, doe effe normaal”

Dit droeg niet echt bij aan het beter voelen van mijn vrouw. Mijn buurman probeerde de boel te relativeren door er op te wijzen dat ik me er later maar erg weinig van kon herinneren en dat mijn gedrag meer te maken had met het nog onder invloed zijn van de narcose en de pijnstillers, dan dat ik het werkelijk zo meende. Dus ze moest het me maar niet kwalijk nemen.

Daar kwam de verpleegster binnen: “Nou, meneer, hoe gaat het met u? Kan ik iets voor u doen? Is de pijn een beetje dragelijk? Het was een spervuur aan vragen met een zoet gevoosde stem afgevuurd. Zoals ik gezegd ik kan het me allemaal niet meer zo goed herinneren. Maar volgens de overlevering schijn ik toen de cruciale fout te hebben gemaakt door die jonge dame op een heel vriendelijke manier en in het bijzijn van mijn verdrietige vrouw, te hebben duidelijk gemaakt dat het met mij uitstekend ging. Dat ik heel erg blij was mat haar goede zorgen en dat het mijn verblijf hier een stuk aangenamer maakte.

“Ach, meneer. Daar ben ik toch voor, als ik iets voor u kan doen moet u het wel zeggen hoor, ik doe het met plezier. U hoeft maar te bellen en ik ben er.” De woorden moeten mij als muziek in de oren hebben geklonken, ik schijn haar nog te hebben verteld dat ik daar zeker gebruik van zou maken.

Als zo’n lieftallige dame dat aanbied, dan moet je daar wel gebruik van maken, toch. Dit alles schijn ik te hebben gezegd met een brede glimlach op mijn gezicht. Ze verdween de kamer uit en, nogmaals volgens mijn vrouw, verdween ook meteen weer de glimlach en het goede humeur en verviel ik weer in het grauw en snauw gedrag tegenover mijn vrouw.

Toen ze de volgende dag weer opbezoek kwam wees ze mij op mij gedrag van de dag daarvoor. Ik kon mij er werkelijk niets bij voorstellen. Haar verhalen over mijn gedragingen, poes lief tegenover de eerste beste verpleegster en chagrijnig tegen over haar, werden uitgebreid bevestigd door mijn kamer genood. Dat is het moment waarop we hebben besloten dat het geen zin heeft om op de dag van een operatie mij te vereren met een bezoek. Ik kan het me meestal niet meer herinneren en voor mijn vrouw is het een grote teleurstelling. Dus dat moeten we maar niet doen!

Voorbereiding op de operatie! 

Nadat ik terug was op mijn kamer zag ik dat er een kartonnen schaaltje op mijn bed lag met daarin een scheermesje en wat gaasjes. Het gebied van de operatie moest dus haar vrij worden gemaakt. De jongeman naast mij lag in een diepe en onrustige slaap. Af en toe kreunde hij wat, wat duidelijk aangaf dat hij pijn had. De deur ging open en daar kwam een broeder binnen. Hij liep rechtstreeks naar mijn bed en legde daar een soort van tafelkleedje over heen.

„Ausziehen und sich hinlegen“ was de opdracht. Mijn eerste impuls was om even de gordijnen dicht te doen tussen de beide bedden. Pas nu merkte ik dat er geen gordijnen waren in de kamer. In de Nederlandse ziekenhuizen werden de bedden afgeschermd door gordijnen die op zijn minst enigszins het gevoel van privacy gaven. Hier niet dus. Dat was even wennen.

Gewoon op bed gaan liggen op mijn buik met mijn blote toges omhoog.
Het gebied van de operatie was mijn anus en de daaruit stulpende aambeien welke zouden worden verwijderd, tevens zou een kloof worden gedicht die was ontstaan in het rectum, voorwaar geen vrolijk vooruitzicht.
Daar lag ik dan met mijn kont omhoog, een nicht als broeder die niet anders deed dan jammeren dat het er allemaal zo vreselijk uit zag en dat het wel degelijk tijd was dat er iets aan gedaan werd en dat ik veeeeel te lang had gewacht om het te laten behandelen. De klaagzang hield aan onder het scheren. Eerst de billen, de boven kant van mijn dijen en de onderkant van mijn rug. Dit ging in een redelijk rap tempo waarin de broeder uitgebreid stond te vertellen dat deze operatie wel vaker voorkwam en dat hij dan altijd de mensen moest scheren. Ja heel wat billen hadden op deze wijze bij hem de revue gepasseerd.

