"OVERLAST !"

26-03-2012 16:46

 

Ik zat laatst in een restaurant, je weet wel zo'n restaurant waar een pianospeler zit, er hangt een heel prettige atmosfeer en waar je genoeglijk met elkaar kunt dineren en wat keuvelen, filosoferen zo je wilt. Wij, mijn vrouw en ik, waren in gezelschap van een wat ouder koppel. (Ik bedoel iets ouder dan wij zelf zijn) Niet dat zij te oud zijn hoor, daar geen misverstand over. Nee gewoon wat mensen op leeftijd die nog genieten van de kleine geneugten van het leven.

 

Goed, we zaten nog aan het aperitief, (je weet wel zo'n versnapering die de eetlust opwekt) Ik kan wel zeggen dat we ronduit gelukkig waren en genoten van de serene rust. We bestudeerde de uitgebreide kaart aandachtig en hadden veel voorpret over wat we zouden gaan bestellen en welke fantastische smaak beleving ons te wachten stond. Kortom een heerlijk vooruitzicht op een prachtige avond.

 

Daar kwam de ober, hij kwam informeren of we reeds een keuze hadden kunnen maken. Een aardig en beschaafd mens. Hij zag dat we ons nog bogen over de inhoud van de kaart en trok zich in stilte terug.

Als uit het niets kwamen er een viertal mensen aan lopen. Op het eerste gezicht niets mis mee, kennelijk twee koppeltjes die ook van een genoegzame avond wilden gaan genieten. Ze namen  met z’n vieren plaats aan een ruime 8 persoonstafel die op nog geen twee meter van ons af stond. Nou zijn wij gewoon om onze conversatie aan tafel op een dusdanige manier te houden dat wij de anderen aanwezige daarmee niet storen. Deze mensen hadden, naar ik aan neem, een gehoor probleem. Nu zie je dat best welvaker bij mensen van een jongere generatie dan wij. Schijnt iets te maken te hebben met het omgevingsgeluid en het niveau daarvan. Triest dus, zo jong en dan al een gehoor beschadiging.

 

Ze namen plaats en het zag er wat vreemd uit, vier mensen een beetje verloren aan zo’n grote mooi en rijk ingedekte tafel. Dat riep vragen op, waren ze onderdeel van een grotere groep? Kwamen er nog meer mensen? Waarom met vier aan een tafel voor minstens acht personen?

Het antwoord liet echter niet lang op zich wachten, daar kwam de aanhang behorend bij dit gezelschap. Het spul melde zich. Niet zo zeer in hun verschijning, als wel het kabaal waar mee dit gepaard ging, maakte dat de andere gebruikers van het restaurant iet wat geïrriteerd opkeken en hoopvolle blikken wierpen in de richting van de ouders.

Zoals ik reeds memoreerde leek het er verdacht veel op dat de vier, jong volwassenen, die de ouderrol op zich hadden genomen, een groots gehoor probleem hadden. Het kabaal leek dan ook aan hun , als enige in het restaurant, voorbij te gaan. De enige reactie die kwam was dat het geluidsniveau van hun conversatie, nog een paar decibellen werd opgeschroefd.

 

Om even te verduidelijken is het misschien logisch om even de leeftijden van deze jeugdige onverlaten te vermelden. De oudste van de vier had, naar beste vermogen ingeschat, de respectabele leeftijd van een jaar of acht a negen jaar en was gekleed als een soort mier zoete Barbiepop, daarmee gelijk het geslacht van het schepsel geduid!.

De daarop volgende leek de leeftijd van zo’n zeven jaar wel te hebben bereikt, hetgeen tevens ook gold voor het exemplaar dat verdacht veel op hem leek en dan niet alleen in de fysieke zin, doch ook op de wijze waarop, de arme mannetjes, waren uitgedost. De laatste was hoogstens vier jaar en volstrekt onduidelijk of het er een van de mannelijke of vrouwelijke kunnen was.

 

Niet dat dat nou relevant is. Natuurlijk, vrouwen kunnen gewoon net zulke eikels zijn als mannen. Dus daarmee was dit creatuur dan ook duidelijk erfelijk belast. Het kon vrijwel geen verstaanbaar woord uitbrengen maar krijste de god ganse tijd, alsof het een aangeboren afwijking had. Verder had het een soort tuigje om waarvan de strekking opdat moment mij volstrekt onduidelijk was.

 

De kleine vandaaltjes zochten een zitplaats uit, hetgeen bij de tweeling ertoe leidde  dat er een fysieke strijd los brande om wie recht had op welke plek. Termen, met de grofheid van een botte bijl,  als ‘kanker hoer’ ,  ‘pleurisleider’ en ‘tyfuslijer’ volgde elkaar in rap tempo op. Ik moet zeggen dat dit vocabulaire voor mij geheel nieuw was, op deze plaats.

