Een echte Dame !

09-03-2012 07:11

 

Lijn 24,  en wat er verder nog voorbij kwam.

Zoals ik al eens eerder vertelde, rijden op lijn 24 bracht je door een wereld van contrasten. Oud Zuid , de Pijp en de oude binnenstad van Amsterdam waren het werk terrein van een trambestuurder die zijn passagiers vervoerde tussen het Centraal station en het Stadionplein. In het eerste deel heb ik al een beetje verteld over de contrasten tussen het publiek van de ene wijk en de andere in een stad als Amsterdam. Vaak waren deze contrasten zo groot dat het bijna moeilijk is om te beschrijven. Veel van het publiek dat je vervoerde waren, zeg maar, vaste klanten. Als je op een halte aan kwam rijden dan knikte je al vriendelijk naar de wachtende passagiers als teken van herkenning. Op de halte Minervalaan, in de richting van het centraal station, stond zo’n drie keer per week een “echte Dame” te wachten. Hoe ik wist dat het een echte Dame was? Nou, eenvoudig ze had het me zelf verteld!

Op een ochtend, hartje winter, het vroor een graadje of acht en het was dus stervens koud in de bestuurders cabine. De tijd tussen twee haltes was nooit voldoende om die cabine op een redelijke temperatuur te krijgen. Sterker, zelfs de warme luchtblower, die ervoor moest zorgen dat de voorruit niet zou beslaan en dus bevroor, had de geest gegeven en was zo dood als een pier. Dus het was zaak om terug te vallen op oude vertrouwde methodes. Gewapend met een flinke dot poetskatoen, waar het afwasmiddel vanaf drop, regelmatig de binnenkant van de voorruit te behandelen, om te voorkomen dat deze bevroor. De voordeur, zoveel mogelijk dicht houden om te voorkomen dat kou en sneeuw ervoor zouden zorgen dat er helemaal niet meer te rijden viel. Als je dan op een tramhalte aankwam rijden zette je de tram een stukje voorbij de halte zodat de wachtende passagiers bij de tweede deur van de tram konden instappen.

De meesten passagiers begrepen onmiddellijk wat er aan de hand was en gebruikte de tweede deur zonder te morren. Zo niet een zwaar op gemaakte mevrouw, goed in de kleren zittend en van een kwaliteit die verraadde dat deze niet uit het rek bij C&A vandaan kwamen. Een passagier die regelmatig mee ging, steevast voorin stapte en geen woord uitbracht, hooguit een wat neer buigende blik in de richting van de bestuurder. Hoe vaak ik niet geprobeerd heb haar een goede morgen te wensen, even zo vele keren bleef deze vriendelijke groet onbeantwoord en viel slechts een wat meewaardige blik mij ten deel. Nee, zo op het eerste gezicht was goed te zien dat het hier “oud geld betrof”, alles aan haar straalde een hautaine houding uit.

Mevrouw begaf zich van de tram halte af en liep parallel aan de tram naar de voorkant. Aangekomen ter hoogte van de eerste deur, begon ze onmiddellijk zwaar te kloppen op de deur en maakte druk gebaren dat de deur open moest en dat ze erin wou. De mensen op de eerste stoeltjes aan de kant van de halte zaten driftig te gebaren tegen haar dat ze door de volgende deur naar binnen moest, maar daar had mevrouw geen boodschap aan. Het kloppen verhevigde en ging nu gepaard van de meest vreselijke kreten, die duidelijk moesten maken dat ze toch echt door de voordeur naar binnen wilde. Ik draaide me gedeeltelijk om naar de zijkant, keek haar recht in de ogen aan en schudde me hoofd, terwijl ik met me duim naar achter wees, om haar duidelijk te maken dat het gebruik van de volgende deur toch echt de enige mogelijkheid was om binnen te komen. Even leek het erop dat de boodschap overkwam, ze stond duidelijk na te denken over de nu ontstane situatie, maakte ligt aanstalten om naar de tweede deur te lopen. Iedereen, die in de tram dit tafereeltje had gevolgd, slaakte een zucht van verlichting. Een van de passagiers zuchtte  “hé, hé, het dubbeltje (u begrijpt dat de inflatie nog niet had toegeslagen!) is gevallen bij der, ze snapt het!”