Even had hij nog overwogen om zich op te geven voor de Duitse versie van “Wedden dat” Hij was ervan overtuigd dat de meeste van zijn patiënten wel aan de billen zou kunnen herkennen. De organisatie wilde er niet aan en dat werd door hem erg betreurd. Ik begon mij inmiddels steeds minder op mijn gemak te voelen en wilde juist vragen of het al een beetje opschoot.

Juist opdat moment, gaf hij te kennen dat ik nu toch echt even moest meewerken, omdat hij anders handen te kort kwam. Voor ik er erg in had voelde ik dat hij mijn beide handen, die tot nu toe naast mij hadden gelegen, pakte en deze op mijn billen plaatste. “Gleich offen halten” (billen open houden!) sprak hij liefde vol.

Ik moest dus mijn billen van elkaar houden zodat hij het gebied rond mijn anus vrij kon maken van haren. Zich totaal niet bewust van de voor mij genante houding, bleef hij rustig door kwetteren. “Goh, dat is een gebied waar u zich nog nooit heeft geschoren hé. Tja dat merk ik meteen. Dat zie ik dus altijd als mensen zich daar ook scheren. O, ja, hebben ze al verteld dat u zo wie zo de eerste vier weken geen anale seks mag hebben? Niet dat ik denk dat u dat heeft hoor, volgens mij bent u gewoon hetro, toch? “
Het ging maar door, hij kon natuurlijk niet zien dat ik inmiddels met een rode kop van in gehouden schaamte op mijn buik lag. Het was ook niet bepaald het moment om een bijdehante opmerking te maken. Ik bedoel een nicht met een vlijmscherp scheermes, die je bilspleet aan het bewerken is, geeft toch een bepaald risico om daar wat tegen te zeggen.

Een diepe zucht hoorde ik boven me “zo nog even blijven liggen hoor, het scheerwerk is klaar, nu nog even de losse haartjes verwijderen. Net als bij de kapper hé!” Ik voelde een zacht briesje over mijn rug gaan en ja hoor hij stond waarachtig de haren uit mijn bilspleet te blazen. “dat gaat altijd nog het beste, gewoon blazen! Zal ik het nog even increamen, tegen het schrijnen?” Ik wist niet hoe snel ik hem duidelijk moest maken dat ik dat zelf wel even zou doen als ik me gedoucht had. “Ik had het met het grootste plezier even gedaan, hoor.” Zei hij, terwijl hij de spulletjes weer bij elkaar aan het pakken was. Hij verdween uit de kamer en riep nog even “morgenochtend kom ik u nog even een klysma zetten hoor, dus tot morgen” Een diepe zucht van opluchting ontsnapte aan mijn mond, erger kon het haast niet worden.

De dag van de operatie. 

De dag van de operatie begon vroeg. Niets meer eten en drinken zoals gebruikelijk en ik zou als derde aan de beurt zijn had men gezegd. Naar verwachting zou ik om een uur of tien van de kamer worden gehaald om naar de operatie afdeling te worden gebracht. Daar aan voorafgaand werden nog de gebruikelijke handelingen verricht. Mijn nieuwe, ik mag wel zeggen, intieme vriend kwam nog even voor de gezelligheid een klysma zetten en tegen half tien kwam hij me nog een “Scheiss egaal” pilletje brengen. Een pilletje dat je hielp om te ontspannen. Dan begint het lange wachten.

Tot drie maal toe kwamen ze vertellen dat het een beetje uitliep, uiteindelijk werd ik tegen half een afgevoerd naar de ruimte waar de narcose werd toegediend. Ik was nog net genoeg bij mijn positieve om de overstap te maken van de brancard naar de operatie tafel. Zuurstof werd op mijn neus gezet, iemand wist me nog te vertellen dat ik op reis ging en spoot gelijkertijd de inhoud van een injectiespuit in mijn aderen en prompt was ik vertrokken.