Ook dit scheen de “ouders” volstrekt te ontgaan. Nu begon ook de kleine Barbie zich in de strijd te mengen, ze gilde tegen de twee jongens dat ze hun mond moesten houden. Toen deze niet snel genoeg deden wat er, op schreeuwende wijze, werd duidelijk gemaakt, besloot ze om het hoofd van een van beide is te onderwerpen aan een waren test met betrekking tot breuk gevoeligheid.

 

Hiervoor nam ze eerst het mes in de hand, keurde dit voorwerp te licht voor het doel waar ze het voor nodig had en verwisselde het vervolgens voor de soeplepel.

Ze draaide zich een halve slag om, zodat ze recht voor het doel zat, hief haar hand op en, met de snelheid waarmee een naaimachine de naald doet heen en weer bewegen, sloeg ze er lustig oplos. Elke tik op het hoofd deed de jongen kermen van de pijn. Gelijktijdig, aan de andere zijde van de tafel kreeg, het ‘mensje van een jaar of vier’ (nee, ik was er nog steeds niet uit of het een jongen of een meisje was) in de gaten dat je met bestek best welke leuke dingen kon doen, een klap op een lepel bijvoorbeeld leverde een vliegend deel op van het bestek. Dat stuk bestek lande tegen een glas dat , wel is waar nog leeg, geheel aan gruzelementen ging.

 

Dit was dus het moment waarop een van de ouders riep tegen ‘Barbie’:

“nu stoppen liefje, ik geloof dat je hem pijn doet”

Barbie, niet echt onder de indruk, verruilde de lepel voor een vork en begon aanstalten te maken om het gezicht van het tweede exemplaar van de tweeling, aan een onderzoeksbeurt te onderwerpen. Hetgeen voorkomen werd door, naar ik aan neem de vader van de tweeling, deze griste de vork uit handen van Barbie, bracht daarbij in razend tempo zijn hand weer terug naar de uitgangspositie en nam een bloemenvaas mee. Onder het uitroepen van “kijk nou wat ervan komt, trut” tegen Barbie, trachtte hij een bijdrage te leveren aan de levendige conversatie. ‘Barbie’ liet zich op haar beurt ook niet onbetuigd en zei ,met een redelijk bekakt accent: “dan moet je maar uitkijken, zak!”

 

Het kleine ding had inmiddels het krijsen gestaakt en begon nu vervaarlijk te wippen in de stoel. Toen erop op indringende toon werd gevraagd om hiermee op te houden, liet het zich van de stoel afglijden en stond op de grond. Daar aangeland pakte hij/zij onmiddellijk het krijsen weer op en wel op het punt waar hij/zij gestopt was. “Hierkomen nu” riep een van de wat ouderen

(Ik wil niet zeggen volwassenen want daar heb ik toch een geheel ander beeld bij)

De kleine begreep waarschijnlijk het woorden ‘hierkomen en nu’ verkeerd want het bewoog zich prompt in de tegenover gestelde richting als dat de spreker had bedoelt.

 

In die tegenovergestelde richting zaten wij dus geheel toevallig. Mijn vriend boog zich voorover en kon de kleine onderscheppen in volle vaart. Hij pakte hem onder de oksels en hield hem boven zijn hoofd en, lachend, zei hij:

“en wie is er gevangen??” dit op een toon waarop je kennelijk een kind van die leeftijd hoort aan te spreken. Het kleintje opende zijn mond, waarschijnlijk met de bedoeling om in dat onverstaanbare taaltje van hem iets terug te zeggen.

In plaats daarvan liet hij een dikke boer, gevolgd door ongeveer een halve liter zuur ruikende chocolade melk die opborrelde van uit het diepe binnenste van het……………., tja van wat eigenlijk?.

Deze brei werd dus uitgestort over het gezicht van mijn vriend en droop langs zijn nek zo zijn boord in, de rest vond zijn weg langs de buitenkant van het overhemd en kostuum dat mijn vriend droeg. Snel zette hij het dreumes neer en begon zijn gezicht, met driftige gebaren, schoon te maken met zijn servet.

 

Door de consternatie die was ontstaan was het doodsstil in het restaurant, zelfs de kleine ‘adhd’tjes’ lieten zich niet meer horen. Barbie was bevroren op het moment dat ze met de soeplepel ergens halverwege een ontmoeting was met het hoofd van een van de tweeling. De vier ouders waren verstild in hun schreeuwerige gesprekken.

De vader van het kleintje stond op en kwam dreigend op mijn vriend aflopen en zei:

“waarom zit jij met je poten aan mijn kind?”

Mijn vriend was stom verbaasd en viel stil.

 

Ik gaf aan dat het een beetje vreemd was dat deze heer zo uitviel en dat het hem meer zou sieren als hij zijn kinderen gewoon onder controle zou hebben. Dan was dit hele voorval niet gebeurd, hadden we nu rustig kunnen genieten van een goede maaltijd en dat in alle rust.

