Er veranderd nooit iets bij het Amsterdamse GVB

22-02-2012 22:42

 

Schriftelijke vragen over topsalaris GVB, Bart Smeinck

 

AMSTERDAM -  SP Amsterdam heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders over de hoogte van het salaris van de nieuwe directeur van vervoersbedrijf GVB, dat boven de Balkenende norm ligt.

Aldus de opening in de Telegraaf van hedenmorgen. 

 

Medio zeventiger jaren, ja u leest het goed, het gaat over de vorige eeuw. De top van het GVB stond onder hevige kritiek vanuit de samenleving. “‘Het GVB moest verandert worden, Het GVB moest meer met zijn tijd mee! Het GVB moest gereorganiseerd worden. Er werd een prachtig plan uitgedacht, dat decentralisatie werd genoemd. De beslissingen moesten dichter bij de werkvloer worden genomen. Elke vestiging moest een kleinbedrijf op zich worden waardoor het allemaal veel efficiënter zou gaan. Er waren hoog gekwalificeerde managers voor nodig omdat proces tot een goed einde te brengen’

Tot zover een opsomming van het gedachte goed dat toen ten grondslag lag aan de puinhoop van nu.

Natuurlijk waren de ideeën en de intenties goed. Natuurlijk ging men op zoek naar ‘gekwalificeerd personeel’ voor de nieuwe topfuncties in het bedrijf. Globaal gezien waren er drie partijen die uiteindelijk moesten meestemmen over de personen die werden aangetrokken om de broodnodige reorganisatie te trekken.

De toen zittende directie. Deze zittende directie had er geen belang bij, voorbij te worden gestreefd door de ‘jonge honden’ die er aan kwamen. De lokale en landelijke politiek, die elk hun eigen agenda nastreefden. Daar waar het erom ging om verantwoordelijkheid te nemen voor de positie’s en de benoemingen op die positie’s, binnen  het GVB, streefde zij elkaar voorbij bij het aandragen kandidaten. Waarbij meer gelet werd op de contacten en politieke komaf, dan dat er werd gekeken naar de kwaliteiten en capaciteiten. De vakbeweging, die geen boodschap had aan verbetering van de kwaliteit van het Openbaar Vervoer, maar slechts oog had voor het zeker stellen van de werkgelegenheid. Op zich uitermate legitiem, zei het redelijk kortzichtig, zelfs voor die tijd.

Zie hier een basis die als kweekgrond moest dienen om het grootste gemeentelijke bedrijf klaar te maken voor de volgende eeuw. Ondanks dat alle betrokken partijen naar buiten toe uitdroegen dat het belang van reiziger, personeel en product centraal diende te staan, kon de oplettende waarnemer zien dat elk zijn eigen agenda in dit geheel had en dat die de feitelijke invoering van een goed functionerend managementteam in de weg stond.

Nadat men overeenstemming had bereikt over het ‘nieuwe’ organisatie plaatje. (de ambtenaren waren nu dus bereid om zo’n zeven jaar later dat te doen wat in het bedrijfsleven reeds algemeen goed was) Het GVB ging van een centraal geleide organisatie naar een decentraal aangestuurde, jonge en dynamische organisatie. Daar stak onmiddellijk het volgende probleem de kop op. Binnen het GVB ontbrak het eigenlijk aan de gekwalificeerd personeel om:

  1. Leiding te geven aan dat veranderingsproces.
  2. Dat proces vervolgens te implementeren, en tot slot
  3. Leiding te geven aan die nieuwe organisatie op zowel directie- als management niveau

En dan begint het gelazer waar Amsterdam nou eenmaal zo goed in is. De kruideniersmentaliteit steekt de kop op. De vraag wat kost het en wat gaat wie verdienen, blijkt plotseling veel belangrijker te zijn dan de vragen waar het feitelijk omgaat, namelijk:

Wie heeft de kwaliteiten en de capaciteiten om het ingezette proces tot een goed einde te brengen.

Veel, goed gekwalificeerde kandidaten nemen niet eens de moeite om te interesse te tonen, kopschuw gemaakt door de publieke discussie over inkomen en niet over ideeën.