Toen ik bij kwam lag ik dus in een grote witte ruimte. Alles wit, maagdelijk wit en geen mens te bekennen. Een serene rust straalde de ruimte uit. Plotseling realiseerde ik me wat er was gebeurd. Nog diep onder de invloed van de narcose is het moeilijk om je gedachten vorm te geven. Je verkeerd in een toestand die, voor mij gevoel, veel weg heeft van het zweven tussen hemel en aarde. Zo’n gevoel dat je alles op een afstandje bekijkt, je weet dat jij het bent maar kijkt toe, zoals een buitenstaander dat zou doen. In ene benauwde die grote witte lege ruimte me. Ze hadden me toch wel op de goeie plek meer gelegd? Was ik nog in het ziekenhuis? Wat voor ruimte was dit, een ruimte die ik niet kon. Als het een vercouverruimte was, waar waren dan al die andere patiënten? Kortom de vragen vlogen door mijn hoofd en kregen de vorm van een nachtmerrie, waar was ik verdomme??

Plotseling uit het niets een stem, “ach, u bent er weer zie ik” Ik knipperde met mijn ogen en had moeite om ze open te houden. Voor mij stond een zuster, ook geheel in het smetteloze wit dat paste in de ruimte, ze was druk in de weer met allerlei slangen, metertjes en stethoscoop. “U heeft het nogal benauwd en uw neus zit dicht, ik zal u even wat neusdruppels geven, dan voelt het meteen wat beter!?”. De daad bij het woord voegend werden er druppels in mijn neus gestort met een vrijwel onmiddellijk effect. “U bloeddruk is wel erg laag hoor, 90 over 50 dat is niet echt goed.” Het klonk als een verwijt maar ik had niet de puf om mij er tegen te verweren, langzaam zonk ik weer weg in de diepe roes.

Weer die stem, “Nou het wil nog steeds niet hé, we gaan u een handje helpen, maar u moet wel meewerken hoor!” Ik dacht dat ze bedoelde dat ik ergens naar toe moest en trachtte me op te richten om tegemoet te komen aan het begrip meewerken. “Wat doen we nu toch? U moet wel blijven liggen hoor! U kunt zo nog nergens naar toe. We moeten eerst die bloeddruk weer wat hoger zien te krijgen.”

Dat ‘ge-WE’ begon me aardig op mijn zenuwen te werken, ik wilde wat gevats zeggen maar mijn lippen plakte aan elkaar van droogte. Kennelijk had ze dat gesmak van mij bemerkt en meteen stond ze naast me met een bekertje water. “Een klein slokje hoor, anders worden we misselijk en dat willen we niet, hé!” Weer dat irritante ‘ge-WE’ , ga nou meer eens iets naars zeggen tegen je reddende engel, terwijl ze ervoor zorgt dat je ergste dorst wordt gelest, tja, dat doe je niet. Trouwens nog voor ik mijn hoofd kon neerleggen was ik alweer in die andere wereld.

“Zo, we gaan afscheid van u nemen. U wordt zo opgehaald en weggebracht” Het klonk alsof het over was. Ik bedoel, alsof ik niet meer bij de levende was. Wie weet waar ze me heen brachten? Dat wilde ik dus niet. “Ik ben er nog hoor!” wist ik uit te brengen met een piepstemmetje. “Natuurlijk bent u er nog” zei ze met een allervriendelijkste stem. “Ik zeg toch juist dat u zo wordt opgehaald om terug te worden gebracht naar de afdeling, waar ze u weer verder gaan verzorgen?” Een zucht van verlichting ging door me heen, ik was er nog !!

“De bloeddruk hebben we weer op een goed niveau, de pijnstilling hebben we weer ingesteld, dus u mag terug! Ik wens u een goed herstel” gelijk begon het bed te bewegen. Ik stamelde nog “dank u wel” en zakte weer weg op het deinen van het rijdende bed. Wie ze was en wie ze met WE bedoelde daar zal ik wel nooit achter komen.

Terug op de kamer 

Terug op de kamer heb ik nog uren tussen waken en slapen liggen zweven. Af en toe wakker, even snel een belletje naar mijn vrouw, in het begin moeite om mijn ogen open te houden. Hetgeen absoluut niet betekend dat de gesprekken met haar slaapverwekkend zijn, nee de combinatie pijnstilling en narcose maakt het verdomde moeilijk was om wakker te blijven. De dag ging als een nachtkaarsje aan me voorbij. Tegen een uur of een in de nacht was de narcose volledig uitgewerkt en moest ik het alleen nog doen met de reguliere pijnstilling. Goh, wat duurt een nacht dan lang.

