Vroeger was het ............................anders

22-02-2012 14:58

 

Vroeger was het ..............anders

 

Als je ouder wordt is de neiging om achterom te kijken natuurlijk meer aanwezig dan wanneer je nog aan het begin van je leven staat. Verhalen die je vertelt in het heden geven vaak een gekleurd beeld van het verleden. Vaak hoor je dan ook “was alles nou werkelijk zoveel beter in het verleden? “ Ik vindt het altijd erg moeilijk om daar een passend antwoord op te geven. Meestal zeg ik dan ook niet beter maar anders. Je perspectief waarin je kijkt naar verleden, heden en toekomst is elke keer anders en daarmee verandert ook je waarde oordeel.

Als ik nu terug kijk naar de verhalen van mijn Opoe dan denk ik vaak mensje, wat een zwaar leven heb jij gehad. Als ik vroeger luisterde als ze haar verhalen vertelde had ik juist de indruk dat ze verlangde naar die tijd van armoede en saamhorigheid. Als ze haar verhalen vertelde over de tijd dat zij nog, als klein kind, naar grootmoeder ging gaf ze vaak de indruk dat die het pas slecht hadden. Zo zie je dat “een zwaar leven” iets is dat bestaat in de ogen van de toehoorder. Dat zelfde zware leven blijkt jaren later een bron van nostalgische gedachten te zijn. Plotseling is dat zware leven een bron van inspiratie om de toekomst beter te maken. En zo hoort het ook.

Lunch

Tijdens een van onze vrijdagmiddag sessie, als ik weer eens tussen de middag mocht genieten van het gezamenlijk gebruiken van een 12uurtje. Een lunch die altijd rijkelijke belegd was met verhalen uit het verleden. Tijdens een van die sessies vertelde mijn Opoe mee eens hoe zij met haar 9 koters, een uitstapje maakte en wat daar allemaal bij kwam kijken. De tijd dat het zich afspeelde? Het zal zo’n jaar of vier voordat de oorlog uitbrak, zijn  geweest.

“Vakantie? Vakantie, jongen? Wat is dat? Vakantie is een mode woord. Een woord dat uitgevonden is door een generatie die niet meer zo hard wilde werken als dat wij altijd hebben gedaan. O, begrijp me goed hoor. Ik vind het allemaal prima, maar ze moeten niet denken dat wij het allemaal maar zo makkelijk hadden. Nee wij hebben moeten knokken voor de rechten die ze nu maar voor lief nemen.”  Aldus Opoe.

Nou vond Opoe in die tijd alles modern en overbodig, ze had een waarde oordeel over de generatie die na haar kwam die gelijk was aan het waarde oordeel van mijn vader later over mijn generatie. Ik betrap me er trouwens, steeds  vaker op dat,  nu ik zelf ouder aan het worden ben, ik ook een waarde oordeel begin te vormen die verdomde veel lijkt op al die meningen die ik toen zo verwerpelijk vond.

O, ik ben natuurlijk veel genuanceerder en zet al die verhalen veel beter in zijn perspectief als dat al die generatie voor mij dat deden!, Maar toch?

“Vakantie was een woord dat pas veel later was uitgevonden. Wij gingen op z’n hoogst een dagje uit. Een dagje uit met negen kinder’s en een dorstige man is geen sinecure kan ik je verzekeren. Geld was er niet of zelden. Als het er al was dan werd dat echt niet verspild aan een dagje uit. Nee dat moest zo ingevuld worden dat het zo min mogelijk koste.” Even was het stil, ze verzonk in haar gedachten en kreeg een blije uitdrukking in haar gezicht. Alsof er plotseling een zonnestraal op haar gezicht viel, ze klaarde helemaal op.

Daggie uit !

“De kinderen waren nog klein. Het was zomer, geen school en ze hingen de god ganse dag om me heen. Je opa was aan het werk, god zij gedankt, dus die was er ook niet voor de kinderen. Zo was dat nou eenmaal. Ik waste en streek  voor een paar mensen. Een daarvan was de kraamverhuur in de Lootsstraat, achter de Kinkerstraat. ’s Morgens om vijf uur werd de markt opgezet. De mensen van de kraamverhuur waren verantwoordelijk voor het plaatsen van de kramen op de markt. Dat begon al om vijf uur ’s morgens. Het was dan een komen en gaan van de mannen en uitbaters die de beste kramen wilde hebben en natuurlijk op de beste plekken. De marktmeester wees de plekken toe en de gene die het meeste ‘stiekte’ had de beste plek en de beste kraam. De eigenaar van het bedrijf had al eens tegen me gezegd ‘Jansje, als je is een keer een dagje met de kinderen weg wil kan je rustig een bakfiets mee nemen als je hem ’s avonds maar weer op tijd terug brengt

Ze haalde diep adem en vervolgde: “Die ochtend had ik alle moed verzameld en toen ik de gestreken was terug had gebracht en mijn geld kreeg van hem, heb ik de stoute schoenen aan getrokken en hem gevraagd of ik vandaag een bakfiets mee mocht hebben om er met de kinderen even mee uit te gaan. Het bleef stil. Hij deed of hij me niet hoorde en keek langs me heen. Ik dorst het gewoon niet om het nog een keer te vragen en draaide me langzaam om.