De groep die wel de moeite nam en, aantoonbaar, beschikte over de kwaliteiten en capaciteiten haakte gaande weg de procedures, die tot aanstelling moesten lijden op de meest cruciale plekken binnen dat bedrijf, af omdat het geboden inkomen niet evenredig was met de zwaarte van de functie en de eisen die daar aan gesteld werden. Bagatelliserend werden die mensen weg gezet als uitbuiters en geldwolven.

Mensen die later in het bedrijfsleven zouden zorgdragen voor een opbloeiende economie werden niet aangesteld omdat ze politiek niet acceptabel waren (zeg maar de verkeerde kleur) Omdat ze financiële eisen stelde die in overeenstemming waren met die, die in de publieke sector gangbaar waren.

Dan was er nog een kleine groep idealisten, die bereid waren om tegen een schijntje van wat ze in het bedrijfsleven op vergelijkbare posities konden verdienen, wel hun steentje wilde bijdragen aan het, ‘o zo nodige’ , veranderingsproces binnen het GVB. Zij beschouwde het als een uitdaging om de bedrijfscultuur te veranderen op basis van idealisme, kwaliteit en capaciteit.

Triest was het dan ook om te moeten constateren dat de meeste van hen, het verse bloed, binnen ‘no time’ weer af moesten haken omdat ze moesten constateren dat, met name de oude garde binnen de politiek, het management en de vakbeweging, niet van zinnens waren de eerder betrokken stellingen te verlaten en vernieuwing een oprechte kans te geven.

Op de vrijgekomen plekken werden de uit het, oude bedrijf, voortgekomen managers, aangesteld. Dit was geen vernieuwing maar een consolidatie van de oude cultuur. Hiermee was de feitelijke mislukking van het broodnodige veranderingsproces al mislukt. Het zou de opmaat worden naar de situatie waarin het GVB zich nu, een dikke dertig jaar later, zich nog steeds bevind.

Weer vind de discussie plaats over een mentaliteit verandering. Weer is het noodzakelijk om te komen tot een ander, meer modernere bedrijfsvoering. Weer wordt er naar jong- en versbloed gezocht, om leiding te geven aan dat broodnodige proces om het GVB, in het belang van gebruikers en werknemers, naar een gezonde bedrijfsvoering te tillen. Weer gaat het niet over de kwaliteit of capaciteit, nee ook nu weer gaat het over het inkomen en of er wel wordt voldaan aan de Balkenende norm.

Niet de prestatie telt, nee het financiële plaatje geeft weer de doorslag. Ook nu is er weer niets veranderd in die discussie. Politieke bestuurders zijn kennelijk niet instaat om hun inzichten bij te sturen zonder dat dat tot politiek gezichtsverlies. Liever laat men dan maar alles bij het oude.

O ja, dat geld natuurlijk niet voor u. U die ’s morgens staat te wachten op dat beloofde vervoer. Kwalitatief hoogwaardig transport om naar uw werk te komen, transport dat u op een fatsoenlijke manier naar huis brengt na een dag hard werken om deze maatschappij weer op de been te helpen.

Zeg nou eerlijk, als u in een smerige tram stapt die gewoon een kwartier te laat is omdat er door achterstallig onderhoud aan het rijdend materiaal, trams of bussen zijn uitgevallen. U instapt en daar een bestuurder aantreft in oude gerafelde kleding, niet instaat is om u in fatsoenlijk Nederlands te woord te staan. U plaats moet nemen in een smerig hok omdat er geen personeel meer is die iets aan schoonmaak kan doen. denkt u dan wel eens aan de ‘Balkenende norm’ ?

Het is (weer) tijd voor verandering, het wordt tijd dat de verantwoordelijke zich realiseren dat dat gepaard gaat met investeren in de toekomst.

Als Bart Smeinck de man is die de kwaliteiten en de capaciteiten heeft om het GVB op te tillen naar een nieuw elan dan moeten we misschien maar die Balkenende norm los laten. Op tal van vlakken in de maatschappij is die norm al over boord gezet, inclusief Balkenende zelf!!

Je gunt de Amsterdammer toch een fatsoenlijk Openbaar vervoer.