Opdat moment draaide ze zich, resoluut om en sloeg, met her vonden energie en zelf vertrouwen, vol op de voordeur. Herhaalde die klappen nog een paar maal en trok er een gezicht bij als of ze elk moment in tranen uit kon barsten. Het zag er allemaal zo ernstig uit dat ik besloot toch die voordeur maar open te doen, hetgeen me kwam te staan op een vloekpartij van de passagiers die in het voorste gedeelte van de tram zaten. Die kregen in een keer de volle lading kou en sneeuw naar binnen. Mevrouw hees zich naar binnen. Een beetje verschoten krokodillen handtasje in de ene hand en een lege Albert Heijn tas in haar andere hand. Nog voor ik ook maar iets kon uitbrengen keek ze me woedend aan, diep in de ogen en vol minachting en zei, “U moet mij door de voordeur naar binnen laten, ik ben een DAME !” vanaf dat moment wist ik dus wie ze was “EEN DAME”

Er zat nog een staartje aan dit verhaal. Deze zelfbenoemde “dame” reed dus zo’n 3 maal per week, laat in de middag mee van oud zuid naar de Albert Cuijp. En een uurtje later moest ze dus terug. Ook die dag met dat voorvalletje was dat dus het geval. Vaak had je de mazzel dat je haar twee keer op een dag van dienst kon zijn. Op de terug weg was de tas van Albert Heijn dan helemaal gevuld en was zichtbaar zwaar. Als je dan aankwam rijden bij de Albert Cuijp zag je haar al staan te wachten op de halte. Rond dat tijdstip had je vaak de zelfde vaste passagiers in je wagen, mensen die altijd op vaste tijdstippen het vaste traject aflegde. Vlak achter mijn zat een “chique” mevrouw, die ook een regelmatige passagier was en altijd even vriendelijk als ze instapte. Ik stopte op de halte Albert Cuijp en daar kwam onze “dame” de tram binnen. De mevrouw achter mij begroete haar aller vriendelijkst, “dag mevrouw, alles goed met u?” klonk het.

De vriendelijke groet bleef onbeantwoord, de “dame” liep, zonder haar ook maar een blik waardig te keuren, straal langs haar heen. Een paar banken verder was nog een zitplaats, de “dame” liet zich hier neer vallen en zette de overvolle Albert Heijn tas midden in het gang pad. De mevrouw achter mij zat wat te pruttelen, zo in de trant van “wat een kapsones heeft dat mens” en “wat een opgedirkte troel” waren de opmerkingen die ik duidelijk kon verstaan en gelijk op de lach spieren van de ander passagiers werkte. Gedurende de hele rit bleef de mevrouw achter mij maar sputteren en haar ongenoegen uiten over de onbeantwoorde groet.

Uiteindelijk kwamen we aan op de halte Beethovenstraat hoek Stadionweg. De “zelfbenoemde dame “ maakte aanstalten om de tram te verlaten, niet door de voordeur (daar zat nog steeds de mevrouw die haar de hele weg te kijk had gezet) nee, door de tweede deur verliet ze de tram. Geheel tegen haar gewoontes in. Toen ze de tram had verlaten stond de mevrouw achter mij op en boog zich wat samenzweerderig, half de cabine in.  “Dat mens woont bij mij in de straat. Een kapsones dat ze heeft en geen nagels om haar reet te krabben” Ik keek verbaasd om, de uitspraken paste totaal niet bij het beeld dat ik had van de mevrouw. Ze maakte zich zo kwaad dat ze totaal vergat wie ze was en terug viel in het taal gebruik waar in ze , kennelijk, was opgegroeid. “Weet je, jongen, weet je, nou komt ze met een volle Albert Heijn tas van de Cuijp, daar heeft ze net zolang staan wachten totdat de marktlui de prijzen omlaag gooide omdat ze anders bleven zitten met hun handel” Ze vervolgde ”Kijk, dat is allemaal niet zo erg hoor, mot ze lekker zelf weten. Maar nou stapt ze dus een halte eerder uit als waar ze wezen moet, gaat eerst bij Albert Heijn naar binnen en haalt daar haar lijfblad de ‘de Allerhande’ dat is wel gratis hoor , loopt vervolgens Linéa Recta weer de winkel uit met dat blad onder der arm en gaat naar huis.”  “Kijk, dan komt ze de straat in en moet iedereen zien dat ze boodschappen heeft gedaan. Ja, maar niet op de Cuijp hoor, nee, ze verteld doodleuk aan iedereen dat ze alleen bij Appie komt, nou wij weten wel beter hé!”

Een beetje ontdaan had ik het hele verhaal aangehoord, vanaf dat moment ben ik toch anders tegen de “dame” gaan aan kijken. Ik had elke keer als ze weer mee ging voor het vaste ritueel van boodschappen halen op de Cuijp moeite om een lach te onderdrukken.!! Dus al u nou de volgende keer een Dame ziet lopen met een zware Albert Heijn tas, dan weet ik zeker dat ook u moeite heeft om een glimlach te onderdrukken ! ! !