De Journalisten en de politiek

09-03-2012 17:29

 

Ik werkte, begin jaren ’70, als barkeeper in café “de Dam” in de Damstraat. Ik denk dat die kroeg nog steeds bestaat, wel is waar onder een andere naam, maar toch! Terug denkend aan die tijd komen de verhalen als vanzelf naar boven borrelen. Ik wil ze graag met u delen.

 De Journalisten en de politiek

Ik heb al reeds eerder beschreven dat het bezoekend publiek van het etablissement uit een zeer gemêleerd ezelschap bestond. Naast het “normale publiek” was er het hele journaille van de Telegraaf en het Nieuws van de dag (NvdD) dagelijks te gast. Het Telegraaf gebouw zat toen der tijd op de Nieuwezijds- Voorburgwal.

Om een uur of twee ‟s middags was de krant (NvdD) klaar. De financiële pagina‟s waren afgesloten en de krant rolde van de persen. Zowel de stads-, de financiële en de politieke redactie mochten worden gerekend tot de, laten we maar zeggen, meer ervaren innemers. Onder leiding van de toenmalige hoofdredacteur werd de dag afgesloten in de kroeg. Dat afsluiten begon dan vaak in het café waar ik werkte en daarna was café Scheltema aan de beurt en de dag sluiting vond dan, over het algemeen, plaats bij café Hoppe aan het Spui. Café Hoppe werd dan natuurlijk alleen gehaald door de doorzetters onder het journaille.

Een voor een kwamen de redactieleden binnen wandelen. Allemaal, stuk voor stuk, markante persoonlijkheden met hun eigen gebruiksaanwijzing. Nog voordat de koppen in de krant droog waren was ik al op de hoogte van het nieuws van die dag. De hoofdredacteur gold ook hier als voorganger en gangmaker, hij dronk alleen een “singel Malt” whisky. Daar nam hij geen glas van, maar gewoon een hele fles. Die fles was dan voor hem alleen. Hij had geen hekel aan delen of zo, maar “een man zijn drank is een man zijn drank en daar blijft iedereen van af.” Ook ik mocht alleen de fles en het glas bij hem neer zetten. Het ontkurken en het inschenken waren bezigheden die hij zelf in de hand wilde hebben. Dat gebeurde met de precisie van een instrument maker, het ontkurken gebeurde heel voorzichtig, het inschenken ging, bijkans , nog voorzichtiger. Het glas werd gevuld met vrijwel exact anderhalve centimeter “goddelijk vocht” zoals hij zijn whisky liefkozend noemde. Hij deed met 0,7 liter krap twee dagen. Hij liet het zich smaken. Verschillende, jonge aankomende journalisten, ondernamen vaak een poging om hem bij te houden maar zagen al snel in dat dat  onbegonnen werk was.

Een van de wat oudere journalisten had een zwak voor Paul Kookwoning. Als deze journalist een borrel bestelde kreeg Paul er ook een. Paul was, in zijn goede tijd, portier geweest van de „grote club‟. De grote club was een Herensociëteit aan de zijkant van het Paleis in de Paleisstraat. Paul ging er altijd prat op dat hij, regelmatig Prins Hendrik aan onderdak had geholpen in „zijn‟ grote club. Naast zijn werk in de grote club  (wat eigenlijk een soort dekmantel was voor zijn echte , dagelijkse bezigheden) was Paul druk met het „beschermen‟ van een aantal dames van lichte zeden (je mocht vooral niet zeggen dat Paul een pooier was geweest, met zijn 76 jaar kon hij dan nog compleet uit zijn dak gaan.) Door Paul‟s drukke bezigheden binnen het wereldje aan de gracht (daar waar de rosse buurt begon) enerzijds en zijn dagelijkse beslommeringen bij de Grote Club was hij een prima bron voor de meest sappige verhalen. Als er iemand op de hoogte was van wat er zich afspeelde in de wereld die “de wallen” werd genoemd, dan was Paul het wel. Paul was altijd wel bereid wat van zijn geheimen prijs te geven. Als daar een redelijke vergoeding in “goddelijk vocht” tegenover werd gesteld, uiteraard.

Op de maandag waren ‟s middags en ‟s avonds de Gemeenteraadsvergaderingen in het stadhuis aan de gracht. Rond vijf uur werd er dan twee uur geschorst voor het diner. Het gevolg was dat er dan meestal een hele lading fractieleden (van alle partijen!!) binnen kwamen vallen. Vaak werd er gegeten bij de Chinees op de hoek van de Damstraat en de Dam en voor die tijd werd er geborreld bij ons in het café. De journalisten van de politieke redactie waren op maandag altijd laat want ze bleven hangen tot dat het nieuws, als het ware, met de borrel mee kwam. Immers aan de bar praat het een stuk makkelijker dan in de bedompte ruimtes van fractiekamers op het stadhuis. Naast de lokale politici behoorde ook de landelijke politici tot de regelmatige bezoekers van deze plek in de Damstraat.

Een van hen was, mede oprichter van D‟66, de respectabele Hans van Mierlo Voor hem ben ik echt respect gaan krijgen in die tijd dat ik in de kroeg werkte. Er kwam bij ons in het Café vaak een klein, ietwat onooglijk mannetje.

