8 mei, een gedenkwaardige dag

24-03-2012 11:25

 

Een merel zingt zijn hoogste lied in de middagzon. Op 7 mei 2011 Is het een graad of 25 en eigenlijk absurd warm voor de tijd van het jaar. De merel zingt nog harder, als het ware boven de stilte uit. Als ik mijn ogen dicht doe ben ik alleen met de merel, die zijn vrolijke lied de bossen in stuurt en via de openvlakte zijn gezang laat klinken. Dan doe ik mijn ogen open en ga op zoek naar de zanger of is het een zangeres? Ik kijk naar boven. In een van de bomen een oude berk, met een zware kroon, waarvan de takken diep neer buigen, daar ontwaar ik de merel. Het is net of hij mij ook in enen ziet. Plots houd hij op met zingen, alsof hij is gestoord bij het uiten van zijn vreugde.  Gestoord door het toenemende geroezemoes. Daar waar het zo stil was komen mensen weer in beweging. klinken stemmen, eerst zacht als gefluister, dan aanzwellend tot hoorbare en verstaanbare woorden. Er wordt gesproken. Ik probeer de woorden te verstaan. Het is Duits en Nederlands door elkaar gehusseld tot een mengelmoes, een beetje dialect uit Groningen, een beetje dialect uit de buurt. Geen taal die je leert. Maar wel een taal die mensen elkaar doen verstaan.

Een Kauw vliegt krijsend weg van de parkeerplaats die 1x per jaar overvol is. Ik moet zoeken naar een plekje waar ik mijn auto kwijt kan. Ik parkeer op het landweggetje waar ik normaal vaak wandel met mijn hond. Dan staan er geen auto’s, dan is er ruimte genoeg. Al die keren dat ik hier heb gelopen, alleen of met z’n twee. Altijd dat gevoel van ‘hier is meer dan de stilte alleen.

Hier maakt de stilte herrie.

Een herrie die je alleen hoort als je ervoor openstaat. Hier ook gedraagt mijn hond zich anders. Hier blijft hij, tegen zijn gewoonte in, bij mij in de buurt. Kijkt vaak verschrikt op naar mij, met een blik van zie je dat ook? Hoor jij wat ik hoor? Het zijn de onhoorbare geluiden uit een ver verleden die hem bereiken. Ik loop in gedachte naar het bruggetje dat de parkeerplaats verbind met de toegang van de begraafplaats aan het Kustenkanaal bij Esterwegen. Terwijl ik loop blijft het krijsen van de Kauw me als het ware achtervolgen. Het krijsen van de Kauw, hoeveel lijkt dat krijsen op de geluiden die hier hebben moeten klinken?

Ik loop het lange pad af vanaf de ingang van de begraafplaats en kom aan de tafel voorbij, waar koffie wordt geschonken. Twee mannen zorgen ervoor dat er voldoende te drinken is en dat de koffiemelk en de suiker beschikbaar zijn. Een ieder wacht rustig tot hij aan de beurt is om zijn of haar koffie aan te pakken. Onwillekeurig vraag ik me af of de mensen die we vandaag gaan herdenken ook zo rustig in een rij hebben gestaan voor de koffie. Voor hun dagelijkse portie brood, waarmee ze zich in leven moesten houden.

Juist op deze plek waar wij in vrijheid kunnen gedenken en herdenken hebben mensen gelopen en vast gezeten in onvrijheid. Zouden zij zich ooit een beeld hebben kunnen vormen van een groep mensen die hun komen gedenken? Zouden ze dat ooit hebben kunnen bedenken?

Verder lopend kom ik bij de mevrouw die bloedrode anjers verkoopt. Anjers die je dan kunt neer leggen op de begraafplaats als teken van respect voor de mensen die zijn omgekomen.

Omgekomen onder het schrikbewind dat vanaf 1933 tot en met 1945 ook het Emsland niet onberoerd heeft gelaten. De anjers vinden gretig aftrek. Daar waar je, door het jaar heen, eigenlijk nooit bloemen aantreft, liggen nu rode anjers. 1 dag in het jaar is er kleur te bekennen op een plek waar normaal grauwheid de boventoon voert. Een grauwheid die symboliseert de grijze tijd van de jaren waarin zich hier de meest verschrikkelijke zaken hebben afgespeeld. De kleur van de anjer geeft aan dat het tijdperk van grauwheid voor bij is. Dat we weer kleur in ons leven mogen toe laten, dat we de grijsheid achter ons kunnen laten.

Al lopend ga ik voorbij aan de groter wordende groep mensen die hier gezamenlijk willen stilstaan bij het feit dat vrijheid niet van zelfsprekend is.

Dat vrijheid zijn prijs heeft.

Een prijs die niet in geld wordt uitgedrukt maar in verloren levens. Levens die genomen zijn, zonder respect, zonder gevoel. Maar van een o zo grote waarde en betekenis. Immers juist die levens die genomen zijn, geven ons onze vrijheid. Ons de mogelijkheid om te gedenken. Ons de mogelijkheid om die vrijheid te koesteren.

