Hoi, ik ben dus Sjipke.

25-03-2012 17:04

 

Sjipke gaf me dus toestemming om zijn levensverhaal neer te pennen en dan met name dat eerste stukje dat zich heeft afgespeeld in Indijk, bij Woudsend, in Friesland. Niet te verwarren dus met dat Indijk dat een kilometer of 20 hoger ligt. Dat wilde hij wel met jullie delen. En, wie weet verschijnt er hier en daar wel een glimlach op een treurend gezicht. Op voor hand dus veel leesplezier.!!!

Ik ben dus Sjipke !

Ik zal maar beginnen met me even goed voor te stellen. Ik heet eigenlijk :

“ENDOR-SJIPKE OUR LOYAL WELSH”

Nou vonden Els en Rob (tja , dat zijn ze dus, mijn “baasjes”)dat geen lekkere naam. Al snel werd besloten dat ik verder als Sjipke, door het leven zou gaan. Ik heb me laten vertellen dat ik vernoemd ben naar de man van de postbode uit Woudsend. Waarom zult u zich misschien afvragen. Wel daar heeft Rob een simpele verklaring voor. Onze postbode had een klikkende stem en als ze haar man moest hebben en hem niet snel genoeg in het vizier kreeg, dan kwam me daar een geluid uit, waar je u tegen zij. Het was meestal een lang gerekt “SSSSSSSJJJIIIIPPKE” dat voldoende was voor hem om zich binnen de kortste keren te melden bij zijn vrouw. Mijn baasje moet gedacht hebben “als hij luistert naar zijn naam dan zal mijn toekomstige hond ook vast wel luisteren naar die naam”

En, aldus geschiede, ik werd de tweede Sjipke in Woudsend. Daar heb ik dus mijn eerste levensjaren, met heel veel plezier, doorgebracht. Maar ik ga, zoals gewoonlijk, veel te snel !!

Sjipke 4 weken oudWel, nu weten jullie mijn naam en hebben mijn foto gezien, dus zal het volgende geen verassing meer zijn. Ik heb mijn leven zo ingericht dat de hele dag in het teken staat van MOI (mij dus !!!) Het nestje waar ik uit kwam lag in de buurt van Aalten, tegen de Duitse grens aan. De kennel , waar ik geboren ben op 12 november 2003, heet Our Loyal Welsh. Daar woonden mijn Vader en Moeder, twee echte kampioenen. Twee Welsh Springer Spaniëls, die er wezen mochten. We waren met zeven broertjes en zusjes. Ik had samen met mijn overgebleven 2 broertjes en zusje nu een zee van ruimte. De meesten van de familie waren al weg, hadden al een goed onderkomen gevonden. Het werd eigenlijk een beetje stil. Ik was al een paar keer van onder en van boven bekeken, maar als het puntje bij het paaltje kwam koos men steeds voor een broertje of een zusje. Ik had dan ook besloten om me niet meer zo aan te stellen. Hevig kwispelen en blij piepen maakte kennelijk toch geen indruk. Ik zou de volgende keer maar eerst eens de kat uit de boom kijken voordat ik weer op die vreemde mensen af ging rennen.

Op een dag werd, door de fokster, de boel opgeruimd. Alles moest weer aan de kant, het nest moest er keurig uit zien. De ervaring had geleerd dat er dus weer kijkers kwamen. Iedereen was nerveus, mijn broertjes en zusje stonden zich een beetje aan te stellen en naar voren te dringen en deden er alles aan om maar op te vallen voor die vreemde mensen die voor het hekje stonden. Ik was niet zo. Ik hield me eerst maar eens een beetje op de vlakte, al die drukte daar aan dat hek, dat hoefde van mij niet zo. Aan het hek, voor ons nest, stond een boom van een man (wel erg veel man , hoor) naast hem stond een mevrouw die heel vertederend keek naar mijn familie. Zo met een blik van “ik wil ze allemaal wel meenemen”. Er werd wat gepraat en heel veel gewezen, geaaid en geroepen. Zo van “kom dan” en “och en ach” en “wat zijn ze lief en schattig !” Dat ging maar door hé!.

