Bonnen-Quotum

22-02-2012 17:34

 

Een van de artikeltjes in de Telegraaf van vanmorgen, begon als volgt:

DEN HAAG -  Burgers en politici reageren verontwaardigd op de bonnenregen waartoe agenten worden gedwongen. Niet alleen in Rotterdam, maar in heel het land worden politiemensen verplicht om in sommige gevallen zelfs 250 boetes per jaar te schrijven.

 

Dit, lieve mensen, deed bij mij het volgende beeld oproepen:

Vanmorgen, in een druilerig regen buitje, op de fiets naar mijn werk. Na ongeveer 10 minuten fietsen (en nat tot op het hemd!) sla ik rechts af. Ik ben net als al die andere in Amsterdam. Niemand stopt meer voor het verkeerslicht, als je rechts af moet slaan en ik dus ook niet. 

 

Net als ik aan wil zetten om toch maar een beetje haast te gaan maken, hoor ik een krakend geluid uit een soort luidspreker, een stem roept: “jij daar op die fiets, ja jij, die net rechts afslaat. Stoppen en aan de kant gaan staan.” Ik kijk een beetje verbaasd achterom en zie een politie auto langzaam achter me aan rijden. Ik kijk verbaasd en, kennelijk, vragend in het gezicht van een jonge agente die naast de bestuurder zit. Zo te zien is dat een ouwe diender, waarbij niet alleen de dienstjaren zijn toegenomen maar zijn gewicht evenredig.

De jonge agent wijst nu naar de kant en wederom klinkt door de megafoon, “ja jij daar, ga maar aan de kant!” Als plicht getrouw burger, wat ik nu eenmaal ben, ga ik aan de kant staan en wacht op wat gaat komen. Ik zie wat beweging in de politie auto, nog voor deze, goed en wel, tot stil stand is gekomen zie ik de jonge vrouwelijke agent uit de auto springen en met gevaar voor eigen leven stort ze zich tussen het voort razende verkeer. Vlak voor mij gaat ze vol in de remmen, hijgend van de emotie en inspanning roept ze tegen mij, “Jij bent mijn!!”

 

Stomverbaasd

Ik kan mijn verbazing niet onderdrukken en roep onmiddellijk uit dat ik al jaren gelukkig getrouwd ben en dat er dus spraken moet zijn van een vergissing. Een uitermate sympathieke vergissing, maar toch! “Gaan we nou ook nog bij de hand lopen doen?” roept ze me toe. Dit gebeurd met een felheid die me toch enigszins doet vermoeden dat er kennelijk iets verschrikkelijks is gebeurd. Ze kijkt me aan en zegt  “Zo dat worden er dus 3” Als ik haar niet begrijpend aan staar zegt ze:  “Drie bonnen, 1 voor het door rood licht rijden, 1 voor het niet aangeven van richting en 1 omdat u geen verlichting heeft” Ik kijk een beetje langs haar heen en zie dat, met veel gepuf en gekreun, de oudere gezette agent inmiddels ook is uitgestapt. Hij lijkt mij een oude wijze diender en ik besluit te wachten tot dat hij zich bij ons heeft gevoegd alvorens dat nufte Agentje eens te vertellen wat ik van deze situatie vindt.

Hijgend en puffend voegt hij zich bij ons, nog voor ik maar 1 woord kan uitbrengen zegt hij tegen zijn jonge vrouwelijke collega, met een niet mis te verstaan plat Amsterdams accent, “Wat flik jij me nou, da’s al de derde keer vandaag dat je me voor “Jan met de korte achternaam” laat zitten en zelf de kuierlatten neemt. Ik heb er genoeg van. Deze is van mij en daarmee basta!!” Ik was met stomheid geslagen en had geen idee van wat zich hier voor mijn ogen afspeelde. Nog voor ik ook maar de kans kreeg om me eigen met het gesprek te bemoeien nam de agente het woord en richtte zich tot haar collega, “Wat moet jij nou, ik was er het eerst en dus schrijf ik die bonnen, hij is en hij blijft van mij” De oudere agent zei “klein secreet dat je er bent, je laat mij rijden en vervolgens zorg jij er wel even voor dat je alle bekeuringen uitschrijft zodat jij aan je Quotum komt en aan je collega heb je gewoon schij…. Ehh… maling!!”