Al lopend ben ik aangekomen bij de plek waar alle ‘15 Emslandlager’ te samen komen. Vaak bestempeld als de vergeten kampen, maar o zo echt aanwezig. Een plek om te gedenken. Een plek waar alle Emslandlager een naam hebben en waar voor hen die dwalen een licht brand. In de hoop dat zij die dolen hier rust vinden.

Langzaam loop ik terug naar het begin van de begraafplaats, daar waar ook het monument te vinden is van de vrijmetselarij. Opvallend is de grote verscheidenheid aan mensen die hier naar toe gekomen zijn om samen, met de 8 mei beweging, hier de gevallene te gedenken. Net als toen, in die verschrikkelijke periode, ook nu weer een grote verscheidenheid aan mensen. Dit maal niet gevangen en niet onderdruk aanwezig op deze plek. Nee, in vrijheid en niet omdat ze moeten maar omdat ze willen en hoop hebben op de toekomst. Hele jongen mensen, wat oudere en mensen op leeftijd. Zelfs nog een voormalig gevangene heeft de moeite genomen om ook hier aanwezig te zijn. Ook alle tussenliggende generaties zijn herkenbaar aanwezig.

Sommige staand, andere zittend en een enkeling languit liggend horen ze de verhalen van de sprekers aan.  De sprekers worden afgewisseld met zang en gitaarspel van liederen die herinneringen oproepen aan de tijd van de onvrijheid.

Het is tijd om te gedenken. Een van de sprekers verzoekt een ieder te gaan staan. Oudere verheffen zich van hun stoelen. De grote groep die heeft gezeten op het gras, trekt zich omhoog. De jongelui die, al liggend de verhalen hebben aangehoord, komen overeind. Het is doodstil. Een minuut lang maakt de stilte weer herrie.

Ik vertrek, net als ik gekomen ben. Alleen en in stilte maar wel met een gevoel dat het goed is om stil te staan bij de geschiedenis die zich hier en in Europa heeft afgespeeld. Een geschiedenis die zich nog dagelijks afspeelt, niet meer binnen de grenzen van Europa maar wel vlak tegen onze grenzen. Ook daar is, tot op de dag van vandaag, geen vrijheid zoals wij die kennen. Ook daar is alle reden om te gedenken en te herdenken. Terwijl ik weer terug loop over het bruggetje van de begraafplaats naar de plek waar mijn auto staat, hoor ik achter mij het moorsoldaten lied.

Het wordt gezongen ter afsluiting van de bijeenkomst. Het klinkt in verschillende talen. Talen die elkaar niet verstaan maar zich hebben gevonden in de melodie. Daar waar eens dat lied werd gezongen als een protest tegen de overheerser, wordt het nu gezongen als eer betoon voor de onderdrukten. Hoe verder ik de begraafplaats achter me laat hoe meer het geluid van de zingende mensen verstomd. Het geluid van het verleden, het moorsoldaten lied maakt plaats voor het geluid van het heden, de zingende vogels.

Het vrolijke gekwetter van de mussen, de mezen, de merels, de spreeuwen en de kauwen geeft aan dat het samenleven van verschillende groepen mogelijk moet zijn. Het symboliseert dat het leven verder gaat.

In vrijheid, dat wel.

De feiten:

Het ommuurde kamp Esterwegen werd in 1933 opgericht door de Nazi’s Het was een zogenaamd dubbelkamp, bestemd voor 2000 gevangenen. Vanaf de poort gezien was het rechtse deel van het kamp in gebruik door Duitse gevangenen. Aan de linker zijde verbleven de overige nationaliteiten. Esterwegen was net als Dachau een “modelkamp” van de SS en bleef tot de bouw van zijn opvolger Sachsenhausen 1936 een concentratiekamp. Nadien werd het gebruikt als een strafkamp. Later werden er nog meer kampen in het Emsland en Bentheim gesticht, zodat het complex uiteindelijk vijftien kampen telde. Het geheel staat bekend als de Emslandlager. Het genoemde kamp Sachsenhausen werd gebouwd door arbeiders uit Esterwegen. In de officiële Duitse lijst van concentratiekampen heeft Esterwegen nr. 379. Als Emslandlager staat het kamp bekend als Lager VII Esterwegen. Vanaf 1933 werden er voornamelijk communisten, maar ook sociaaldemocraten, pacifisten, vakbondsleden en intellectuelen opgesloten. Later werden er ook Jehova’s getuigen, homoseksuelen en zogenoemde ‘Arbeitsunwillige’ opgesloten. Vanaf mei 1943 komen er vanuit Frankrijk, België en Nederland verzetsstrijders (Duits: nacht und Nebel Gefangenen; kort NN) aan in het speciaal voor hen gebouwde nieuwe deel van het kamp. Dat deel bood onderdak aan 500 gevangenen.

De beroemdste gevangene van Esterwegen was Carl von Ossietzky, een pacifist die in 1935 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Hij mocht van de Duitse overheid de prijs niet zelf in ontvangst nemen.(bron: Wikipedia)

De beelden:

Het journaal heeft op 7 mei aandacht besteed aan de ‘vergeten kampen van het Emsland’

(bron: NOS, journaal. )