De hele nacht door kwam de verpleging regelmatig polshoogte nemen. Steeds maar vragen of ik al geürineerd had. Hetgeen dus niet het geval was. Tegen een uur of drie ’s nachts kwam ze weer de kamer binnen, in haar kielzog de dienstdoende arts. “Haben sie schön gepinkelt?” vroeg hij dwingend.

Waarop ik naar eer en geweten met “nein” antwoorden. Zijn reactie verbaasde mij, hij begon zijn witte doktersjas uit te trekken en begon zijn mouwen op te stropen alsof hij zich voorbereide op een worsteling, onduidelijk was opdat moment nog met wie hij die worsteling wilde aangaan. De verpleegster kwam met een setje medisch spul aan waarvan ik in ieder geval een soort fietsslang herkende. Nog voor ik goed en wel besefte wat er ging gebeuren werden de dekens van mij afgetrokken en begon de dokter mijn jonge heer te bewerken met een ijskoud middeltje.

Ik reageerde verschrikt en stamelde : “Wat gaat u nou doen?” Nou, feitelijk hoefde hij dat niet uit te leggen want nog voor hij ook maar een woord zei, had hij de katheter al naar binnen geschoven.

“Er komt niets uit, u heeft vrijwel geen urine in de blaas.” En rang, daar verliet de katheter weer mijn lichaam. “Dat had ik u ook ze wel kunnen vertellen, het duurt bij mij altijd lang voordat de urine productie weer opgang komt na een operatie” riep ik nog tegen hem terwijl hij alweer met grote passen de kamer verliet. Er bleef mij niets anders over dan de verpleegkundige vuil aan kijken. Zij voelde dat feilloos aan en verontschuldigde zich. “We moeten altijd de dienstdoende arts waarschuwen als de patiënt zo’n twaalf uur na een operatie nog geen urine heeft geproduceerd, dat moet nou eenmaal” voegde ze er nog aan toe.
Ik bleef met een branderig gevoel achter, ach dat kon er ook nog wel bij!!

De gehele volgende dag verliep zoals een normale dag verloopt, geen bijzonderheden ik mocht het bed weer verlaten en mocht een douche nemen. Dat kwam goed uit want ik had het gevoel dat dat weken geleden was. De tijd verloopt hier, in zo’n ziekenhuis veel langzamer dan dat je thuis bent. ‘s Morgens kwam de staf langs, onder aanvoering van de Chefarzt, tweemaal een Oberarzt en tweemaal een arzt en dan nog drie onduidelijk types en de hoofdverpleegkundige dalen af naar de kamers waar de “onderwerpen”, zeg maar de “gevallen” liggen. In een kring rond het bed neemt een van de Artsen dan het woord en verteld dan in het kort hoe de toestand van ‘het geval’ dat voor hem ligt. Iedereen is dan stil. De Chefarzt stelt dan een vraag aan de Oberarzt, die op zijn beurt weer de arzt aankijkt en deze tot spoed maant om het antwoord te geven. Met een stijf knikje van de Chefarzt wordt er dan afscheid genomen en verdwijnt het hele circus weer de gang op.

Dat was de visite. Ik was te perplex geweest over de wijze waarop dit ging om zelf ook maar een vraag te stellen. Nog steeds perplex schoot ik in de lach, ik was te overrompelt geweest en dat gebeurd me echt niet vaak. Goed ik wist nu hoe het circus werkte en kon daar me eigen op in stellen. Dat was ook alweer winst. Gedurende de dag zakte de na pijn tot een steeds meer acceptabel niveau en aan het einde van de dag werden de laatste slangetjes afgekoppeld en was ik weer een vrij mens en niet afhankelijk van een infuusstandaard.

De vierde dag 

Ook de daarop volgende nacht, met behulp van pijnstilling en een goeie slaappil, goed doorgekomen. Ik voelde me die donderdag morgen weer topfit en stond om half zeven al onder de douche. Ik had al vast aan gegeven aan de verpleging dat ik wel van mening was dat ik naar huis kon, wijselijk werd daar niet opgereageerd. De hoofdverpleegkundige zei later dat het ongebruikelijk was dat patiënten die een vergelijkbare operatie hadden gehad op donderdag naar huis mochten.

