Ik wil het even met u hebben over een .....vlieg!

26-03-2012 09:15

 

 

Ik zit onderuit in de huiskamer. Mijn trouwe viervoeter aan mijn zijde zoals altijd, in diepe rust. Af en toe een snurkend geluid en een soort gegrom dat normaal alleen door tevreden poezen wordt voortgebracht en we kattengespin plachten te noemen.

Tijdens het kijken , luisteren en lezen, naar en van, alle ellende in de wereld kwam daar een vlieg voorbij.

Nu zult u waarschijnlijk zeggen : Ja, nou en?

Deze vlieg wist al het wereldnieuws voor een paar minuten naar de achtergrond te duwen. Als zo’n klein, nietig diertje, insect zo u wil, daar toe in staat is dan is dat toch een wondertje op zich!

Kom, laat ik u niet langer in spanning laten zitten, u bent vast ook wel toe aan een beetje ‘relatieveren’ !

 

Mijn “kwispel” wordt bijkans gek van het woord ‘Vlieg’.

Uit ervaring weet hij dat als mijn vrouw dat woord gebruikt  het anders zo gezapige huishoudentje tot leven komt. Zodra hij mijn vrouw hoort zeggen “er is weer zo’n kl….te vlieg in huis”, dan vergaat hij onmiddellijk een soort metamorfose. Vanuit het diepste van dit, lief en rustig, slapend dier komt dan een vervaarlijk gegrom omhoog. Hij veranderd onmiddellijk in een gevaarlijk monster dat een grote bedreiging vormt voor even welke voorbijkomende vlieg dan ook.

Niet dat hij ze vangt, hoor. Nee het, in zijn ogen verachtelijk, handwerk laat hij aan mijn vrouw over.

Zodra mijn vrouw de vliegende bedreiging waarneemt in de huiskamer is het hek van de dam. Ze springt op en gaat naar de keuken. Om een of ander duistere reden hangt daar het moordwapen gereed voor gebruik. Dat moord wapen is een soort tennisraket, maar dan niet bespannen met nylon draadjes maar met hele dunnen ijzerdraadjes die men ook aantreft in een eiersnijder.

Mijn hond, onze Sjipke,  weet uit ervaring dat nu de hel zo’n beetje kan los barsten.

Hij is inmiddels opgestaan van de bank, heeft zich uit gerekt, zodat de stram geworden spieren weer tot functioneren komen. Nu slaakt hij een soort oerkreet uit, een “oeoeoeoeoehhhhaaaaaaa” en volgt mijn vrouw richting keuken. Hij inspecteert daar de ultra moderne vliegenmepper en moedigt mijn vrouw uitbundig aan om toch vooral maar te starten met de achtervolging van de vlieg.

Achterelkaar komen ze vervolgens weer de huiskamer binnen. Mijn vrouw voorop en in haar kielzog mijn hond. Ik zit rustig op de bank en probeer nog steeds het nieuws te volgen op TV.

Een of andere juwelier schijnt te worden vervolgd door justitie omdat hij weigert om buitenlanders nog langer toe te laten in zijn winkel. Na drie of meer overvallen is de man er wel klaar mee, hij doet zijn verhaal vanuit de rolstoel. Terwijl de journalist hem vragen stelt zie ik de man plotseling een slaande beweging maken, hij slaat kennelijk een vliegweg.

Ik roep tegen mijn vrouw, dat ze op moet passen met het jagen op andere soorten want voordat je het weet zit je ook in een rolstoel!

Totaal niet onder de indruk van mijn bezorgdheid en onverschrokken, zet ze de jacht op het gevaarlijk insect voort. Ze rent van hot naar her door de huiskamer, onder het lopen snel nog even de deuren van de hal en de keuken sluiten, want hij zou eens kunnen ontsnappen. Dat wil je niet, zo’n vervaarlijke crimineel vrijelijk rondwarend door ons huis.

Ze rent dus, zwaaiend met een fel gele vliegenmepper, door de huiskamer. Aangemoedigd, door het inmiddels oorverdovende luide  geblaf en op de voet gevolgd door onze “kwispel”

Het felle geblaf irriteert haar kennelijk mateloos en , tijdens het spel van “fitness voor mens en dier”, tracht ze,  dreigend met geweld, de hond tot stilte te manen.