Het enigste dat hij kon uitbrengen was : ´klootzak´ hij draaide zich om en liep, blijkbaar, beledigd terug naar hun tafel.

Ik was nu pas goed op dreef en riep hem na:

“als je je huisdieren niet onder controle hebt zou je ze eigenlijk niet los moeten laten lopen.”

 

Het hielp, hij smeet het kleine mormel op een stoel en begon een aantal riempjes aan de stoel te bevestigen, welke met veel omhaal weer aan het tuigje werden vastgemaakt. 

Ik had nu pas echt de smaak te pakken:

“het zou u sieren als u eventjes uw excuses aanbod aan mijn vriend hier, zijn hele kostuum is geruïneerd. U mag blij zijn dat hij er geen werk van maakt” Ik moet zeggen dat ik best ingenomen was met de mijn reactie.

Van de tafel kwam geen reactie meer terug.

 

We bedankten de ober, die inmiddels samen met zijn collega was begonnen mijn vriend schoon te maken en de grond en de stoel waar hij op zat. Er werd ons honderd uit excuses aangeboden en tot in de kleinste details werd uitgelegd dat men het zo vervelend vond wat er was gebeurd. Normaal kwamen er altijd wel gezinnen met kinderen, maar dit hadden ze nog nooit mee gemaakt. De meeste ouders hielden hun kroost gewoon altijd in de gaten en lieten ze niet los door het restaurant rennen.

 

Mijn vriend gaf er, om zeer begrijpelijke redenen, er de voorkeur aan het dinertje af te breken. De lucht die hij verspreide bedorf niet alleen zijn en onze eetlust maar ook die van de tafels in onze directe omgeving.  Ik gaf te kennen dat wij het pand gingen verlaten. De ober riep de restaurantmanager erbij en ook deze bood nogmaals zijn excuses aan. De genuttigde consumpties waren voor rekening van het restaurant.

Dat was het einde van een avondje dat werd versjteerd door ouders met kinderen, onopgevoede ouders, die onbeschofte, niet gesocialiseerde kinderen op de wereld hadden gezet en weigerde ook maar een minuut te besteden aan het opvoeden van hun kinderen.

 

Ik daar en tegen heb een hond van achtjaar, luistert als de beste, bezorgd geen overlast, doet zijn behoefte alleen in hoog gras of diep in de bosjes, en ligt muisstil onder tafel in een restaurant, zonder dat ook maar iemand in de gaten heeft dat hij er is. Nu zal ik er niet voor pleiten dat ouders hun kinderen ook onder tafel “af” moeten leggen maar…………, ach het is maar een idee, toch.

 

O ja, mocht je je nog afvragen hoe het nu afliep in dat restaurant:

Wel, we stonden op, terwijl de oberkelner keurig onze stoelen naar achter schoof en boog als een knipmes, maakte ook ik aanstalten om op te staan. Dit is altijd het signaal voor onze Sjipke, ja zo heet onze trouwe viervoeter, dat we gaan. Hij komt dan kwispelend te voorschijn en is blij dat we naar buiten gaan. Ook nu is dat het geval.

Het oog van de oberkelner valt op mijn hond. Hij begint spontaan te stamelen, kijkt me aan en zegt: “dat is uw hond!”

Ik maak hem een compliment met dit opmerkelijke waarnemingsvermogen.

Hij kijkt me uitermate kwaad aan en zegt: “U weet niet dat er hier geen honden binnen mogen?”

“Die beesten veroorzaken niets dan problemen in een restaurant, dat kan echt niet hoor”

 

Nu is het mijn beurt om met stomheid geslagen te zijn. Ik doe dat waar ik het beste in ben, ik schiet dus in de lach.

De oberkelner kijkt me nu woedend aan en zegt:

“Mijnheer neemt mij niet echt serieus geloof ik?”

“Ik geloof dat u volkomen gelijk heeft, nee ik neem u niet serieus. Ik zou zeggen kijkt u even rustig om u heen naar het slachtveld dat hier achter ons ligt. Kijkt u even naar dat losgeslagen zootje dat zich opvoeders noemt en hun op vandalisme ingestelde nakomelingen. Kijkt u even naar mijn vriend, wiens kleding is geruïneerd doordat loslopend geteisem. Kijkt u even naar de ravage op de tafel waar deze twee gezinnen nog geen vier minuten geleden aan hebben plaats genomen? En dan gaat u tegen mij zeggen dat honden in het algemeen en mijn hond in het bijzonder hier niet welkom zouden zijn omdat ze ‘niets dan problemen veroorzaken in een restaurant’ ? Mijnheer ga u schamen!!!!”

 

Je begrijpt dat ik nooit meer een voet in dat etablissement heb gezet.

 

Moraal : vaak zitten de tamme beesten vast en lopen de echt gevaarlijke zomaar los !!

 

Fijne dag en veel plezier bij het (mede)opvoeden !