Mijn vriend is dood

26-03-2012 09:09

Sinds een week of twee is het echt druk bij ons in de tuin. De tuin is normaal een oase van rust. Nu leeft die tuin als op geen ander moment van het jaar. De tuin is vergeven van het jonge leven. Waarin de vogels de boven toon voeren. Alles wat kan vliegen en of lopen heeft zich een plekje veroverd in onze tuin.

 

Op zich ook niet zo vreemd, Een knappe coniferen haag geeft ruim voldoende bescherming tegen ongewenste indringers. De kraaien, kouwen, spreeuwen, merels en wat er al niet meer zij leven weer in redelijke harmonie samen. De echte broedtijd is voor bij, de jongen beginnen knap volwassen te worden en kunnen nu zelfstandig het voer uit het huisje halen en het brood van het gras plukken. Het opvoeden is een nieuwe taak voor de oudere. Wie maakte zich ook alweer zorgen om het mussen bestand??

Bij ons niet hoor, het stikt van die kleine kwajongens hier in de tuin. Samen met de mezen, de boekvinken en de groenlingen en alle andere soorten wat je maar bedenken kan, houden ze de boel knap levendig.

de spreeuwen

Het nest van de spreeuwen staat er ook weer leeg bij. De spreeuwen hebben gewonnen van de kouwen en een ieder heeft ze verder met rust gelaten. Vier jonge, krachtige spreeuwen zijn uitgevlogen in het kielzog van pa en ma. Dus ook daar is nu weer rust.

De jonge kouwen hebben inmiddels, samen met de jonge eksters het voerhuisje gevonden. Samen met de Turkse tortels is het nu een hele strijd wie zich als eerste op de geplette haver mag storten. Meestal winnen de duifjes dat gevecht. Niet omdat ze nou zo veel sterker zouden zijn. Nee, gewoon omdat die kleinere duifjes er beter inpassen dan die grote lompe kouwen.

Het is gewoon een prachtig gezicht en een, mogelijk, nog mooier gehoor als bijvoorbeeld, bij de ondergaande zon de merels zangles krijgen van de ouderen. Als dan de spreeuwen, ongevraagd, zich ook op deze zanglesjes melden is het feest past echt compleet.

Ach, het is niet altijd en alleen maar een feest om dat jonge spul zo bezig te zien. Aan zo’n dieren paradijsje zitten ook zijn zwarte kanten.

Zins twee weken hebben we een viertal heel jonge eksters in de tuin die duidelijk onderricht kregen van beide ouders hoe ze gebruik moesten maken van het voedsel dat hier nou eenmaal voor het oprapen ligt.

De jongen groeide als kool, het voer is dan ook bijna niet aan te slepen. Naar mate de jongen steeds gezonder en volgroeider werden zag je dat een van de beide ouders het steeds moeilijker kreeg. Na een dag of vijf waren de jongen vertrokken met een van de ouders van de Eksters.  De oudste van de Eksters  was achter gebleven in de tuin. Naar mate de dagen verstreken ging hij ( ik ga er gemakshalve maar even van uit dat het een hij was!) zich steeds langzamer door de tuin bewegen. Hij vloog vrijwel niet meer maar stapte, heel parmantig wel is waar, door de tuin alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ook als ik me door de tuin bewoog voor wat onderhoud leek hem dat steeds minder te deren. Hij had duidelijk een paar voorkeursplekken uitgezocht in onze tuin. In de avonduren zat hij graag in een van de vensterbanken. Hij keek ons dan aan als mijn vrouw en ik zaten te eten aan de eettafel. Als ik na het eten naar buiten liep, kwam ik op nog geen halve meter aan hem voorbij. Hij keek me dan uitdagend aan met een blik die uitstraalde dat het zijn tuin was en ik slechts de gast.

Als ik overdag bezig was met het verpotten van planten aan een grote overkapte werktafel in de tuin, dan zocht hij een plekje op vanwaar hij me goed in de gaten kon houden. Hij zocht hoe langer hoe meer toe nadering. Op een gegeven moment was het zover dat hij brood accepteerde dat ik vlak bij mij neer legde, hij nam het aan en liet het zich smaken. Heel rustig werd dan het stuk brood aan een inspectie onderworpen en vervolgens compleet ontleed. Daarna werd heel secuur elk kruimeltje in die grote zwarte snavel genomen en verorberd.

Ik ben altijd vroeg wakker ’s morgens, rond een uur of zes maak ik mijn eerste kopje koffie en snij het brood van de vorige dag in stukjes en gooi dat op het gazon. Dat is het teken voor mijn ‘gevleugelde vrienden’ ( nee, niet die inmiddels op leeftijd geraakte pianisten!) om los te gaan op het grasveld. Sinds een dag of vier komt ‘onze’ Ekster te laat en is het meeste al op. Hij moet zich dan tevreden stellen met de laatste kruimeltjes brood. Ook de andere vogels gaan niet meer aan de kant voor hem, de eens zo indrukwekkende vogel is geen schim meer van wat hij geweest was.