Daar dat sedert een groot aantal jaren totaal geen indruk meer maakt op mijn hond, uit ervaring weet hij inmiddels dat het toch slechts bij dreigen blijft, voelt hij het eerder als een aanmoediging om op de in geslagen weg voort te gaan en het volume van zijn geblaf nog een tandje op te voeren.

Het maaien van de vliegenmepper verhoogd dan ook de feestvreugde. Niet zo zeer het moment waarop de vlieg geraakt wordt, maar de jacht op zich verschaft beide, kennelijk, het grootste genoegen. De snelheid waarmee beide nu door de huiskamer rennen dringt de vergelijk op met het bij wonen van een tenniswedstrijd. Ik heb moeite om met hoofdbewegingen van links naar rechts het tempo bij te houden.

Dan, na vele mislukte pogingen, weet mijn eigen Bettie Stöve ( voor de jongere onder u: eens een redelijk begaafd tennisspeelster uit de vorige eeuw) met een rake klap de vlieg uit de lucht te meppen.

Via een onnavolgbare techniek krijgt de klap zoveel effect mee dat de “vlieg” beland voor mijn vervaarlijk grommende hond. Versuft door de stroomstoot uit het “tennisracket” blijft de vlieg even op zijn rug liggen. Mijn hond ziet nu zijn kans schoon en duikt op zijn vervaarlijke prooi.

Een hap en weg is de vlieg.

Mijn hond kijkt triomfantelijk om zich heen, constateert dat de jacht voorbij is en legt zich weer rustig neer op de plek naast mij,waar hij zich bevond voordat mijn vrouw aan haar lichamelijke oefeningen begon. Ik kijk toe en glimlach. Dat had ik beter niet kunnen doen. Maar ja die wijsheid komt altijd later.

De opgekropte adrenalinebom richt zich nu naar mij: “zit jij me nu uit te lachen?” klinkt het vervaarlijk. En dan nog een keer: “je zit me toch niet uit te lachen, mag ik hopen? “ Ik doe in middels verwoede pogingen om mijn gezicht weer in het gareel te krijgen en de glimlach te laten verdwijnen. Uit ervaring weet ik dat het hier om een vraag gaat die geen antwoord behoeft. Sterker elk antwoord is verkeerd op zo’n moment dus houd ik wijselijk mijn mond.

“Nou, geef eens antwoord” Ik volhard in zwijgen. Noem het maar laf, ik vind het verstandig. “Je zit daar maar op je krent en laat mij een beetje rond rennen als een gek achter die pokken vlieg en die hond van je vliegt ook maar door de kamer (n.b.: mijn vrouw zegt zulks alleen in haar woede, hoor. Ze is gek met die hond. Alleen is haar stemming vaak bepalend van wie die hond is op dat moment) en jij, jij doet niks. Nee meneer zit een beetje stom te grinniken in plaats van mij even te helpen om dat beest te vangen. !!”

Dat is het moment dat ik denk me te moeten verweren: “Ik heb geen last van dat beest, hij is van zelf binnen gekomen en zal ook van zelf wel weer vertrekken”

Fout. Wat ik ook had gezegd het is FOUT. Haar opgekropte woede richt zich nu in volle omvang op mij.

“Jij, jij………, ach val dood, kerel!” Ik schiet in de lach. Ze kijkt me woedend aan, ik zie in haar gezicht dat de meeste adrenaline aan het verdwijnen is, ook bij haar breekt de realiteitszin weer door. Er verschijnt een voorzichtige glimlach om haar mond. Het leed is geleden. Ze draait zich om en loopt richting keuken om het moord wapen weer terug te hangen, gereed voor de volgende aanslag.

Onder het lopen, draait ze zich om: “Wil je koffie, ik ga toch naar de keuken? Dan hoef jij niet op te staan!!” voegt ze er met een vleugje sarcasme nog even subtiel aan toe!

Kortom de rust is weer gekeerd in ons stulpje!

En de vlieg? Hij ruste in vrede !!!

 

LEES VERDER