Zijn naam was Harm Ruth. Harm was dakloos en zwerver. Doordat hij klein was en vaak wat vreemd overkwam werd hij nooit serieus genomen. Harm werkte in die tijd consequent, als hij nu eenmaal was, een lijstje af. Harm zijn dagtaak bestond uit het bij elkaar scharrelen van zijn kostje. Harm was dakloos in die tijd. Harm was door de ongelukkige speling van het lot, dakloos geworden en vond het eigenlijk wel goed allemaal. Voor Harm was het alleen belangrijk dat hij zijn “natje en droogje” voor een dag voor elkaar had.

Dat lijstje wat hij afwerkte was een lijstje dat hij ‟s morgens, met heel veel geduld en precisie, had samengesteld. Op dat lijstje, meestal op een verkreukeld stukje papier, stond dan omschreven welke soort borrel hij in welke kroeg, die dag zou gaan drinken. Meestal waren dat twee borrels per café en per dag stonden er zo‟n 20 a 25 kroegen op dat kattebelletje van hem.

Niet dat dat lijstje ooit helemaal werd afgewerkt, nee meestal was Harm al gesneuveld voordat het einde van zijn lijstje inzicht was. Vaak ook liep het uit de hand, de meeste vaste bezoekers kenden Harm wel natuurlijk. De meeste droegen hem ook een warm hard toe en vaak werd er hem wat te drinken aangeboden. Het lijstje van Harm ging daar ook van uit, bij de meeste, wat duurdere drankje, had hij al aangegeven dat hij die moest bestellen als hij iets aangeboden kreeg. Harm raakte pas echt in verwarring als hij iets aangeboden kreeg en de aanbieder ging bepalen wat hij moest drinken.

Dit bracht Harm vaak dus danig van slag dat hij in vloeken uit barste. Zijn hele, zorgvuldig opgestelde schema van twee borrels per kroeg werd dan door elkaar gegooid. Als Harm ergens een hekel aan had dan was het dus wel aan een ongeorganiseerd leven!! Harm vertelde aan een ieder die het maar horen wilde dat hij aan het sparen was voor een spiegelreflexcamera, zodat hij, naar eigen zeggen, zijn oude beroep weer kon opvatten en weer aan de slag kon als fotograaf. Harm was al zeker vijf jaar aan het sparen, althans dat verhaal vertelde hij al zeker vijf jaar. Maar, zoals dat gaat in het leven, steeds kwam er weer wat tussen en waren er andere prioriteiten om zijn geld aan te besteden en dus schoot het uitoefenen van zijn passie erbij in!

Ook Harm en Hans kwamen elkaar dus regelmatig tegen. Beide wonend en levend in een compleet andere wereld. Die twee werelden ontmoeten elkaar dus in de Damstraat aan de bar. Niet dat het contact nu  diepgaand was, nee gewoon zoals dat gaat in een kroeg. Je kent de gezichten groet elkaar, drinkt wat en een ieder gaat zijns weegs. Door Harm zijn opstelling , klein, druk en aanwezig kon je niet om hem heen.

Eigenlijk had Hans, net als iedereen wel een beetje compassie met Harm. Hans van Mierlo zat die dag met een paar medestanders aan de bar. Harm kwam het café binnen lopen. Harm was al in een redelijke staat van beneveling. Aan de bar zat Hans van Mierlo druk in gesprek, bezig om de wereldse problemen op te lossen. Hans van Mierlo zag Harm, keek hem lang en doordringend aan en gebaarde dat hij bij hem moest komen. Harm naderde met rassé schreden, je wist het immers nooit. Misschien lag er wel een vloeibare versnapering in het verschiet ??

Hans van Mierlo toverde in een vloeiende beweging een polaroidcamera uit zijn regenjas. Hij gaf hem dit met de woorden: “Beste Harm, als nu de hele wereld op jou neer kijkt, wordt het dan niet eens tijd dat jij ze laat zien hoe ontluisterend de mensen kunnen zijn als je tegen ze opkijkt. Ik weet zeker dat dat heel goed is voor hun eigen dunk. Beste Harm, ik benoem je tot fotograaf van de onderkant van de mensheid. Maak ze wakker!”

Harm was hevig onder de indruk. Niet lang echter, “Het is geen spiegelreflexcamera, hé ? “ was zijn reactie! Die zelfde werd, via Majoor Bosshardt, geregeld dat Harm onderdak kreeg in het huis van onbehuisden van het leger des Heils. Dat was dus hetgeen ik zo respecteerde in van Mierlo, niet alleen bezig met de hogere doelen , maar zeker ook oog houden met de kleine dingen in het leven. En Harm??

Ach, Harm heeft nog jaren lopen verkondigen dat hij aan het sparen was voor een spiegelreflexcamera, bij zijn dagelijkse tocht langs de kroegen had hij altijd dat polaroidcameraatje bij zich en trachtte niets vermoedende toeristen te bewegen om maar een foto van hem te kopen. Nog iets later is Harm toegetreden tot het Groot Walenburgs Vuilharmonisch Orkest. Waar hij nog jaren, met veel plezier zijn bijdrage aan heeft geleverd .

Ach, zomaar wat herinneringen die misschien uw weekend weer een beetje op vrolijken!