Net toen ik weg wilde gaan riep hij ‘ He, Jans. Je mag nummer twaalf meenemen. Maar ik wil hem wel schoon terug hebben, versta je!’

Wel dat liet ik mij geen twee keer zeggen, ik draaide me om, riep nog iets van een bedankje en rende naar Jaap. Jaap was belast met het uitgeven en controleren van de kramen en karren. Jaap had gehoord wat de baas gezegd had en keek me een beetje meewarig aan.” Opoe moest even na adem happen, ze stond weer in die loods tegenover Jaap, je zag aan haar ogen dat ze er weer helemaal inzat.

“Wat ga je doen Jans?” vroeg Jaap aan Opoe “Ga je een wereld reis maken of ga je een dagje naar Parijs?” Jaap had meteen de lachers op zijn hand.  Maar je moest van betere huizen komen om Opoe uit het veld te slaan. “Goh, Jaap slaap jij nou nog al;tijd op zolder bij de jongens of mag je van Marie weer gewoon beneden slapen?” Jaap kon dit gesprek duidelijk niet waarderen, Jaap kreeg een rood hoofd en begon te schreeuwen tegen Opoe dat ze als de donder die bakfiets mee moest nemen om dat anders het hele feest niet doorging. Opschieten met die kar, wat dacht ze wel, we hebben niet de hele dag de tijd!!

Opoe, pakte bakfiets twaalf en zag dat deze onder het kolen gruis lag. Even twijfelde ze, maar sprong als een ware ruiter op het zadel en reed de loods uit naar de Kostverlorenkade. Ze kwam door de Borgerstraat aan rijden en op de hoek van de Kostverlorenkade werd ze al opgewacht door de meeste kinderen. Die joelend en juichend met de bakfiets mee rende tot aan het huis. De meisjes werden naar boven gestuurd om stoffer en blik te halen en een emmer met wat groene zeep en doeken. De jongens moesten naar de kolenboer om houten schotten te halen voor in de bakfiets. Die schotten werden dan later plat neer gelegd zodat er verschillende zitplaatsen werden gecreëerd in de bakfiets. De oudste dochter werd op pad gestuurd  naar de bakker in de Lootsstraat om een brood te halen en wat ‘breukkoek’ het was ten slotte feest, ze gingen ook niet iedere dag een uitje maken. Ook moest ze bij de groenteboer vijf appelen , (vraag maar om stekkies, werd er nog snel even bij verteld) meenemen.

De Bakfiets

 De bakfiets werd schoongemaakt, uitgeveegd en met een natte doek afgenomen. De jongens plaatsten de schotten zo dat er ruim voldoende zitplaats was voor de kinderen. Dat wil zeggen voor de kleintjes. Mijn vader en zijn broer Dick moesten lopen. De meiden hadden inmiddels de boterhammen voorzien van boter en beleg, een gedeelte kaas en een gedeelte met gewoon boter en suiker. Het geheel werd in een broodtrommel gestopt, samen met de vijf appelen en nog twee grote flessen met leidingwater en de breukkoekjes. Zie hier de hele voorraad om er een top dag van te maken.

 

Tja, en dan moest er nog besloten worden waar de reis naar toe zou gaan. De vraag werd dus gesteld aan de negen kinderen. Dat was snel beslist. In koor riepen ze ‘ARTIS’. Het moge duidelijk zijn dat pretparken hun intreden nog niet hadden gedaan. Artis was zo iets als het tiende wereld wonderen en sprak alle kinderen tot de verbeelding.

 

 

Naar Artis dus

Artis zou het dus worden. Niet zo als dat wij tegenwoordig naar een dierentuin gaan. Nee ‘naar Artis gaan’ betekende voor Opoe en de kinderen aan de buitenkant om Artis heen, met de bakfiets. Natuurlijk was er geen geld om met z’n tienen Artis in te gaan.

Het vertrek was daar, de reis ging via de Kostverloren kade en de Jacob van Lennepstraat naar de Nassaukade en verder via de Stadhouderskade, de Mauritskade, tot aan de kruising met de Plantage Middenlaan. Natuurlijk waren er verschillende obstakels op de weg er naar toe. Wat te denken van alle bruggen die genomen moesten worden? Al het commentaar van de mensen langs de weg op een volle kar met levende haven! Bij de meeste bruggen sprong alles uit de bakfiets en gezamenlijk werd dan de lege bakfiets om hoog geduwd. Dan snel, op het hoogste punt, allemaal weer in de bakfiets en met een hoge snelheid weer naar beneden. Bij vrijwel elke brug werd dat ritueel nog eens herhaald. Dat de stemming er goed in zat bleek wel uit de het gezang dat de hele weg ten gehore werd gebracht. Na een lange rit dwars door de stad waren ze aangekomen op de kruising plantage Middenlaan en de plantage Muitergracht.