Plotseling kreeg zij mij in de gaten en daar ging het weer van “kom dan” op z’n allerliefst. Tja, wat doe je dan. Dan bezwijk je hé. Ik ben een stukje, schoorvoetend, naar haar toe gelopen. Ze boog zich voorover, pakte me op en ik dacht “die laat me nooit meer los” Ze zei tegen mijn baasje “deze wordt het, deze vind ik zooooo lief, deze wordt het” Mijn baasje maakte wat tegenwerpingen door nog te zeggen dat die andere veel spontaner waren en socialer. Die kwamen gelijk naar je toe!! Niets kon haar nog van gedachten doen veranderen. “deze” (ik dus!) moest het worden en geen ander !! Mijn baas probeerde haar nog een keer op andere gedachten te brengen maar dat was onbegonnen werk. In januari 2004 ben ik bij ze ingetrokken. Door me een beetje terug houdend op te stellen, heb ik het dus voor elkaar gekregen dat Els (zij is de vrouwelijke helft van mijn baasjes) mij uit koos uit het nest. Het was liefde op het eerste gezicht van haar kant en, eerlijk is eerlijk, dat was wederzijds!

Na uitgebreid afscheid te hebben genomen van de rest van mijn familie en de fokster, kreeg ik een plekje achterin de auto toe bedeeld. Ze hadden een grote krat neer gezet met een groot kussen en wat speelgoed erin. Ik werd er plomp verloren ingezet, de deur ging dicht en even later zaten ze gezellig samen voorin en ik zat in die krat!. Nou, daar had ik dus effe geen zin in hé. Dat zag ik dus effe niet zo zitten, me eerst in de armen sluiten en me dan weer, moederziel alleen, achter in die auto zetten, dat kon toch niet. Ik probeerde uit die krat te kruipen en tussen de voorstoelen door naar voren te komen, om bij haar op schoot te gaan zitten. Zij wilde wel. Bijna was het zover dat ze me eruit tilde en me op schoot wilde nemen. Bijna!!

Dit werd echter resoluut van de hand gewezen door mijn baasje. Hij zei, “hij moet leren dat dat zijn plekje is en daar moet je meteen mee beginnen anders snapt hij het niet.” Nou ik snapte het best hoor, Hij wilde me gewoon niet voorin hebben. Ik probeerde het nog een keer, maar er was geen beginnen aan, ik moest en zou achterin blijven. Bij wijze van troost, werd een hand in het kratje gestoken. Die hand begon me te aaien en te kalmeren. Uiteindelijk ben ik dus op die hand in slaap gevallen. Toen ik wakker werd voelde ik die hand nog en hoorde haar zeggen, “ik heb een lamme arm van die achterlijke draai” waarop ik hem hoorde zeggen “ Je kan toch ook niet de komende tien jaar zo blijven zitten als we weggaan. Hij zal er toch gewoon aan moeten wennen.” Waarop zij zei: “ach god, hij is nog zo klein en zo alleen , laat hem nou nog maar even”

Typisch, we zijn nu zo‟n 7 jaar verder en nog hoor ik vaak, als mijn baasje vind dat ik weer eens iets moet doen, “ach god, laat hem nou maar even” Opdat moment weet ik, dat ik gewoon kan doen waar ik zin in heb en gaat mijn baas dan toch nog te keer, dan loop ik gewoon naar haar toe, steek mijn kop tussen haar knieën, en weet dan dat ze me achter mijn oren gaat staan krabben. Hij heeft dan geen schijn van kans meer om me ook nog maar iets te laten doen. Goed hé !! Na ongeveer een uur rijden stopte we bij een weg restaurant. Ik werd uit de auto getild en werd op de grond gezet, meegenomen naar een grasstrook op die parkeerplaats en ze begonnen, in koor te mummelen “ga maar plasje doen, toe maar, doe maar een plasje !” Ik begreep er helemaal niets van, ik had het zo druk met al die nieuwe luchtjes die ik helemaal niet kon, er was zoveel nieuws dat ik ze amper nog hoorde. Maar, dat moet ik ze na geven, ze gaven niet op. Ze bleven maar aandringen dat ik een plasje moest doen. Toen het nieuwe er een beetje van afwas, ik had bijna alle luchtjes wel in me opgenomen, merkte ik dat ik heel nodig moest plassen. Ik zocht een knappe pol gras uit en ging zitten plassen. Die plas ontlokte allerlei vreugde kreten bij mijn baasjes. Goh, wat konden mensen blij zijn als je een plasje deed. Pas veel later kreeg ik door dat ze me zo aanmoedigde om zindelijk te worden.