De laatste dagen heb ik steeds een beetje brood neer gelegd bij de waterbak, vlak voor de vensterbank waar hij de nachten door bracht. Zodra ik twee passen opzij deed kwam hij moeizaam van de vensterbank af liep de vijf passen naar de waterbak en nam het brood tot zich, spoelde daarna het water er achteraan en begaf zich weer terug naar de vensterbank waar hij tevreden de kop weer in de veren stak en nog wat verder doezelde.

Een nieuwe vriend

De laatste paar dagen was ’s morgens mijn eerst gang naar de vensterbank om mijn nieuwe vriend te begroeten, samen met onze hond, een Welsh Springer Spaniël, die zich ook helemaal verslingerd had aan die Ekster. Zoals een goede vriend dat beaamt wenste ik hem elke morgen een goede morgen toe en vroeg hem of alles goed was. Nou moet u niet denken dat ik aan het dementeren ben of zo, maar zo gaat dat nou eenmaal ’s morgens om even zes uur is er gewoon weinig anders om mee te praten. Hij schudde zich dan uit en maakte zich klaar voor zijn gang naar het brood en het water. Mijn hond en ik namen dan gepast afstand en keken vol belangstelling toe. Door de dag heen kwamen we hem zeker tien tot vijftien keer tegen. Telkens werd de afstand tussen mens en Ekster iets verkleind.

Gister morgen heb ik hem, naast het brood, ook nog een stukje kaas gegeven. Het ging er met smaak in.

Vanmorgen, zonnig na de hevige regen van gister, zag de tuin en de natuur er weer schitterend uit. Dus even zes uur uit bed, de kleren aan en naar beneden. Bij het passeren van het koffiezetapparaat snel op de knop gedrukt, zodat binnen twee minuten een dampende kop zwarte koffie niet alleen de dag zou wakker maken maar ook mijn ogen zou openen. En vlug naar de tuindeuren. Deze openend werd ik al aan de kant geduwd door mijn hond die duidelijk vond dat hij het initiatief moest nemen om de tuin te verkennen op deze vroege ochtend.

Mijn eerste gang was naar de vensterbank waar de Ekster zijn vaste plek had gevonden. Zoals gewoonlijk opende ik met: “goede morgen mijn gevleugelde vri………………”

Niks geen vriend te bekennen. Ik keek even snel en oppervlakkig door de tuin, maar niets te vinden. Ook Sjipke, mijn hond, werd er knap nerveus van. We zagen we nog net twee jonge konijnen het veld verlaten en dat de Egel zich terug trok in het dagverblijf, maar geen Ekster.

Misschien denkt u, ‘Nou en?’ Misschien denkt u wel ‘die ekster is gewoon weg gevlogen’

Tja, dat zal allemaal best maar ik voelde me er niet happy bij. De dag ervoor hadden mijn vrouw en ik nog tegen elkaar gezegd dat hij er steeds slechter uit ging zien, een beetje verfomfaait als het ware. Mijn vrouw zei nog, het lijkt wel of hij een beetje op zijn einde loopt. Nou, daar wilde ik nog niks van horen.

Ik maakte me best een beetje zorgen om die malle Ekster. Hij was duidelijk niet meer de snelste en kon dus best weleens door een kat zijn gepakt of zo. Ik ging weer naar binnen en begon aan het dagelijkse ochtend ritueel van brood snijden voor de vogels. Nadat ik klaar was nam ik de broodplank op en liep naar buiten. Gelijk sloeg Sjipke aan. Achter de grote Dennenboom bij ons in de tuin daar stond Sjipke te blaffen. Ik gooide het brood op het gazon en legde de snijplank even neer. Ik liep om de boom heen en zag Sjipke met zijn neus tegen iets aan duwen dat in het grind lag. Na elke duw kwam er een klagelijk geluid uit hem, je kon het geen blaffen noemen, nee het was bijna een soort van huilen. En weer met zijn neus tegen iets aan het duwen. Hij stelde zich zo op dat ik net niet kon zien wat het was. Ik trok hem weg en zag daar, in het vochtige grijze grind de ekster liggen. Bewegingloos en al helemaal stijf. De tuin was plotseling stil. Geen gekwetter, geen gezang, nee , gewoon doodstil.

Mijn Ekster was niet meer.

Hij was ter plekke omgevallen.

Gestorven van ouderdom.

Ik hoop dat hij die laatste twee weken het naar zijn heeft gehad.

Het gaf mij in ieder geval het gevoel dat er een vriend was overleden!

 

LEES VERDER