Hier sloeg Opoe rechtsaf de Plantage Muidergracht op, hiervandaan had je al een prima uitzicht op det gene wat er zich binnen de hekken van Artis afspeelde. De Oeh’s en Aah’s waren niet van de lucht. De kinderen genoten van het uitzicht op de vreemde dieren en Opoe was gelukkig!

De Plantage Muidergracht liep dood op een van de dienstingangen van Artis. De plek waar destijds het voedsel voor de dieren werd aangeleverd. Hier werd een eerste stop gehouden. Terwijl de kinderen keken naar de toeleveranciers die ladingen fruit en vlees naar binnen sleepte werd er een half appeltje gegeten door de kinderen. Opoe wachte zelf tot het laatst met een stukje appel. Eerst moest duidelijk zijn dat er niet teveel weg gesneden moest worden van de stekkies voordat ze zelf wat in haar mond stak. Een van de sjouwers kreeg de bakfiets vol met kinderen in de gaten en zag het tafereeltje met de appeltjes aan. Hij kwam op de bakfiets toelopen en zei: “Hé, dit is privé terrein jullie mogen hier niet zijn , weg wezen!” Hij trok er een blik bij die absoluut geen tegenspraak dulden.

Met grote stappen kwam hij in de richting van de bakfiets gelopen. Druk gebarend legde hij een zak met sinaasappelen voorzichtig in de bakfiets. “Zo, dus u het weet mejuffrouw. U moet weer vertrekken want dit kan zo natuurlijk niet. Zodra u uw appel op heeft maakt u rechtsomkeert, begrepen ?” Hij liet die laatste woorden gepaard gaan met een vette knipoog en voegde er zacht aan toe: “die apen binnen krijgen genoeg, die van u kunnen het wel gebruiken! Geniet er maar lekker van” Prompt draaide hij zich om en verdween weer in de richting van de andere sjouwers. Luid riep hij “ze denken dat dat allemaal maar zo kan, nou mooi niet dus!”

Toen de appels eenmaal naar binnen waren gewerkt draaide Opoe met behulp van de oudste jongens de bakfiets weer in de goede richting en vertrokken weer naar de Plantage Middenlaan.

De volgende stop was net voorbij het gebouw van het aquarium. Daar had je altijd mooi zicht op de tropische vogels en kon je de pinguïns net nog zien. Verder ging het langs het hek waar een groot beton exemplaar was opgesteld van een dinosaurus. Dat deed weer kreten van bewondering ontlokken aan de kinderen.

Verder richting Plantage Kerklaan, langs de oude toegangspoorten kon je snel een blik werpen op de Papagaaien en in de verte kon je de Apen rots zien.

Op naar de Plantage Doklaan, vanaf de Plantage Doklaan kon je altijd wel een blik werpen op de achterkant van de apen verblijven vaak waren de verblindingen van de ramen weg zodat je ook naar binnen kon kijken. De plantage Doklaan kon je helmaal tot het einde volgen, je kwam dan langs de verblijven van de bizons, de olifanten en de giraffen. Dat maakte het rondje Artis compleet. Op de Doklaan werd nog een keer gestopt om de breukkoeken te verdelen en wat water te drinken en de mee gebrachte boterhammen te nuttigen. Daarna ging de reis weer terug. Dwars door de stad met een bakfiets vol zingende kinderen. Voordat de Elandsgracht was bereikt waren de kleintjes al in slaap en hingen half tegen de wat ouderen aan.

Weer thuis

Terug op de Kostverlorenkade moest de bakfiets weer leeg gemaakt worden.

“Dick en Ben de schotten terug brengen naar de kolenboer en vergeet niet hem te bedanken, hoor je. Aaltje en Cor, jullie nemen de kleintjes mee naar boven en de rest neemt de broodtrommel en de lege flessen mee. Jan pak jij de sinaasappelen en laat ze niet vallen” Opoe ging te keer als een kapitein op een slagschip en zette de manschappen aan het werk. “Ik breng meteen de bakfiets terug en ben zo thuis.”

Ze sprong behendig op de lege bakfiets en bracht hem terug naar het verhuur bedrijf in de Lootsstraat. Terug lopend in de Borgerstraat, liet ze de dag nog eens aan haar voor bij gaan.

“Ik ben een gelukkig mens” mompelde ze in zich zelf. Ze toverde een brede lach op haar gezicht en versnelde haar pas, ze was weer thuis!!!

Opoe was een beetje weg gedut. Ik stak net het laatste stukje van mijn broodje in mijn mond, toen ze me verbaasd aan keek.  “Goh, jongen. Ben jij er nog?”

“Je was aan het vertellen van over vroeger, dat je met de kleintjes op de bakfiets weg ging, weet je nog?

Het leek er net op of je effe weg was, gewoon van de wereld, is er wat met je? Waar was je?”vroeg ik bezorgd.

Weer de brede glimlach op dat gezicht met het zilver witte haar.

“Effe naar Artis met de kinderen, het was een prachtdag ! ”