Ik werd meegenomen naar het restaurant en werd prompt onder de tafel geschoven. Kijk hier had ik dus even geen trek in. Hun aan tafel zitten en ik eronder. Hoe vaak ik niet heb geprobeerd eronder vandaan te komen en hoe vaak ik weer net zo hard werd terug geschoven. Niet te tellen gewoon. Na de zoveelste keer klonk het “ach god…………” maar mooi niet hoor, ik moest blijven zitten waar ik zat totdat ze klaar waren. Ik was zo boos dat ik ze gewoon ging negeren. Eindelijk waren ze klaar. Ze stonden op en riepen me. Ik dacht, me hoela, net niet, dan nu ook niet. Ze begonnen weg te lopen van de tafel waar ze gezeten hadden. Eerst een paar stappen, dan nog een paar en plotseling waren het wel tien stappen. Het schoot door me heen, dat ze me daar alleen achter zouden laten. Dat kon nooit de bedoeling zijn, toch? Hoe moest ik dan de weg terug vinden? Hoe moest het dan verder met mij zo heel alleen in dat grote restaurant? Ik besloot mijn poot over mijn hart te strijken en als nog naar ze toe te gaan. Ze waren heel blij toen ik aan kwam lopen, Woorden als „goed zo‟ en „knap hoor‟ waren niet van de lucht. We gingen terug naar de auto en vervolgde de rit naar, wat later bleek, mijn nieuwe huis.

Eenmaal thuis, hebben we samen even in de directe omgeving rondgelopen voordat we naar binnen gingen. Binnen stond alles al klaar. Eerst lieten ze me zien waar mijn eten en drinken stond en waar mijn mand stond. Toen ben ik zelf maar eens even gaan rondkijken. Best wel vreemd hoor zo‟n groot huis. Vlak bij mijn mand lagen wat vreemd uitziende dieren op de grond. Ik ging er voorzichtig op af. Stap voor stap naderde ik deze “engerds”. Kijk ik ben dan wel een jachthond, maar je moet het ook niet meteen overdrijven, toch? Toen ik ze van alle kanten besnuffeld had en er geen beweging in zat heb ik ze maar met rust gelaten. Sommigen van die eerste knuffels heb ik nog. Ik bewaar ze goed en ben er altijd erg zuinig op geweest. Als ik me nu een beetje onzeker voel zoek ik die oude knuffels weer op en sleep ze overal mee naar toe. Voel me dan gewoon het prettigst.

Toen ik de boel goed in me had opgenomen was ik best moe, al die nieuwe en vreemde indrukken, dat was me wat. Goed dan maar eens even een plekje zoeken om een tukje te doen. Ik werd op een groot kussen neergelegd en het vrouwtje kwam bij me op de grond zitten. Binnen een paar tellen voelde ik dat mijn ogen dicht vielen. Op het moment dat ze dacht dat ik sliep haalde ze haar hand weg en liep naar de bank.

Mij, moeder ziel alleen, achterlatend op dat kussen. Nou, mooi niet hé. Ik ben er meteen achteraan gegaan en heb een plekje op de bak opgeëist tussen hen in. Eigenlijk lag ik het liefst op die plek waar mijn baasje altijd zit. Kijk hij doet wel of dat hij de baas is maar ik vind dat ik dat ben en dus hoor ik op die plek te zitten. Dat gaat goed, zolang hij niet in de buurt is. Als hij de kamer binnen komt begint hij al met zijn hand te gebaren dat ik daar weg moet, omdat hij daar zo nodig moet zitten. Na wat tegen spartelen geef ik hem dan meestal zijn zin maar. Je moet het ook niet op de spits drijven, toch? Wel, tot zover de eerste belevenissen van de jonge Sjipke. De eerste stappen in die grote wereld buiten de vertrouwde omgeving van het nest, uit de beschermde omgeving van je moeder en de broertjes en zusjes. Nieuwe vrienden maken en een nieuw leven op een nieuwe plek in het mooie en waterrijke Friesland. Wij hebben er ruim zeven jaar door gebracht. Net als wij heeft ook Sjipke met volle teugen genoten van de Fries mentaliteit en de lieve mensen daar. Ik sluit dus maar af met een oprecht……………..

FRYSLAN BOPPE!!!!!!!!

 

Groetjes van, ……………..en Sjipke