Pas nu drong het tot me door dat het helemaal niet meer ging over of ik wel of niet een overtreding had gemaakt, of ik wel of niet een strafbaar feit had begaan. Nee, het ging deze beide dienders nog maar om een ding. Zij moesten hun quotum halen! Terwijl het bekvechten tussen beide dienders verder ging en de agente nu haar mannelijke collega vertelde dat hij ook op de bon zou gaan als hij nog langer doorging met haar onheuselijk te bejegenen. Belediging van een ambtenaar in functie leek haar een uitstekende titel voor een bon. Dus, op deze wijze zou hij ook nog eens een positieve bijdrage leveren aan het realiseren van haar quotum, dan was hij toch nog ergens goed voor.

 

Een oudere vrouw met een rollator

Dus terwijl dat hele gedoe verder ging keek ik over de schouder van de oudere agent en zag dat op het trottoir aan de overkant een oud vrouwtje, met een rolator, werd overvallen door twee jongens die op het eerste gezicht veel overeenkomsten vertoonde met buitenlandse types. Het vrouwtje werd geschopt en geslagen. Ik zei tegen de agente dat het niet goed ging aan de overkant. Ik moest me er niet mee bemoeien, werd me toe gesnauwd. Ook de oudere agent draaide zich nu om, beide zagen dat het oude vrouwtje het onderspit aan het delven was ten opzichten van die twee knullen. Hierop zei het jonge Agentje tegen haar oudere collega “Ga jij dat nu even regelen dan kom ik daar ook zo naar toe als ik met hem hier klaar ben. ( die ‘hem hier’ bleek ik dus te zijn)

“Ik geloof dat jij echt denkt dat ik mesjogge ben, hé. Jij een beetje werken aan je quotum en ik die twee ellendelingen achterna. Nou mooi niet hé! “ Ondertussen lag het oude vrouwtje al lang en breed op de grond hevig, bloedend uit verschillende steek wonden die ze had opgelopen terwijl ze zich hevig had verzet tegen die jonge lui.

Plotseling leek het even of de agente inzag hoe belachelijk de situatie inmiddels aan het worden was. Ze rechte haar rug en zei tegen haar collega: “oké, jij mag hem hebben (hierbij een knikkende beweging met het hoofd makend in mijn richting) maar dan is dat daar aan de over kant voor mij” De oudere diender gaf, schoorvoetend aan dat dat wel goed was. Bij het weglopen zei ze, breed lachend tegen haar collega dat hij die drie bonnen wel mocht hebben en dat zei dan die zes wel voor haar rekening zou nemen. “hoezo zes bonnen?” riep hij haar nog verbijsterd achterna.

 

Ze draaide zich om en zei, “nou simpel: 1 ze liep door het rode voetgangers licht en dat deden die twee galbakkie’s ook dus dat zijn er 3, vervolgens riep ze tegen die jongens dat ze haar beursje wel konden pakken als ze haar maar met rust lieten. Kijk dat is dus aanzetten tot diefstal en uitlokking. Da’s dus nummer 4 en 5 en tot slot zit ze daar maar te bloeden en te kotsen op de openbare weg en dat is dus moedwillige vervuiling en dus nummer 6 !! Snap je !!!!!

Is dit het toekomst beeld van de Politie als de politiek verantwoordelijken niet zorgen dat er op een normale manier gewerkt kan worden binnen het politie apparaat. Het kan toch niet zo zijn dat het uitoefenen van het politie vak wordt beoordeelt aan de hand van het aantal uitgeschreven bonnen.

 

Word wakker en laat die diender gewoon zijn werk doen en als daaruit voort vloeit dat hij een bon moet schrijven dan is dat zo. Het mag natuurlijk geen doel op zich worden, verantwoordelijken voor dit beleid zouden zich diep moeten schamen!!!