De ‘Chefarzt’ liet ze altijd pas op vrijdag naar huis gaan en “hij is een man die niet snel van zijn principes afwijkt” vertelde ze nog even. “Ik zou er maar niet op rekenen”.
Het was rond kwart over acht dat de deur van onze kamer open ging en het hele circus weer binnen kwam lopen, het had veel weg van een kerkelijke processie. De Chefarzt, vroom de handen gevouwen ter hoogte van zijn buik en in het gelid de rest er achteraan. Slechts een enkele uit het gevolg knikte minzaam ter begroeting. Het hele spul had zich opgesteld in de halve cirkel om het bed heen.

Weer nam mijn behandelend arts het voor touw en keek daarbij zowaar mij aan, als of hij steun van mij verwachte tijdens zijn betoog. Feitelijk kon hij alleen vaststellen dat de genezing voorspoedig verliep en dat was dat. Geen vragen dit keer van het opperhoofd, die slechts schamper opmerkte dat, als het herstel op deze wijze verder ging ik morgen ontslagen kon worden. Als op slag draaide men zich om en maakte reeds een beweging die het vertrek aankondigde.

In mijn beste Duits zei ik tegen de Chefarzt dat ik hem wat vragen wilde. Hij negeerde mijn eerste vraag en liep gewoon door.
“Ik wil wel even met u meelopen als u dat beter uitkomt, want ik heb een vraag en zou toch wel erg graag een antwoord willen hebben.”
Zich niet goed raad wetend met de nu ontstane situatie stopte hij plotseling. Daar had het gevolg dus even niet opgerekend en voor mijn ogen wikkelde zich een kettingbotsing af tussen witte jassen. Ik kon met moeite een grijns onderdrukken, dat zou natuurlijk niet echt vriendelijk zijn geweest.

Hij draaide zich half om naar de behandelend arts en zei, zonder mij aan te kijken, de heer Barlage heeft een vraag!
“Het is eigenlijk heel simpel, ik zou graag willen weten waarom ik vandaag niet naar huis kan?”

De behandelend arts verschoot bijna van kleur en keek hulp zoekend naar een Oberarzt, die vervolgens consequent deed of het hem niets aan ging. Het bleef stil. De Chefarzt keek de behandelend arts aan en zei: “Patiënten die een soort gelijke operatie ondergaan worden op vrijdag ontslagen” en maakte aanstalten om weer om te draaien.

“Kunt u mij dan nog even aangeven wat u vandaag nog met mij voornemens bent, staan er nog onderzoeken gepland, moet er nog iets speciaals gebeuren of lig ik hier vandaag alleen maar als bedvulling?”
De kleur van de het circus om mijn bed veranderde drie accenten naar donker rood. Alle blikken waren nu gericht op de Chefarzt, in afwachting van wat ging komen nam de spanning voelbaar toe.

“de Chefarzt keek de groep rond met een blik alsof hij de schuldige zocht van dit over duidelijke geval van insubordinatie. Zijn blik bleef uiteindelijk rusten op de hoofdverpleegkundige.
“de heer Barlage wordt vandaag ontslagen” hij draaide zich met een ruk om en verliet de kamer, het hele gevolg in ganzenpas erachteraan. De jongste van de meelopers keek me aan en had een brede glimlach op zijn gezicht en gaf me een vette knipoog!
Mijn verblijf in het ziekenhuis zat erop.

Natuurlijk niets tegen mijn vrouw gezegd, een taxi gepakt en tegen de klok van een uur of elf was ik thuis. Netjes aangebeld en een verbaasde Els deed open.
“Dat kan niet hoor ik ben nog niet klaar! Wat flik jij nou weer? Je zou toch morgen pas thuis komen?”
“Fijn dat je zo blij bent dat ik er weer ben!!!”Heb je koffie?

Heerlijk hoor, na tien minuten zaten we gezellig aan een bakkie en binnen een half uur lag ik weer in mijn eigen tampattje te ronken.

Operatie geslaagd dus !!! In alle opzichten !